Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

VU Magazine 1995 - pagina 116

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

VU Magazine 1995 - pagina 116

5 minuten leestijd

I

eder jaar in augustus luidt het bloeien van het jakobskruiskruid weer een seizoen vol menselijk leed in. Een zo'n plant uit de ambrosiafamilie kan in één enkele dag een miljoen stuifmeellcorrels prijsgeven om op een ochtendbriesje te worden meegevoerd, soms tot over een afstand van wel zeshonderd kilometer. Een veld van tweeëneenhalve vierkante kilometer met jakobskruiskruid kan zestien ton stuifmeel per jaar produceren, terwijl een miljoenste gram al voldoende is om een deel van de mensheid aan het niezen, krabben, hoesten en hijgen te brengen. Dat deel kan pas enkele weken voor de eerste strenge vorst weer opgelucht ademhalen, als het kruid eindelijk verwellct. Natuurlijk is deze plant niet de enige boosdoener. Allergieën worden door duizenden andere stoffen opgewekt; stoffen die het lichaam op alle mogelijke manieren binnendringen. Stuifmeel van andere planten, schimmelsporen, haar- of veerdeeltjes van dieren en uitwerpselen van stofmijten doen dat allemaal via de luchtwegen. Sommige stoffen doen het via de huid of via mond en slokdarm. Feit is dat een op de vier Amerikanen aan een of andere allergie lijdt; een uitkomst die naar alle waarschijnlijkheid ook voor Europa zal gelden. Hoe is het mogelijk dat het zo geraffineerd gebouwde menselijke lichaam zoveel last kan hebben van soms betrekkelijk onschuldige stoffen? Waarom is het er tijdens de evolutie niet in geslaagd tenminste een immuunsysteem te ontwikkelen dat stuifmeel van bepaalde planten kan signaleren zonder direct op hol te slaan? Het lijkt of de ontwerper van dat lichaam nu juist deze taak aan stuntelende amateurs heeft overgelaten. Om dit raadsel op te lossen moeten de evolutionaire achtergronden van onze vatbaarheid voor ziektes in het onderzoek worden betrokken. En dat is minder gebruikelijk dan het lijkt. Meestal zoekt men vanuit de geneeskunde naar wat biologen 'directe oorzaken' noemen: waardoor is de ziekte veroorzaakt? Waarom is de ene mens eraan bezweken terwijl een ander gespaard bleef? Maar daarmee wordt in de geneeskunde de andere helft van de biologie verwaarloosd: de helft die zoekt naar evolutionaire verklaringen voor eigenschappen zoals vatbaarheid voor een ziekte. Om bijvoorbeeld hartziektes volledig te begrijpen is het niet genoeg om te weten dat vet eten tot een hartaanval kan leiden; er moet ook antwoord komen op de vraag waarom de genen die de afzetting van cholesterol of de trek in vet stimuleren, niet in een vroeg stadium, bij de natuurlijke selectie, buiten werking zijn gesteld.

nisme. Zo kan bijvoorbeeld een beroerte worden beschouwd als een sputterende motor: een mankement zonder enig nut. Een hoestbui daarentegen is een verdedigingsmechanisme, bedoeld om vreemde elementen uit de luchtwegen te verwijderen. Een stoornis verhelpen is meestal nuttig, maar een afweermechanisme uitschakelen door het te onderdrukken kan fataal zijn. Het onderdrukken van een hoestbui kan van een longontsteking een dodelijke ziekte maken; het onderdrukken van koorts kan een griep soms langer laten duren dan nodig is. In het streven de mensheid van haar ongemakken te verlossen haalt de moderne geneeskunde soms stoornis en afweer door ellcaar. Koorts, diarree, benauwdheid en een laag ijzergehalte: het kunnen allemaal hoogst nuttige afweermechanismen zijn, maar ze worden overwegend behandeld als problemen die bestreden moeten worden. Al te vaak ziet de geneeskunde de verborgen voordelen van schijnbare fouten in de opbouw van het lichaam over het hoofd. Vooral in het geval van allergieën is er dringend behoefte aan een evolutionair perspectief, want allergieën zijn in opmars en niemand weet waarom. In de afgelopen honderdvijftig jaar is het aantal ademhalingsallergieën vertienvoudigd. Zijn de mensen zwakker geworden? Is er iets vijandigs in de moderne tijd dat meer allergieën veroorzaakt? Zoals een evolutionair georiënteerde geneeskunde soms kan aantonen dat bepaalde kenmerken voor de mens in het Stenen Tijdperk hun nut bewezen maar nu tot ziekte leiden, zo zou diezelfde geneeskunde ook kunnen aantonen hoe hedendaagse levenswijzen de toename van allergische reacties stimuleren. Op die manier kan een evolutionair perspectief leiden tot een groter begrip van het lichaam en van de omgeving waardoor het gevormd wordt. FIRST

Temidden van alle regeringsschandalen, de parlementaire veldslagen en tekenen van een kelderende populariteit werd Amerika's president Bill Clinton vorig jaar plots uit een onverwachte hoek aangevallen: Socks, de kat van zijn dochter, bracht hem aan het niezen. De president nam kordate maatregelen om zijn allergie te beteugelen: 'First Cat' (zoals de journalisten Socks begonnen te noemen) werd verbannen naar de kelders van het Witte Huis. Die stap lokte echter voorspelbare reacties uit in de pers: "Socks weer verbannen", klaagde een krant, en er werd een contract gesloten voor een boek over de ontberingen van de kat, getiteld 'Socks: The First 100 Days'. Als de president een allergoloog over het probleem had geraadpleegd, dan had deze h e m een alternatief kunnen suggereren: de symptomen bestrijden met een antihistaminicum. Maar zou het gebruik daarvan de president wellicht niet meer meer kwaad dan goed hebben kunnen doen? Dat is weer afhankelijk van de vraag of zijn allergie een afweermiddel of een stoornis is.

MANKEMENT

Het speuren naar de evolutionaire oorsprong van de vatbaarheid voor ziekten is veel meer dan alleen maar een fascinerende intellectuele bezigheid. Het is ook een belangrijk maar verwaarloosd instrument in het streven ziekten te begrijpen, te voorkomen en te behandelen. Op het meest fundamentele niveau kan het een arts helpen een onderscheid te maken tussen een stoornis en een afweermechaWETENSCHAP,

CULTUUR

CAT

Als de president dergelijke vragen aan een allergoloog had voorgelegd, dan had deze hem ongeveer het volgende kunnen vertellen. Er zijn enorme verschillen tussen men-

et) SAMENLEVING

30

- MAART

IS>9S

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1995

VU-Magazine | 588 Pagina's

VU Magazine 1995 - pagina 116

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1995

VU-Magazine | 588 Pagina's