Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

VU Magazine 1995 - pagina 279

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

VU Magazine 1995 - pagina 279

4 minuten leestijd

D O V E N D VUUR AsTRiD

SMIT

Na de oliecrisis van de jaren zeventig werd een tekort aan brandhout in ontwikii^elingslanden verwacht. Men dacht dit probleem het hoofd te kunnen bieden met de introductie van, onder meer, energiezuinige oventjes. Naar vijfentwintig jaar later blijkt, heeft dit project allerminst aan de verwachtingen voldaan. En intussen groeit de vraag naar het steeds schaarser wordende brandhout.

V

uur en voedsel zijn al duizenden jaren onlosmalcelijk met elkaar verbonden. Volgens de socioloog prof.dl J. Goudsblom, die hierover het boek 'Vuur en beschaving' publiceerde, gaat het vermogen tot het malcen van vuur tenminste 500.000 jaar terug en heeft het een belangrijke rol gespeeld bij de ontwikkeling van homo sapiens. De meeste verhalen en legenden stellen het koken voor als de grootste zegen die door het malcen van vuur mogelijk werd: niet langer was de mens als dier op louter rauw voedsel aangewezen. Het koken leidde tot een aanzienlijke uitbreiding van het dieet en daarmee tot een verbetering van de levenskansen. Het verhitten van dierlijk en plantaardig voedsel maakt de maaltijd beter eetbaar en verteerbaar ; taaie vezels worden mals, bacteriën gedood, giftige stoffen verliezen h u n schadelijke werking en het altijd op de loer liggende bederf wordt uitgesteld. Geen wonder dat de mens de laatste tienduizend jaar op steeds grotere schaal ook gewassen is gaan verbouwen die pas na verhitting geschikt zijn voor consumptie: maïs, rijst en granen. Zonder vuur geen eetcultuur. Maar die verworvenheid heeft de mens ook sterk afhankelijk gemaalct van brandstof. Voor de westerse geïndustrialiseerde samenleving lijkt die afhankelijkheid geen probleem. Toen hier als gevolg van de industrialisatie de welvaart steeg en het hout schaars werd.

stapte men moeiteloos over op meer efficiënte, maar wel duurdere fossiele brandstoffen als petroleum, gas en kerosine. Daaraan werd later nog electriciteit toegevoegd. Voor de allerarmsten in ontwikkelingslanden is zo'n ontwikkeling ronduit ondenkbaar. Die zijn voor voedselbereiding en verwarming nog steeds aangewezen op de meest traditionele brandstoffen als hout, gedroogde mest en gewasresten, waarvan de eerste veruit de belangrijkste is. In de meeste ontwikkelingslanden is meer dan negentig procent van de bevolking dan ook op deze biobrandstof aangewezen. Volgens de laatste schatting van de Wereldbank zijn dat twee miljard mensen. Die volstrekte afhankelijkheid van traditionele brandstoffen vormt een groot probleem, want door de toenemende ontbossing is er een tekort aan brandhout ontstaan. De wereldvoedselorganisatie FAO berekende in 1981 dat meer dan honderd miljoen mensen al acuut gebrek aan brandhout heeft, terwijl meer dan 1,3 miljard mensen in gebieden wonen waar brandhout schaars is. De gevolgen zijn in sommige gebieden reeds zichtbaar. Uit het proefschrift van dl iï LD. Bioiiwei, die in Wageningen promoveerde op een onderzoek naar 'Food and fuel', blijkt dat vrouwen in het Ntcheu-district van Malawi steeds meer tijd moeten besteden aan het verzainelen van hout. Dit heeft niet alleen nadelige gevolgen

WETENSCHAP,

CULTUUR

&) SAMENLEVING

37

- IUNI

voor de vrouw zelf, maar ook voor haar gezin, via het voedsel dat zij bereidt: ze schakelt over op ingrediënten die een geringere bereidingstijd vergen, maar ook minder voedzaam zijn. De consumptie van bijvoorbeeld bonen neemt af terwijl de kwaliteit van het dieet vaak al marginaal was, met als gevolg stelselmatige ondervoeding. Uiteraard heeft het brandhouttekort bovendien sterk nadelige gevolgen voor de nog aanwezige bomen. De ontbossing en erosie, die voornamelijk door de lokale landbouw en commerciële houtkap zijn ingezet, worden nog versterkt doordat de plaatselijke bevolking een nog groter beslag gaat leggen op het laatste restje hout. CATASTROFE

Toen de oliecrisis zich in de jaren zeventig aandiende, werd duidelijk dat de delen van de wereldbevolking die op brandhout zijn aangewezen, in aantal fors zouden toenemen. Door de prijsstijging van fossiele brandstoffen werd deze bevolkingsgroepen het uitzicht op alternatieve energiebronnen ontnomen. Ontwikkelingslanden en internationale hulporganisaties wilden deze dreigende catastrofe voor zijn en ontwikkelden diverse hulpprogramma's. Een zo'n strategisch bedoeld programma behelsde de grootscheepse inzet van energiezuinige houtkachels. De verwachting was dat deze technologie een energiebesparing van vijfenzeventig procent zou opleveren. Veel vrou199s

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1995

VU-Magazine | 588 Pagina's

VU Magazine 1995 - pagina 279

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1995

VU-Magazine | 588 Pagina's