Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

VU Magazine 1995 - pagina 378

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

VU Magazine 1995 - pagina 378

3 minuten leestijd

INTERVIEW

Koos NEUVEL

S.W.

COUWENBERG

Als politicus was hij wel te vertrouwen, maar veel te naïef. Een echte politicus is hij dan ook nooit geweest, hij bleef vooral een intellectueel. Echte politici, zegt hij, zijn nooit helemaal te vertrouwen. Zij denken voortdurend in termen van macht, zonder publiekelijk te zeggen dat het daarom gaat. Maar erg is dat niet: zo zit de werkelijkheid nu eenmaal in elkaar.

H

ij staat bekend als conservatief. En het is waar: voor die reputatie valt iets te zeggen. Prof.dr S.W. Couwenberg, emeritus hoogleraar staats- en bestuursrecht in Rotterdam, is allesbehalve een vooruitgangsoptimist. Zijn kritiek op de moderne samenleving is duidelijk: er is sprake van verval, van een zich in versneld tempo doorzettend verval zelfs. Sinds de jaren zestig zijn een paar dingen mis gegaan. De keerzijde van de vernieuwing en de links-libertijnse publieke moraal bleek een afbraalc van gemeenschapswaarden te zijn. Een citaat uit zijn meest recente boek 'Geschiedenis als noodlot' (Kok Agora/Pelckmans): "In de vervuiling van het straatbeeld, de verloedering van het milieu, het om zich heen grijpen van allerlei vorraen van vandalisme, de nonchalance in menselijke relaties en de groei van alcohol-, gok-, en drugsverslaving en de criminaliteit komt dit verval duidelijk tot uitdrukking." En Couwenberg trekt zelf de conclusie: "In samenhang met genuanceerde standpunten inzake het minderhedenbeleid en de anti-apartheidsstrijd bezorgde mij dit jarenlang een rechts imago." In zijn huis te Rotterdam praten we over dat rechtse imago. Het is een zonnige zomermiddag, geschikt voor lui achteroverhangen in stoelen en voor lome gesprekken. Maar Couwenberg is bepaald niet in een luie en lome stemming. Gedreven is hij uren achtereen aan het woord; een woordenstroom waar met moeite af en toe een vraagje tussen te frommelen valt. Couwenberg is ontegenzeggelijk een geëngageerde denker; geen juridisch vakgeleerde maar meer een generalistische intellectueel. Noem een belangrijk politiek vraagstuk, en hij heeft er wel wat over te melden. In de woordenstroom valt zelfs geen gaatje tijdens het vullen van de theekoppen; alleen, een poos later, WETENSCHAP,

CULTUUR

wanneer de bierflesjes worden opengetrokken, is het een moment stil. Even lijkt alles sereen; ieder verval ver weg. Betekent zijn diagnose van wat hij als verval signaleert dat hij terugverlangt naar de goeie, ouwe tijd, in het bijzonder die van zijn jeugd? Couwenberg ontkent: "Ik ben in een heel strenge rooms-katholieke wereld opgegroeid. Die wereld had nog veel gemeen met die van de Middeleeuwen; er bestonden eeuwige, abolute waarheden en waarden. Een van de meest pertinente van die waarden was die verschrikkelijke kuisheid. Daar verlang ik helemaal niet naar terug. "Mijn vader stuurde mij om louter praktische redenen naar een stedelijk gymnasium en dat betekende een soort doorbraak. Ik kwam daar in aanraldng met niet-katholieken en binnen de kortste keren werden heftige discussies over het geloof gevoerd. Terwijl wij kletsten over de opstanding en de maagdelijkheid van Maria, kwam een leraar binnen en die zei: 'Mensen, maal<; je toch niet zo druk; dat zijn allemaal maar verhalen, die moet je niet zo letterlijk opvatten.' Toen ik thuis kwam en daar met mijn ouders over spralc, schrokken zij zich rot. Ze hebben toen meteen een geleerde pater capucijn ingeschal<:eld en ik moest zes jaar lang naar die pater om mijn geloofstwijfels te bespreken. Die man wist al mijn twijfels zodanig te beantwoorden dat ik dacht: het zit wel goed met het katholieke geloof. "Op het ogenblik schrijf ik voor een jubileumboek van de Nederlandse Protestanten Bond een artikel over de zin van het bestaan - een heel moeilijk onderwerp. Ik ben opgegroeid in de pre-moderne geest van de Middeleeuwen waarin de vraag naar de zin van het bestaan pral<:tisch niet voorkwam. Het antwoord was er al voordat je de vraag stelde. Toen ik zes jaar was, moest ik de cathechismus uit

é) SAMENLEVING

8

- SEPTEMBER

199^

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1995

VU-Magazine | 588 Pagina's

VU Magazine 1995 - pagina 378

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1995

VU-Magazine | 588 Pagina's