VU Magazine 1995 - pagina 393
Tumoren te lijf met radioactieve 'liagel' Het Laboratoiiura voor Pulsfysica van TNO in Delft en het Academisch Ziekenhuis Utrecht gaan de mogelijkheid onderzoeken om kankergezwellen van dichtbij te bestralen met piepkleine radioactieve bolletjes die van buitenaf het lichaam worden ingeschoten. Tot dusver bestaat de gangbare methode voor inv^^endige bestraling van tumoren uit het inbrengen van holle buisjes of naalden, die radioactief materiaal naar het kwaadaardige gezwel leiden. Nadeel van deze brachytherapie is dat ook gezond weefsel wordt beschadigd en dat er een wond achterblijft. Door minuscule bolletjes met een buitenlaagje van radioactief materiaal in de tumor en het omliggende weefsel te schieten, zou de schade kunnen worden beperkt. Volgens oncoloog dr B.A. Zonnenberg van het AZU zijn de te gebruiken bolletjes minder dan een millimeter groot en schieten ze met een snelheid van circa een kilometer per seconde in het weefsel. Dat is drie maal sneller dan een schot hagel uit een jachtgeweer. Door hun kleine omvang en grote snelheid richten de bolletjes onderweg naar de tumor nauwelijks schade aan, zo is de verwachting. "De indringsnelheid is zo groot, dat er nauwelijks of geen bloedingen zullen optreden", verwacht Zonnenberg. Een plaatselijke verdoving is volgens hem dan ook waarschijnlijk niet langer nodig. De bolletjes worden afgeschoten door een elektromagnetische lanceerinrich-
ting, die een uiterst korte en nauwkeurig te controleren vuurstoot kan afgeven. Zo kan met grote zekerheid worden bepaald waar de bolletjes in het lichaam belanden. De technologie van het lanceren van de bolletjes wordt geleverd door het Laboratorium voor Pulsfysica, een onderdeel van het Prins Mauritslaboratorium van T N O in Delft. Daar wordt
al jaren onderzoek verricht aan een elektromagnetische lanceerinstallatie, die in de toekomst vooral defensiedoeleinden gaat dienen. Er kunnen onder meer tactische raketten en tanks mee worden uitgeschakeld. Niet eerder is dergelijke technologie voor medische toepassingen gebruikt.
25
mms Rem
2B
Boeken
28
TenmnsteHing
2B
Agenda
30
Ingezmaen Column
Pagina 23
30
Eindredactie Mark Traa Bijdragen:
Koos Neuvel Gert J. Peelen Eric-Jan Tuininga Bart Voorzanger
Lees verder op pagina 24
Gangbare methoden voor tumoibcstnding krijgen wellicht een alternatief, RADIOTHERAPIE VU-ZIEKENHUIS
Uiteenlopende training voor voetballers Voetbalcoaches moeten de training van hun spelers meer afstemmen op de 'looparbeid' die ze tijdens een wedstrijd verrichten.
van looparbeid verrichten. Gemiddeld leggen verdedigers, aanvallers en middenvelders tijdens een wedstrijd respectievelijk 9, 10,4 en 12,1 kilometer af. Aanvallers sprinten meer, terwijl middenvelders meer joggen. Verheijen analyseerde de looparbeid van veertig spelers uit de Engelse 'premier league'. Elke speler werd tenminste drie wed-
Uit de afstudeerscriptie van bewegingswetenschapper drs Raymond Verheijen aan de Vrije Universiteit blijkt dat voetballers, afhankelijk van hun positie in het veld, zeer verschillende vormen
WETENSCHAP, CULTUUR et) SAMENLEVING - SEPTEMBER 199s 23
strijden gevolgd. De onderzoeker berekende welke afstand spelers in totaal afleggen tijdens een wedstrijd en hoe ze dit doen; wandelend, rennend of sprintend. Verheijen meent dat zijn bevindingen aanleiding zouden moeten zijn om te onderzoeken of voetballers naast hun training in teamverband een aanvullende voorbereiding moeten ondergaan die is afgestemd op de positie die ze in het veld innemen, (MT)
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1995
VU-Magazine | 588 Pagina's