Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

VU Magazine 1995 - pagina 80

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

VU Magazine 1995 - pagina 80

5 minuten leestijd

het verhaal mogen: 'Kees de Jongen' verscheen bijvoorbeeld pas toen Geert al veertien jaar was. Wel staat vast dat de jonge Van Oorschot zich het vrijzinnig-socialistische gedachtengoed al vroeg eigen maakte. Hij werd lid van de Jeugdbond voor Onthouding (van alcoholische dranken) en van vrijdenkersvereniging De Dageraad. In 1929 zat hij tien maanden in de Scheveningse strafgevangenis wegens principiële dienstweigering. Daar, achter de tralies, begon zijn dichtader te stromen. Socialistische verzen, een koffer vol, die hij later, naar eigen zeggen, "over de leuning van de Maasbrug" heeft gekieperd. Al vroeg in de jaren dertig nuanceerde Geert van Oorschot zijn vroege idealen. Hij kwam in de ban van de onafhankelijke sociaal-democraat Jacques de Kadt. Als voormalig dienstweigeraar omarmde hij zonder scrupules diens strategie om Hitler direct na zijn machtsovername in 1933 met een "sosialistiese aanvalsoorlog" te bestrijden. De bewondering voor De Kadt zal Van Oorschot tot diep in de jaren zestig parten blijven spelen. Met name het idee van een 'cultuursocialisme' sprak hem aan. Het is de taak van de voorhoede van intellectuelen, zo stelde De Kadt, om de massamens cultureel op te voeden, met als einddoel een "intellectuele maatschappij van allen". Op het literaire vlak toonde Van Oorschot zich verwant met de groep rond het tijdschrift Forum. "Hun opvattingen over individualisme, persoonlijkheid, vent, de achtergrond van de schrijver, daar was ik het helemaal mee eens." In navolging van de Forum-voormannen Menno tei Biaak en E. du Penon stelde hij zich op het standpunt dat een schrijver authentiek moet zijn en zijn persoonlijke boodschap helder over het voetlicht moet brengen. Het toeval wilde dat eind jaren dertig Van Oorschots grote inspirators tot een nauwe samenwerking leken te komen. Er lagen vergaande plannen voor een fusie van Forum en De nieuwe kern, het 'Socialistisch maandblad voor Politiek, Cultuur en Wetenschap' van De Kadt. De oorlog gooide echter roet in het eten. Achteraf zal Van Oorschot beweren dat hij nauw bij de fusieplannen was betrokken en zelfs al was gevraagd om uitgever van het nieuwe blad te worden. De Vries trekt WETENSCHAP,

deze beweringen echter in twijfel. Waarschijnlijk hoorde Van Oorschot pas na de oorlog van de plannen. Bovendien was hij niet in de positie om een dergelijk kostbaar project te

Uit de schaarse correspondentie tussen de uitgever en 'zijn' dichters bUjkt hoe onzeker Geert van Oorschot was over zijn eigen oordeelsvermogen.

leiden. Na jaren als 'reizende boekhandelaar' te hebben gewerkt, was Van Oorschot bij het uitbreken van de oorlog in dienst bij uitgeverij Em. Querido,waar hij zich het vak van uitgever eigen maakte. Pas tijdens de oorlog kreeg hij een vooraanstaande positie in de uitgeverswereld. TIKJUFFROUW

In 1945 leende Geert van Oorschot tienduizend gulden van de burgemeester van Vlissingen. Met dat startkapitaal plus een bankkrediet begon hij zijn eigen uitgeverij. Een eenmansbedrijf, naar eigen zeggen, hoewel zijn vrouw ook het nodige werk verzette, en in 1948 de eerste 'tikjuffrouw' haar intrede deed in de persoon van Renate Rubinstein. Het verging de uitgeverij niet slecht in de eerste naoorlogse jaren waarin er sprake was van een grote leeshonger. Binnen anderhalf jaar had Van Oorschot al achttien titels op de markt gebracht, plus het tijdschrift De Baanbreker, een 'onafhankelijk weekblad voor socialistische kunst en cultuur'. Schrijvers als W.F. Hermans, Carmiggelt en Vestdijk publiceerden in dit blad, dat op de eerste plaats een politiek doel diende. Van Oorschot schrikte er bij voorbeeld niet voor terug om onomwonden propaganda te maken CULTUUR

et) SAMENLEVING

78

- IANUARIIPEBRUARI

voor zijn geestelijke vader De Kadt, die bij de Tweede-Kamerverkiezingen van 1946 kandidaat was voor de Partij van de Arbeid. De Baanbreker werd een commerciële flop en verdween eind 1946 van de markt. Van Oorschot hechtte echter grote waarde aan een eigen tijdschrift. Niet zozeer om een fuik voor literair talent te hebben, maar om zijn eigen politieke en culturele ideeën fris en helder verwoord te zien, of indien nodig zelf te verwoorden: "Een Hyde Park moet er immers altijd blijven." Van Oorschot was nauw betrokken bij de bladen die hij uitgaf. Hij droeg de verantwoordelijkheid officieel wel over aan een onafhankelijke redactie, maar zodra het met 'zijn' blad de verkeerde kant opging, greep hij direct in. Dat ondervond ook de redactie van Libertinage (1948-1952); een literair tijdschrift dat was opgericht door de Forum-adepten H.A. Gompeits en W.P. van Leeuwen. Toen de tijdschriftenmarkt in 1951 inzakte, stuurde Van Oorschot de redacteuren zonder veel plichtplegingen naar huis en zond hij de abonnees een briefje met de mededeling dat het blad ter ziele was. Hij greep de financiële teruggang dankbaar aan om te breken met een, in zijn ogen, slappe redactie: "Er is naar mijn mening bij de gehele groep een overmaat aan intellectuele en academische belangstelling en te weinig werkelijke ergernis, verontwaardiging, spotlust en zin om te vechten."Het nieuwe Van Oorschot-tijdschrift Tirade (opgericht in 1957) mocht niet aan deze literaire steriliteit lijden. Vandaar dat de uitgever het toejuichte dat oprichter Rob Nieuwenhuys een groep tegendraadse studenten, onder andere uit de kring van het Amsterdamse studentenblad Propria Cures, om zich heen verzamelde. Opnieuw werd de idealistische uitgever zwaar teleurgesteld. De eerste tien jaren van Tirade kenmerkten zich door een opeenstapeling van conflicten tussen uitgever en redacteuren. Met als gevolg dat vele talentvolle schrijvers uitgeverij Van Oorschot de rug toekeerden. TIRADE

De Vries noemt het de tragiek van Van Oorschot dat hij nooit het blad heeft kunnen maken dat hem voor ogen stond. De uitgever hield stug vast aan de politieke en culturele ideeën die hij zich voor de oorlog had eigen igg^

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1995

VU-Magazine | 588 Pagina's

VU Magazine 1995 - pagina 80

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1995

VU-Magazine | 588 Pagina's