VU Magazine 1995 - pagina 178
ESSAY
MICHAEL
RUSE
Wetenschap is zo'n beetje het enige echt objectieve en duurzame dat de Westerse cultuur heeft voortgebracht. Sterker nog: in het streven naar inzicht in de natuur en haar werkwijze gaat de wetenschap de cultuur op een unieke manier te boven. Opmerkelijke opvattingen van een Amerikaans filosoof die de wetenschap in bescherming neemt tegen haar critici.
Wetenschap onder vuur H
ebt u er wel eens bij stil gestaan dat het bewonderenswaardige werk dat in naam der wetenschap wordt verricht, volgens sommigen een zwaar besmette bezigheid is; een bezigheid waarin de door en door seksistische (dat is uiteraard: heteroseksistische), kapitalistische en patriarchale samenleving waarin wij leven zich weerspiegelt? Die kritiek wordt inderdaad gehoord. En helaas niet alleen in de marge van de wetenschapsbeoefening. De bioloog Paul Gross en de wiskundige Norman Levitt hebben er een heel boek aan gewijd: 'Higher Superstition; The Academie Left and Its Quarrels with Science' ('Hogere achterdocht; linkse academici en hun ruzie met de wetenschap'). Daarin stellen zij met veel overtuigingskracht, dat dergelijke kritiek op de bètawetenschap in veel sociaal-culturele en geesteswetenschappen gemeengoed is geworden, met name bij vrouwenstudies en bij geschiedenis, filosofie en letterkunde. Er zijn werkelijk gerespecteerde beoefenaars van deze wetenschappen die welbespraalct het denkbeeld uitdragen dat de westerse wetenschap in wezen bevooroordeeld is tegen vrouwen, en dat dit seksisme alleen met een rigoureuze grote schoonmaak te bestrijden is. Die beschuldiging geldt, zoals u wellicht zou denken, niet alleen de 'zachtere' wetenschappen, zoals antropologie, psychologie en dergelijke, maar dringt zelfs door tot in het hart van de exacte wetenschap: de natuurkunde. Volgens de Amerikaanse feministische filosofe Sandra G. Harding bijvoorbeeld, is Isaac Newtons 'Principia' niet veel meer dan de handleiding voor een verkrachter, vol metaforen voor de mannelijke wetenschapper die de vrouwelijke natuur binnendringt en haar aan stukken rijt. De wetenschap moet daarom van de grond af opnieuw worden opgebouwd. En dat zal volgens Harding en haar collega's moeten worden gedaan door vrouwen wier "karakteristieke sociale activiteiten de mogelijkheid scheppen voor een completer en minder pervers menselijk inzicht". De in de wetenschap geïnteresseerde leek zal dit wellicht een curieuze en hoogst ongebruikelijke aantijging vinden. Maar deze feministische aanval staat niet op zichzelf; het is geen verdwaalde kogel uit een breed opgezette anti-mannencampagne. De wetenschap is wel degelijk bewust als doelwit gekozen. En de haat ertegen is oprecht WETENSCHAP,
CULTUUR
en hartgrondig. Sterker nog: 'Higher Superstition' laat gedetailleerd laat zien, dat de feministische kritiek maar één onderdeel is in een veel algemenere aanval op de wetenschap. En steeds meer aanstaande en gevestigde wetenschappers sluiten zich erbij aan, met name op universiteiten in de Verenigde Staten. PARODIE
Wetenschapshistorici, de zogeheten 'sociaal constructivisten,' beweren dat objectiviteit in de wetenschap niet bestaat. Ze zeggen dat feiten er weinig of niets toe doen en beweren, in het voetspoor van de Franse filosoof Michel Foucault, dat, net als overal, ook in de wetenschap alleen macht een rol speelt. Dan zijn er de ecologen, die als echte moralisten met hun irritante praatjes de wetenschappers de genoegens van hun dagelijks werk ontzeggen. Veel gevaarlijker echter zijn degenen die uit naam van het dieren-bevrijdingsfront geen enkele vorm van geweld of machtsmiddel schuwen in hun streven de wetenschap tegen te werken. De opsomming in het boek van Gross en Levitt besluit met wetenschapscritici die, in een trieste parodie op het politiek correct geheten multiculturalisme, beweren dat Afrika de balcermat is van alle belangrijke wetenschappelijke ontdekkingen. Of het nu om de luchtvaart of de quantummechanica gaat; Afrika zou in alles het Westen de loef hebben afgestoken. Ik heb ernstige bezwaren tegen 'Higher Superstition', maar vind dat Gross en Levitt al met al goed werk hebben verricht. Ze hebben zich zorgvuldig en met veel geduld door een enorme hoeveelheid literatuur heen geworsteld. En er bestond zeker behoefte aan het werk dat zij hebben afgeleverd. Ik schaam me er zelfs een beetje voor dat twee bètawetenschappers het hebben moeten doen, vóór alfa's als ik daar ook maar aan toe konden komen. En hoewel Gross en Levitt hun tegenstanders nu en dan karikaturaal afschilderen en ook geen werkbare oplossingen aandragen, is 'Higher Superstition' een geslaagd boek; zo een dat stimuleert doordat de auteurs het vaalc bij het juiste, en soms op ergerlijke wijze bij het verkeerde eind hebben. Waaraan hechten Gross en Levitt - net als ik - nu eigenO) SAMENLEVING
40
- APRIL
1995
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1995
VU-Magazine | 588 Pagina's