VU Magazine 1995 - pagina 408
De Molukse üeinkaping bij De Punt in 1975: ieder spoortje haat verdrongen. meer doorspoelde en van de stank van ongewassen lichamen. LEVENSGEVAAR
In zijn boek suggereert Ger Vaders dat de regering in Den Haag heeft gespeculeerd op een zekere solidarisering tussen de kapers en hun gijzelaars. Hoe meer beide partijen emotioneel bij elkaar betrokken raakten, des te kleiner de kans dat de kapers nog iemand zouden neerknallen, zo luidde de redenering. Met het oog hierop adviseerde de psychiater die de regering terzijde stond, de maaltijd waar de kapers om vroegen, bij voorkeur niet op het afgesproken tijdstip te brengen, stelselmatig een paar porties te weinig te bezorgen of het plastic bestek waarom gevraagd was niet bij te leveren. Op die manier hoopte men in de trein een soort stemming te kweken van 'wij samen tegen de boze buitenwereld', wat volgens het nauwkeurige verslag van Vaders, wonderwel is gelukt. In de gekaapte trein heerste "een ogenschijnlijke verbroedering die voor een deel (bij de een meer dan bij de
ander) werkelijk werd gevoeld, en voor een ander deel berustte op vervlechting van belangen", aldus Ger Vaders. Hij geeft daarmee een adequate omschrijving van wat de psychologen met het Stockholmsyndroom bedoelen. Juist het feit dat de belangen van daders en slachtoffers met elkaar vervlochten raken, is essentieel voor het ontstaan van hechte onderlinge betrekkingen. Daarbij speelde de overheid een belangrijke, zij het vanuit het oogpunt van de slachtoffers, zeer ambivalente rol. In de eerste uren van de kaping hadden de gegijzelden nog volledig vertrouwen in de autoriteiten. De rollen waren duidelijk verdeeld: de kapers waren de boze vijand en straks zou de politie de onschuldige slachtoffers komen redden. Maar al snel sloop er een zekere ambivalentie in de gevoelens die de gijzelaars ten aanzien van de overheid koesteren. Waarom geeft de regering niet onmiddellijk toe aan de eisen van de kapers? Hoe zwaar telt voor de overheid het feit dat er mensen in levensgevaar verkeren? Naarmate de zaak langer duurde, vond langzaam
WETENSCHAP,
CULTUUR
&) SAMENLEVING
3S
- SEPTEMBER
maar zeker een rolwisseling plaats. De slachtoffers voelden zich door de autoriteiten in de steek gelaten en gingen zich meer en meer met de daders identificeren. Net als de kapers werden ze kwaad op de regering die weigerde in te gaan op de gestelde eisen. In de ogen van de gedesillusioneerde slachtoffers waren de bewindslieden van mogelijke redders veranderd in tegenstanders. Ambivalente gevoelens jegens de autoriteiten zijn kenmerkend voor de slachtoffers die een kaping of gijzeling hebben overleefd. De gang van zaken bij een vliegtuigkaping in Noord-Korea is een goed voorbeeld van de vergaande identificatie van de passagiers met de belangen van de daders. Na hun bevrijding uit het gekaapte toestel werden de ex-gijzelaars in een speciaal daartoe ingerichte hal van het vliegveld opgevangen. Op gedekte tafels was eten en drinken voor de slachtoffers neergezet, er waren bedden klaargemaakt en een legertje hulpverleners stond te popelen om de eerste opvang zo soepel mogelijk te laten verlopen. De passagiers keurden de hulpverleners echter geen blik waardig en negeerden zowel het 199s
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1995
VU-Magazine | 588 Pagina's