Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

VU Magazine 1995 - pagina 38

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

VU Magazine 1995 - pagina 38

5 minuten leestijd

STANK

STOPT

REEËN

Het leven van vijftien reeën in het Lauwersmeergebied is in een jaar tijd gered. En dat door de eenvoudige toepassing van een sterke geurstof waarmee de wildoversteek in dit gebied zo veel mogelijk wordt tegengegaan. Dit opmerkelijke resultaat wordt vermeld in het tijdschrift Verkeerskunde. Jachtopziener E. Schuldink van de stichting Faunabeheer Lauwersmeer weet te vermelden dat op een beruchte weg bij het Lauwersmeer in 1993 27 dodelijke aanrijdingen plaatsvonden, terwijl het aantal in 1994 gedaald is tot hooguit één per maand. Een aanzienlijke reductie dus. In het Lauwersmeergebied is men ermee begonnen toen men enthousiaste verhalen hoorde van Duitse collega's. Daar wordt de geurstof al op veel grotere schaal toegepast, onder andere langs autosnelwegen. Het aantal slachtoffers onder reewild zou daardoor met veertig tot zeventig procent gedaald zijn. Het levensreddende procédé ziet er als volgt uit: eerst wordt de ruimte in de wildspiegels langs de weg volgespoten met pur-schuim, waarna het stankmiddel met een spuitpistool in de overblijvende ruimte wordt geïnjecteerd. De aldus verspreide penetrante geur blijft drie a vier maanden werkzaam. In Nederland is de geurstof inmiddels aan een kleine opmars begonnen. Het stankmiddel is inmiddels ook toegepast bij een wildbeheersingseenheid tussen het Drentse Smilde en Diever en hebben verder Rijkswaterstaat Den Haag en Staatsbosbeheer in Flevoland interesse getoond voor toepassing van het anti-oversteekmiddel. Om de kosten hoeft men het zeker niet te laten, In het Lauwersmeergebied heeft het redden van de vijftien reeënlevens slechts zeshonderd gulden gekost. Een koopje. (KN)

Slijm verraadt cara Door het longslijm van cara-patiënten te onderzoeken, wordt wellicht meer bekend over de mogelijke oorzaken van luchtwegaandoeningen. Dit blijkt uit het promotieonderzoek van drs. Danielle Schoonbrood, verbonden aan de vakgroep Longziekten van het Academisch Medisch Centrum in Amsterdam. Cara staat voor Chronische Aspecifieke Respiratoire Aandoeningen. De eerste A in het acroniem verraadt al dat de oorzaak van zo'n longziekte niet altijd even duidelijk is. Roken wordt wel eens als de veroorzaker van chronische bronchitis beschouwd, terwijl er bij astma vaak sprake is van een allergische reactie op bijvoorbeeld stuifmeel, huisstofmijten en huidschilfers van katten en honden. Maar bij tien procent van de patiënten met astma is er van een allergie geen sprake. De longartsen kunnen alleen maar raden naar de oorzaak van de ademhalingsproblemen. Dat maakt het tot een aanzienlijk probleem, omdat ongeveer tien procent van de Nederlandse bevolking lijdt aan cara. Schoonbrood, die op 24 januari op haar onderzoek promoveert, selecteerde vijftig longpatiënten die hun eigen, opgehoeste longslijm moesten verzamelen. De mensen kregen daarvoor speciale buisjes mee naar huis. De gevulde buisjes moesten ze meteen in de vriezer leggen, zodat de eiwitten in het sputum intact zouden blijven. Om die eiwitten was het Schoonbrood te doen. Sputum van een zieke patiënt bevat een specifieke mix van eiwitten. Ze zijn als het ware een afspiegeling van de ziekte. Die mix is het gevolg van de ontstekingsreactie die zich bij elke carapatiënt voordoet. Deze immuunreactie zorgt er bijvoorbeeld voor dat het spierweefsel rond de luchtwegen zich samentrekt, wat tot de overbekende kortademigheid leidt. Daarnaast raakt het longslijmvlies beschadigd. Deze barrière tussen bloedbaan en longen begint gaten te vertonen die groter worden WETENSCHAP,

CULTUUR

naarmate de ziekte vordert. Eiwitten die normaal alleen voorkomen in de bloedbaan, lekken door in de longen. Als de gaten in het slijmvlies groter worden, zullen de doorgelekte eiwitten ook groter zijn. In het longslijm van een zieke patiënt zitten dus ook eiwitten die vrijkomen bij een ontsteking en eiwitten die via de bloedbaan in de longen zijn beland. Schoonbrood onderzocht het dagelijks opgevangen sputum van de longpatiënten op de aanwezigheid van een aantal streng geselecteerde eiwitten. Ze kon het verloop van de ontsteking goed aflezen aan die specifieke moleculen. Daarmee had de onderzoek-

ster een eenvoudige en betrouwbare methode om het ziekteproces op de voet te volgen. De sputumanalyse is een belangrijke aanvulling op de bestaande longspoeling. Daarbij krijgen patiënten onder plaatselijke verdoving een bronchosscoop in hun luchtwegen. Zo kan de arts wat longvocht afnemen. De meeste patiënten vinden dit een vervelende ingreep. Het ophoesten van longslijm is een duidelijke verbetering. Dat kan op ieder moment van de dag en zo vaak als nodig is. Via de door Schoonbrood ontwikkelde methode wordt het wellicht eindelijk mogelijk een gedetailleerder beeld te krijgen van de voortgang en de ernst van een longziekte. En van de oorzaak. Schoonbrood: "Het afweersysteem reageert bijvoorbeeld anders op een virus dan op een bacterie. Als je het patroon van de ontsteking beter kent, kun je wellicht iets meer zeggen over de oorzaak van de ziekte." (MADB)

Teunetlen studenten üe beste beloning uoon wetenscbappers Een enquête onder Utrechtse academici wijst uit dat de meeste wetenschappers onderwijs geven even belangrijk vinden als het verrichten van onderzoek. Het beeld bestaat dat de meeste wetenschappers de voorkeur geven aan onderzoek boven onderwijs. Het doen van onderzoek zou meer prestige opleveren en betere carrièremogelijkheden bieden. Een onderzoek onder Utrechtse academici geeft evenwel een heel ander beeld te zien. Uit een telefonische enquête onder honderd vertegenwoordigers van het wetenschappelijk personeel komt naar voren dat de meesten aan onderwijs en onderzoek een even groot belang hechten. Het geven van colleges aan ouderejaars vinden de ondervraagden bevredigender dan aan eerstejaars. In de docto-

e) SAMENLEVING 36

- JANUARI/FEBRUARI

1995

raalfase is het contact met de studenten intensiever en individuele. Bovendien vinden de docenten de opmerkingen en vragen van de ouderejaars vaak stimulerender. Werkcolleges vinden de wetenschappers de leukste vorm van onderwijs, gevolgd door het begeleiden van scripties en het geven van hoorcolleges. Voor de Utrechtse wetenschappers zijn tevreden studenten de beste beloning die zij kunnen ontvangen voor hun onderwijsinspanningen. Daarna volgen erkenning door vakgenoten en meer carrièremogelijkheden. Voor meer salaris kiest tien procent van de ondervraagden, (KN)

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1995

VU-Magazine | 588 Pagina's

VU Magazine 1995 - pagina 38

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1995

VU-Magazine | 588 Pagina's