VU Magazine 1995 - pagina 446
UITGEZONDEN
Aan: Vakgroep entomologie Landbouwuniveisiteit Wageningen, Nederland Beste collega's,
Een bericht uit de Kilomberu-vallei in het zuiden van Tanzania. Met mijn Tanzaniaanse collega zit ik hier nu al enkele maanden in een piepklein onderzoeksstationnetje, eigenlijk niet meer dan een hutje met een (lek) golfplaten dale. Zoals jullie weten doen we onderzoek naar de malariamug en daarvoor hebben we de goede streek uitgekozen. Er wordt hier veel rijst verbouwd en er is dus volop stilstaand water; de ideale broedplaats voor muggen. Het is al voorgekomen dat ik er 's nachts in mijn eigen kamertje zo'n vijftienhonderd tegelijk had! Gelukkig slaap ik onder een klamboe, maar in de dorpjes hier slapen mensen onbeschermd in huizen waar meer dan drieduizend muggen rondzwermen. Dat is echt onvoorstelbaar, maar die mensen zijn er gewoon mee opgegroeid. We proberen de lichaamsgeurstoffen te vinden die malariamuggen aantrekkelijk vinden. We hebben in Nederland drie campingtenten gekocht en die omgebouwd tot muggevallen. De muggen kunnen er wel in, maar niet uit. Onder elke tent hebben we een soort tunnel gegraven. In het ene geval zetten we daar 's nachts gedurende enkele uren een Tanzaniaanse medewerker in, van wie de lichaamsgeur met een ventilator de tent in wordt geblazen. In de tweede tent blazen we kooldioxide,- daarvan is bekend dat muggen erdoor worden aangetrokken. Tent nummer drie is een controletent. We willen onder meer kijken in hoeverre de aantrekking van malariamuggen te verklaren valt door de menselijke 'uitstoot' van kooldioxide via de adem. WETENSCHAP,
CULTUUR
Als je in de muggenwereld zit, werk je 's nachts. Van elf uur tot een uur of drie zit ik in onze Landrover op de uitkijk, niet ver bij de tenten vandaan. Elk uur ga ik kijken of alles in orde is. We proberen zoveel mogelijk werk te verzetten; we hebben maar enkele maanden de tijd. In de eerste tien weken hadden we welgeteld één dag vrij; op paaszondag wilde mijn collega naar de kerk. Ik heb toen de hele dag liggen pitten. De dichtstbijzijnde stad is hier veertig kilometer vandaan. Er zit hier veel wild: leeuwen, hyena's, olifanten. Ze komen doorgaans niet echt dichtbij, maar 's nachts hebben we wel brullende leeuwen als buren. Elke week gaan we naar de stad om post te halen, telexen te versturen en boodschappen te doen. In het begin hadden we ons voorgenomen zelf te koken, maar al snel bleek dat we daar veel te moe voor waren. We hebben nu een kok uit het dorp ingehuurd, maar die zet ons vooral rijst met bonen voor. In de dorpen snappen maar weinigen wat we nu precies doen. Er gaan verhalen rond dat we 's nachts mensen meenemen naar ons stationnetje om ze onder de grond bloed uit te zuigen. Sommige mensen zijn echt bang voor ons; ze rennen weg als we in de buurt komen. Als klap op de vuurpijl heb ik inmiddels zelf ook malaria opgelopen; dat is voor mij nu de zesde keer. Ik weet dus waarvoor ik dit werk doe! Groeten van BART
e) SAMENLEVING
20
-OKTOBER
199^
KNOLS
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1995
VU-Magazine | 588 Pagina's