VU Magazine 1995 - pagina 128
Want ook zonder rente en aandelenbezit lijkt een goed functionerende economie immers zeer wel denkbaar. De sterk levensbeschouwelijke basis van deze alternatieve economische opvatting betekent echter tegelijkertijd een beperking van de mogelijkheden tot verandering. Mensen veranderen niet zo snel van geloofsovertuiging. Van der Rijst is zich hiervan bewust: "Ik kan wel vinden dat de orthodoxjoodse economische opvatting de beste is. Maar wanneer we die willen overnemen, moet er meteen van alles meeveranderen. Bij iedere situatie hoort een bepaalde overtuiging en niemand kan zomaar van het ene naar het andere systeem overstappen." Van der Rijst bepleit mede daarom geleidelijke veranderingen in de economie. Banken en andere intermediairs moeten om te beginnen bijvoorbeeld meer mogelijkheden krijgen actief te participeren
ZOALS
in ondernemingen die ze mede financieren. FLEXIBILITEIT
Dat er samenhang dient te zijn tussen economie en levensbeschouwing is ook het uitgangspunt van R. Awan, directeur van de Rotterdamse vestiging van de Pakistaanse Habibbank. In een gesprek over islamitisch bankieren, legt hij uit dat zijn bank in het thuisland op strikt islamitische grondslag functioneert: "Ons systeem is alleen mogelijk wanneer voor alle betrokkenen de Koran het uitgangspunt is." Om dezelfde reden echter, werkt de Habib-bank in het Westen volgens de daar geldende, westerse principes. "We kunnen", zegt Awan, "hier immers niemand de wet voorschrijven." Ondanks deze flexibiliteit is Awan overtuigd voorstander van islamitisch
EEN APOTHEKER
loodse, christelijke en islamitische theologen èn de Griekse filosofen Plato en Aristoteles waren het lange tijd over een ding roerend eens: het verbod op rente. Pas nadat achtereenvolgens de Renaissance, het humanisme, de Reformatie en - twee eeuwen later - de Verlichting hun intrede hadden gedaan, verloor dit verbod in het Westen langzaam maar zeker zijn kracht. Er ontstond een maatschappij- en wetenschapsopvatting waarvan de mens zelf het uitgangspunt is in plaats van daartoe strekkende richtlijnen uit thora, bijbel of koran. Geloof verloor meer en meer zijn centrale, richtingevende functie in de samenleving. De oude Grieken predikten, net als de religie, het 'maat houden'. Grote welvaartsverschillen en rijkdom gingen tegen de natuurlijke orde in en werden op grond daarvan afgekeurd. Grootgrondbezit, rente en grote ondernemerswinsten wekten de schijn van hebzucht. Dit wil overigens niet zeggen, dat er onverkort gestreefd werd naar gelijkheid. Het bestaan van slaven en de handel daarin stonden bijvoorbeeld niet ter discussie. In het feodale Europa beheerste het denken van kerkvader Augustinus het maatschappelijk gebeuren: het leven op aarde diende ter voorbereiding op het leven in Gods koninkrijk. Als gevolg daarvan was de samenleving bepaald niet op verandering gericht. De meeste historici gaan er van-
CULTUUR
OMGAAT
MET
GIF
uit dat psychologische en materiële voorwaarden voor het ontstaan van het kapitalisme nog ontbralcen. Rijkdom mochten christenen niet najagen. En bijna alle kerkvaders brachten rente met dat streven rechtstreeks in verband. Thomas van Aquino sprak over woeker en dacht lang na over het heffen van een 'redelijke prijs' voor goederen en diensten. De reformatoren Zwingli en Luthei toonden zich wat rente betreft navolgers van Aquino. Alleen Calvijn wilde het gebruik niet per definitie afwijzen. Hij maakte de kanttekening dat men met het heffen van rente moest omgaan, zoals een apotheker omgaat met gif. Joden en islamieten lijken in hun houding ten opzichte van rente standvastig gebleven. Hun religies stellen nog steeds dat Gods woord onlosmakelijk verbonden is met al het maatschappelijke handelen. Hierbij moet wel worden aangetekend dat het verbod op rente, overeenkomstig de letter van de wet in Deuteronomium, alleen gold voor joden onderling. In feodaal Europa konden ze zich dankzij die beperking juist ontwikkelen tot succesvolle bankiers, terwijl de rest van de bevolking daar dat beroep nog verafschuwde. Islamitisch bankieren is pas sinds dertig jaar weer aan de orde in het Midden-Oosten. In de koloniale tijd was het sociaal-economisch bewustzijn van islamieten in dit opzicht waarschijnlijk te weinig ontwikkeld. In onder andere Saoedie-Arabië en Pakistan is het de enig toegestane vorm van bankieren. Indonesië, de grootste moslimstaat ter wereld, kent het systeem echter niet.
"Gij zult van uw broeder geen rente nemen noch van geld noch van levensmiddelen noch van iets, dat men tegen rente lenen kan." (Deuteronomium 23:19)
WETENSCHAP,
bankieren. "Ons geloof is een praktisch en compleet systeem dat antwoord geeft op alle vragen die zich in het dagelijks leven kunnen voordoen. Uiteindelijk gaat het ons daarbij niet om de vraag of we meer winst maken dan westerse banken. We creëren een welvarende sfeer in de geest." In Pakistan is de kans geringer dat een geldschieter de geldlener volledig exploiteert, stelt de bankier. Rente kan zich bijvoorbeeld niet opstapelen. Van zo'n opstapeling - 'rente op rente', of 'samengesteld interest' geheten - is bijvoorbeeld sprake wanneer de betrokkene na een jaar het tevoren afgesproken bedrag niet kan terugbetalen, waarna hij het volgende jaar ook de rente over de rente van het jaar daarvoor moet zien op te brengen. Het islamitisch bankieren, vindt Awan, stelt daar een morele houding tegenover: "We hebben een uitgebreid instrumentarium
eO SAMENLEVING
42
- MAART
199^
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1995
VU-Magazine | 588 Pagina's