VU Magazine 1995 - pagina 306
arrogantie ontlenen. Gelukkig is het zo dat we binnen de natuurwetenschappen af en toe snoeihard door het heelal op onze plaats worden gewezen. En als je wijs bent, dan trek je daar lering uit. Dan zeg je bij jezelf: zoiets kan gebeuren, we worden hier gepalet door het heelal." Dat is precies het lastige parket waarin uw vakgebied zich momenteel bevindt: theoretische modellen worden voortdurend onderuitgehaald door waarnemingen van bijvoorbeeld de Hubble Space Telescope. "Dat is geen lastig parket. Het is juist leuk. Wetenschap is vechten, wetenschap is matten, wetenschap is ruzie maken. Het conflict tussen theoretische voorspellingen en de uitkomst van experimenten moet je willens en wetens opzoeken. Dan boek je winst. Als ik overal hoor dat kosmologen elkaar om de oren slaan met allerlei nieuwe theorieën, dan denk ik: lekker! "Het zou het toppunt van arrogantie zijn te denken dat we werkelijk iets te weten kunnen komen over het heelal door alleen maar na te denken. Want wat zijn we nou helemaal? Een omhooggevallen bavianesoort. Onze twee pond hersenen kunnen nooit in staat zijn uit eigen beweging het heelal te construeren." Hoe hoog moet een kosmoloog dan zijn ambities richtend Niemand zal de illusie kunnen koesteren ooit dè theorie te ontwikkelen. "Dat is zo. Het gaat altijd om verfijning. Oude theorieën worden nooit vervangen door nieuwe; ze worden er hooguit door verbeterd. De klassieke mechanica is uitstekend geschikt om er vliegtuigen mee te bouwen, maar als je een toestel wilt bouwen dat negentig procent van de lichtsnelheid kan bereiken, dan zul je de relativistische mechanica moeten gebruiken." Heeft u de indruk dat er voldoende maatschappelijk draagvlak bestaat voor iets als theoretische natuurkunde^ "Als je in een enquête zou vragen: vindt u dat er in Nederland aan theoretische natuurkunde moet worden gedaan, dan zegt 99,8 procent van de bevolking: welnee, ben je gek. Maar als je ze een televisieuitzending laat zien waarin wordt getoond welk verbluffend inzicht in de natuur we hebben gekregen door die gekke geleerden, dan zorgt de presentatie ervoor dat mensen denken: verdraaid, het is toch fijn dat het er is."
de tijd voor heb. Het is een belastingbetaler die recht heeft op zijn produkt. En dat produkt is mijn geleerdheid. Dat is wat die ivoren toren levert." Zou het publiek een correct beeld hebben van wat een wetenschapper zoal doetl "O nee. Het publiek denkt dat een wetenschapper achter zijn bureau zit en de Algebra der Ontdekking toepast. De meeste mensen beseffen niet dat echt wetenschappelijk onderzoek is gebaseerd op een combinatie van leren wat er al is en intuïtief aanvoelen hoe het zou kunnen zijn. En dat aan de basis van elke wezenlijke ontdekking gewoon een goede gok ligt. "Zo'n briljante ingeving krijg je alleen als je voldoende tot rust komt. Het is echt niet zo dat ik meer geld wil hebben. Mijn promotor Van de Hulst zei ooit: het is maar goed dat er zo weinig geld is, want het zou een blamage zijn als er meer geld was dan ideeën. Welnu, als het Nederlandse sterrenkundebudget nu verdubbeld zou worden, dan kan ik dat geld zonder mijzelf intellectueel te blameren in zijn geheel absorberen." Is het alleen een gebrek aan middelen dat iemand in de weg staat om zich een weg naar de wetenschappelijke top te banend "Niet alleen de middelen zelf. Het gaat ook om de omslachtige en oneigenlijke manier waarop we ze moeten verkrijgen. We moeten onderzoeksvoorstellen schrijven die worden beoordeeld door diverse raden en commissies. Om te beginnen zitten daar altijd de B- en C-klassers in, want die hebben daar de tijd voor. Bovendien leidt die gezamenlijke beoordeling tot een soort uniformiteit die haaks staat op de werkelijke wetenschap. Als je het van te voren al eens bent over de merites van een bepaald onderzoeksvoorstel, dan heb je vooraf al een soort consensus geschapen. En nog nooit in de geschie'Ü denis van de mensheid heeft consensus goede wetenschap opgeleverd."
''Als een voorbijganger me op straat staande houdt en me vraagt: vertel 's wat over zwarte gaten, dan kan hij erop rekenen dat ik daarop inga als ik er de tijd voor heb."
Maar dan moeten geleerden wel bereid zijn even af te dalen uit uw ivoren toren en de mensen uit te leggen waarmee ze bezig zijn. "We hoeven niet af te dalen. Dat impliceert dat we boven de mensheid zijn verheven. Dat is niet zo. In die ivoren toren zitten we op de begane grond. Het is niet zo dat we vanaf de trans van ons kasteel neerkijken op het gepeupel. Integendeel zelfs. Als een voorbijganger me op straat staande houdt en me vraagt: vertel 's wat over zwarte gaten, dan kan hij erop rekenen dat ik daarop inga als ik er WETENSCHAP,
CULTUUR
Wetenschappers moeten dus gewoon maar hun gang gaanl "Ja, dat risico moet je dan maar nemen."
Dat is nogal wat. "Dat is zeker nogal wat. En het zal nooit gebeuren. Ik wil er een goede fies wijn om verwedden dat er niets is verbeterd als u en ik met pensioen zijn. Mijn emotionele reactie hierop is dat ik uitkijk naar de dag dat ik die geldwisselaars uit de tempel kan ranselen. Maar al had ik de karwats in handen, dan zou ik het misschien niet eens hoeven te doen. Ik denk namelijk dat de geschiedenis wel zal uitwijzen dat de mensen die aan de wieg stonden van zoiets monsterlijks als de ondernemende universiteit verantwoordelijk worden gehouden voor de meest gruwelijke aantasting van ons culturele erfgoed die er ooit is geweest. Die mensen zullen er ooit op worden nagewezen. Van zo'n Roel in 't Veld zal later een pop worden verbrand."
et> SAMENLEVING
- [ULI/AUGUSTVS
199$
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1995
VU-Magazine | 588 Pagina's