Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

VU Magazine 1995 - pagina 478

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

VU Magazine 1995 - pagina 478

5 minuten leestijd

DE

UITSPRAAK

D.

PRINSEN

Reductie -. ^x dat ïl'cfóff tijdvoorêën'ïeidcersig^. - nog een in m'n mond. Ik ben natuurlijk een kettingro. -n kettingdenker van halve gedachten. Om ooit nog aan poëzie te komen heb ik een aantal ontwenningskuren nodig, ja, waarvan i^ a l l e m a a l . f ^ m g ^ ^ g j g J g J Q ^ L e r e n over een spin te schrijv^ m plaats van over de buitenlandse politiek van de Verenigde Staten! -voorbeeld. Opdracht voor studenten middelbaar: bjk eens eg Idae-maar dan ook een héle-dnnr hpt venst

erwijl ik wacht op de favoriete gedichten die u mij als lezer gaat toesturen (dit naar aanleiding van de Pformule die ik vorige maand op deze plek lanceerde), neem ik voor de zoveelste keer de voortreffelijke bundel essays over poëzie van Heiman de Coninck ter hand. 'Intimiteit onder de Melkweg' heet het boek, dat in de loop van het vorige jaar bij de Arbeiderspers verscheen en waarop ik u al veel eerder opmerkzaam had willen maken. De Coninck is het prototype van de idealist die, tegen beter weten in, in een utopie blijft geloven. Hij zegt het zelf. Een perfecte dichtregel, zegt hij, is een regel die zo mooi is dat niet uit te leggen valt waarom. En De Conincks utopie bestaat er nu uit, dat hij dat nu juist hardnekkig blijft proberen. Maar in weerwil van het feit dat de meeste utopieën uit de aard der zaak gedoemd zijn het tot in eeuwigheid te blijven, lijkt deze idealist er in zijn bundel keer op keer aardig in te slagen zijn eigen utopie te verwerkelijken: hij weet op heldere wijze de essentie van de poëzie bloot te leggen en ook voor de betrekkelijke buitenstaander aanschouwelijk te maken wat er dan wel prachtig, zo niet perfect is aan regels van uiteenlopende dichters als Geilach, Faverey, Kouwenaar, Claus en Van Toorn.

T

gebeurtenis. De tweede reductie is dat ik 's avonds het gordijn dichttrek. Een deel van het buitengebeuren is in een vaasje op mijn tafel terechtgekomen: een takje vlier en een takje fluitekruid. Bleek namelijk dat ik het verschil niet kende. Moet je je voorstellen, ik kende het verschil niet tussen zo'n grof bij elkaar gesneeuwde naar kattepis ruikende vliertak en de verfijning van het fluitekruid, waarvan één takje genoeg witte puntjes heeft voor alle i's uit de hele Van Dale. Als ik er nu nog een vergrootglas bij haal, om één enkel puntje te bestuderen, derde reductie, kan het gedicht beginnen. Als het zo al zou werken. Maar zo werkt het niet. Poëzie komt pas als je erop wacht zonder nog te wachten. Als je hebt geleerd dat niet het gedicht de beloning is, maar het wachten zelf. Niet het gedicht, maar deze paradijselijke tuin. Niet het geschrijf hier in Taarlo, maar de vijf dagen die ik ervoor heb uitgetrokken. Poëzie komt pas als het er niet meer op aankomt." Niet het gedicht maar het wachten erop, vormt aldus de zin van poëzie. Niet de woorden, maar het wit er omheen. Niet het spreken, maar de stilte. En daarom geeft De Coninck de lezer de opdracht na te gaan hoeveel woorden en regels de dichter Van Schagen heeft moeten schrappen om tot het volgende resultaat te komen:

Poëzie is de eredienst van het geloof in de fundamentele alles-heid van alles, waarbij geen detail over het hoofd mag worden gezien, aldus De Coninck. Wat overigens weer niet wil zeggen dat de essayist op zoek is naar Inhoud of Grote Boodschap. "Inhoud", schrijft hij, "is wat in een ballon zit". En: "Een gedachte in een gedicht willen stoppen is zoiets als met een bokshandschoen een telefoonnummer draaien." Met een zich spontaan aandienende Inspiratie heeft De Coninck ook al niet veel op. Maar wat dan? Dichten is reduceren. En om te laten zien hoe dat stapsgewijs in z'n werk gaat, citeer ik hieronder Herman De Coninck wat uitvoeriger. "De eerste reductie hier in Taarlo (de woonplaats van de schrijver - dp) is al dat mijn venster op de wereld geen tien keer per seconde veranderend beeld geeft, maar populier, vlier, eikebomenweg, boerderij. Een fietser is een

een mens wordt wakker en neemt, starend in de nacht een slokje karnemelk

WETENSCHAP,

CULTUUR

Graag had ik deze opdracht aan u doorgegeven,- bij wijze van huiswerk voor de volgende keer. Maar voorlopig hebt u het nog druk genoeg met die P-formule uit het septembernummer. Want u kunt uw favoriete gedicht, mèt de beargumenteerde score op de P-formule, nog de hele maand oktober inzenden. U weet het nog? Tel het aantal emotionele momenten dat een door u gekozen gedicht bij u teweegbrengt op bij het aantal taaivondsten dat u erin vindt en deel die uitkomst door het aantal woorden dat het vers telt; oftewel P = (E -i- T)/n. Stuur uw bijdrage naar: WCS, Postbus 74768, 1070 BT m Amsterdam, onder vermelding van 'P-formule'.

e) SAMENLEVING

52

- OKTOBER

1993

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1995

VU-Magazine | 588 Pagina's

VU Magazine 1995 - pagina 478

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1995

VU-Magazine | 588 Pagina's