Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

VU Magazine 1995 - pagina 194

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

VU Magazine 1995 - pagina 194

3 minuten leestijd

INTERVIEW

G E R T . J.

R.H.

VAN

DEN

PEELEN

HOOFDAKKER

(RuTGER K O P L A N D ) Als de dichter en de psychiater één ding gemeen hebben is het hun grondhouding. Een vragende, toetsende instelling, de neiging tot onophoudelijk herformuleren, en nooit genoegen nemen met definitieve antwoorden: "De vraag 'Maar wat nul' dient steeds opnieuw gesteld te kunnen worden."

H

sen de wereld van de psychiatrie en die van de poëzie valt toch waarachtig wel wat meer te zeggen? Uit 'Het mechaniek van de ontroering' valt echter een haast tastbare aversie tussen de regels te lezen, iedere keer wanneer de vraag naar parallellen, snijpunten en overeenkomsten tussen kunst en psychiatrie aan de orde komt. Gelukkig blijkt de reis naar het Groningse Glimmen niet tevergeefs. Daar, op de grens met Haren, in het tot werkvertrek omgebouwde kippenhok achter de oude boerderij aan de zandweg, waar op een van deze allerlaatste dagen van maart dikke sneeuwvlokken het verstilde landelijke decor accentueren en het op steenworp afstand passerend treinverkeer tussen Groningen en Assen regelmatig een luidruchtig contrapunt daarin veroorzaakt, wil de vorig jaar augustus zestig geworden Van den Hoofdakker alias Rutger Kopland - tastend formulerend, veelvuldig witregels plaatsend als in zijn gedichten - best hardop nadenken over de grondhouding die de dichter en de wetenschapsbeoefenaar samen delen, over zijn afkeer van zekerheden en zijn voorliefde voor de paradox en over nog meer kwesties waarover hij als dichter èn als psychiater, ondanks de strenge scheidslijn die hij aanbrengt tussen beider bezigheden, hetzelfde denkt.

ij is hoogleraar biologische psychiatrie in Groningen; een functie waarvan hij juni aanstaande officieel afscheid zal nemen. Bij een breed publiek is hij echter vooral bekend onder zijn pseudoniem: als de dichter Rutger Kopland. Maar hij heeft er een hekel aan te worden aangesproken als dichter/psychiater. Een vereenzelviging van de ene functie met de andere zou ten onrechte de indruk kunnen wekken dat dichters betere psychiaters of psychiaters betere dichters zouden zijn. Het tegendeel is waar, zo staat te lezen in een beschouwing over de verhouding tussen wetenschap en poëzie uit zijn onlangs bij Van Oorschot verschenen essaybundel, getiteld 'Het mechaniek van de ontroering': "Het amalgaam levert slechte dichters en slechte dokters." En in dezelfde bundel, zij het in een ander verband, schrijft hij: "Ik besta uit twee zwijgzame mannen, die elkaar niets te vertellen hebben". Het lijkt al met al een weinig bemoedigend uitgangspunt voor wie noordwaarts reist voor een vraaggesprek dat in het teken moet staan van de verhouding tussen kunst en wetenschap. Wat te beginnen met een dichter die in een essay over 'de dichter en de gek' (dat hij twintig jaar geleden als wetenschappelijk psychiater overigens ook al publiceerde) fulmineert tegen "iedere suggestie van gemeenschappelijkheid [...] die er van de uitdrukking 'raalcvlak tussen psychiatrie en literatuur' uitgaat"? Of moet het simpele feit dat psychiater Van den Hoofdakker en dichter Kopland het althans op dit punt eens zijn, als een lichtpunt worden beschouwd? Uiteraard hebben beiden gelijk wanneer ze stellen dat een dichter niet per se gek hoeft te zijn, en dat een gek nog geen dichter is. Maar over overeenkomst en verschil tusWETENSCHAP,

CULTUUR

"Ik vind het inderdaad vervelend als de dichter met de psychiater wordt vereenzelvigd. Op verschillende plaatsen in 'Het mechaniek van de ontroering' leg ik uit waarom. Een psychiater die er in de uitoefening van zijn vak dichterlijke bedoelingen op na houdt, of een poëet die met het schrijven van gedichten therapeutische oogmerken heeft, slaat aan het knoeien. Het gaat de psychiater niet om het achterhalen van een poëtische waarheid of formulering. et) SAMENLEVING

8

- MEI

I99S

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1995

VU-Magazine | 588 Pagina's

VU Magazine 1995 - pagina 194

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1995

VU-Magazine | 588 Pagina's