VU Magazine 1995 - pagina 445
Microscopische
opname
van een
tumorcel.
de Amerikaanse Medische Vereniging de Amerikaanse regering op dit punt. De raad wees erop dat het volstrekt geen pas geeft dat de Verenigde Staten het roken in andere landen stimuleren terwijl vijf procent van alle sterfgevallen wereldwijd aan tabak kunnen worden toegeschreven. Eveiett Koop, directeur-generaal van de Nationale Gezondheidsraad kenschetste de tabaksuitvoer kernachtiger: namelijk als een "moreel schandaal". Amerikanen maken zich flink zorgen over de invoer van cocaïne en andere drugs in de Verenigde Staten, maar ze doen weinig om een eind te maken aan de tabalcsexport naar Derde Wereldlanden die veel meer mensen het leven kost. Tenslotte zou preventie een zoektocht naar de oorzal<:en van kanker moeten omvatten, over een breed terrein; een speurtocht waarin voldoende aandacht is voor verschijnselen als het volstrekte gebrek aan interesse voor radonrisico's, het achteloze zonnebaden, het gebruik van steroïden in het kader van een macho-lichaamscultuur, de sociale factoren die de eetgewoonten bepalen en de problemen die de uitvoering van milieumaatregelen ondervindt op zowel lokaal als op landelijk niveau. Als natuurlijke kankerverwekkers een rol spelen bij het optreden van de ziekte, waarom wordt er dan niet beter gelet op planten die geselecteerd zijn op grond van hun resistentie tegen insekten? Als voedingsvetten een gevaar inhouden, waarom is er dan geen landbouwbeleid dat vermindering van de vlees- en melkproduktie ten gunste van andere levensmiddelen stimuleert? Zo'n lijst kan gemalckelijk worden uitgebreid. In elk geval is er grote behoefte aan
WETENSCHAP,
CULTUUR
een ruime onderzoeksblik, gecombineerd met de politieke wil om kennis ook daadwerkelijk in beleid te vertalen. Elk van die onderzoekingen zou natuurlijk weer tot nieuwe vragen leiden. Wetenschap bestaat nu eenmaal bij de gratie van dat fantastische verschijnsel. Maar laten we de simpele maatregelen waarvan we al weten dat ze de kans op kanker verkleinen, niet uit het oog verliezen. Laten we onderkennen dat schijn bedriegt, dat onwetendheid kan worden gecreëerd, dat oorzaken cultureel kunnen zijn en dat giften voor wetenschappelijk onderzoek slechts één manier vormen om iets tegen kanker te doen. Actievoerders die steeds maar weer meer onderzoek eisen, zouden zich moeten afvragen: wat voor soort kennis? En: kennis waartoe eigenlijk? Als burgers moeten we niet alleen beseffen dat onwetendheid tot een publiek geuit verlangen naar kennis kan leiden, maar ook dat kennis en onwetendheid elkaar in stand kunnen houden, hoe ijverig we ook proberen van het laatste tot het eerste te geraken.
Robert Proctor is universitair hoofddocent wetenschapsgeschiedenis aan de Universiteit van Pennsylvania. Dit artikel is een samenvatting van zijn binnenkort te verschijnen boek 'Cancer Wars: How Politics Shapes What We Know And Don't Know About Cancer', en wordt gepubliceerd met toestemming van Basic Books, HarperCollins Publishers, Inc. Copyright. © Robert N. Proctor Vertaling: Bart Voorzanger
st) SAMENLEVING
19
- OKTOBER
1995
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1995
VU-Magazine | 588 Pagina's