Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

VU Magazine 1995 - pagina 432

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

VU Magazine 1995 - pagina 432

3 minuten leestijd

Albert Oost aan het werk op het Amelandse strand: met een rugzak vol apparatuur niet erg op z'n plaats tussen de schaars geklede zonnebaders.

J

nam iedereen aan dat de stroomsnelheid en de grootte zouden samenhangen. En dan is er nog het onderzoek dat ik heb gedaan naar de invloed van mosselbanken op de zeebodem." Uit dat laatste onderzoek kwam naar voren dat mosselen een belangrijke bijdrage leveren aan het vastleggen van slib. Op zoek naar voedsel filteren ze voortdurend zeewater en scheiden als uitwerpselen slibkorrels af. Op die manier komen mosselbanken omhoog op het wad en ontstaan halo's van modder er omheen. Kokkels hebben eenzelfde stofwisseling, maar leven niet in echte kolonies; hun effect op de zeebodem is daarom minder opvallend. De schelpen leveren al met al een aanzienen de zeehondencrêche in Pieterburen. Oost: "Lenie 't Hart mag van mij een standbeeld krijgen. Die zeehonden zijn een symbool voor het behoud van het gebied. En dan bedoel ik niet alleen de dieren of de planten, maar ook hun leefgebied op de zandbanken, op de eilanden en in het water. Wanneer je dat niet respecteert en alleen de levende natuur beschermt heb je strains een mooie postzegelverzameling maar ben je het album kwijt."

Mosselen Wanneer Oost de eerste kilo's zand heeft verzameld en we samen naar de fietsen lopen om op een ander deel van het eiland verder te gaan sampelen, vertelt de sedimentoloog over zijn werk. "Inderdaad", geeft hij toe, "het is verwarrend. Voor mijn promotie heb ik onder andere historisch onderzoek verricht in archieven en kartotheken. N u werk ik voor het Kernfysisch Versnellerinstituut en toch ben ik uiteindelijk geoloog, om precies te zijn sedimentoloog. Maar de grote lijn, dat is die van het wad, de eilanden en de Noordzee." "Mijn promotieonderzoek", vervolgt Oost, terwijl we met de wind stevig in de rug vooruitvliegen, "brengt vijfduizend jaar historie van het waddengebied in kaart. Ik had vijf invalshoeken, die je op een schaal kunt afzetten, lopend van globaal tot heel gedetailleerd. De grote lijn dook ik op uit archieven en oude kaarten. Daarna heb

ik gekeken naar de ontwikkeling van de zeegaten tussen Ameland en Schiermonnikoog vanaf 1800. Vervolgens kwam het onderzoek naar de hoeveelheden zand die via de geulen in en uit de waddenzee stromen. De gevolgen van de afsluiting van de Lauwerszee zijn daarin meegenomen. Op al die niveaus blijkt steeds opnieuw dat het gebied een sterke dynamiek kent en dat veranderingen op de ene plek relatief snel tot aanpassingen leiden in de rest van het gebied. Het evenwicht herstelt zich na verloop van tijd. "Onderaan de schaal vind je mijn onderzoek naar de grootte van de zandribbels die waterstromen op het zand achterlaten. Die bleek heel constant te zijn en dat was verrassend. Tot nu toe

WETENSCHAP,

CULTUUR

&)

SAMENLEVING 6

OKTOBER

I99S

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1995

VU-Magazine | 588 Pagina's

VU Magazine 1995 - pagina 432

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1995

VU-Magazine | 588 Pagina's