VU Magazine 1995 - pagina 143
D
e tocht naar de Roque de los Muchachos is bochtig en voert langs diepe afgronden. De trip begint aan een sub-tropisch strand en dan volgen de palmbomen, de landbouwgronden en het loofbos. Nog hoger op de berg, waar een naaldbos hoort te staan, is het landschap zwartgeblalcerd na een bosbrand. En dan zit je opeens in de kou, in de loeiende wind en tussen mistflarden die je het uitzicht benemen. In krap drie kwartier rijd je van de subtropen naar de kilte van het arctisch gebied. De Roque de los Muchachos ('Rots van de Vrienden') is een bijna 2500 meter hoge vullcaan op La Palma, een van de Canarische Eilanden, die op hun beurt weer een deel van Spanje vormen. Op de bovenrand van de krater staann drie telescopen, die samen de Engels-Nederlandse 'Isaac Newton Group of Telescopes' vormen. Astronoom dr. René Kutten - "Head of Astronomy Support", vermeldt zijn visitekaartje - had me uitgelegd hoe je er komt: "Er is maar één weg naar boven tot je op een T-splitsing komt. Daar ga je linksaf en dan zie je meteen al boven je de koepels van de telescopen. In de grootste daarvan werk ik. Kan niet missen." Maar Rutten had buiten het slechte weer gerekend. In de dichte mist zie ik de grote witte koepels niet, terwijl ik er toch op minder dan honderd meter langs rijd. Een kilometer of twee en enige tientallen bochten verder kom ik bij een gebouwtje, waar ik de weg vraag. Een paar vriendelijke Scandinavische sterrenkundigen van de 'Nordic Optical Telescope' moeten lachen: "René Rutten? Dat is een Hollander hè? Je moet terug."
Sneeuw De Scandinaviërs voelen zich thuis op de Roque de los Muchachos. Ze dragen dikke truien en als ik naar beneden rijd passeer ik een man in een anoralc met de capuchon stevig over het hoofd getrokken. Hij heeft er wollen winterwanten bij aangedaan en doet denken aan de Poolonderzoekers die ik op Spitsbergen in de gierende storm zag ploeteren. Gelukkig heeft Rutten een verwarmde werkkamer en een kop koffie binnen handbereik. "Dit weer", zegt hij, "hoort bij deze plek. Maar het is dit jaar extreem droog en dus was ik even vergeten dat het zo kan zijn. Verleden jaar hebben we een stel toe-
risten bevrijd, die bij een temperatuur van min tien graden waren vastgelopen in een pak sneeuw van twee meter." Het laatste stuk van de klim naar de Roque was dus niet voor niets, net als in het hooggebergte, gemarkeerd met rood-wit geschilderde palen. Rutten noemt zichzelf manager van een onderzoeksfabriek. "We verlenen diensten aan bezoekende astronomen", zegt hij. "Ze krijgen een beperkt aantal uren om waarnemingen te doen en dan gaan ze terug naar huis om datatapes vol gegevens uit te werken. Deze lokatie is erg gewild onder sterrenkundigen en dat betekent dat we snel en efficiënt moeten werken. In de loop van één middag leren de onderzoekers te werken met de apparatuur, 's nachts doen ze hun waarnemingen en daarna is de volgende alweer aan de beurt. Het moet bijna altijd in één nacht bekeken zijn. De onderzoekers krijgen hulp van een technicus en een astronoom die de apparatuur kent, maar als er iets mis gaat is er vrijwel nooit een herkansing. De wachtlijst is daarvoor te lang." En dus is het leven van sterrenkundigen soms hard, heel hard. "Ja", beaamt Rutten, "als het toevallig bewoU<;t is in de nacht die jou is toegewezen, dan heb je pech. Dan is je voorbereidende werk van maanden of zelfs jaren voor niets geweest: géén onderzoeksresultaten, géén publikaties en als je promovendus bent géén promotie. In het uiterste geval kost het je je carrière, die gaat dan letterlijk de mist in." Alleen in uitzonderlijke omstandigheden krijgt een sterrenkundige meteen een nieuwe kans. Rutten: "Dat gebeurt hooguit wanneer er spral<e is van een kennelijke fout van onze kant, wanneer we een kabel niet hebben aangesloten of zoiets. Voor een weigerende computer maken we al geen uitzondering meer, die dingen kunnen kapot gaan, dat hoor-t erbij. We zijn niet flexibel genoeg om iemand een extra nachtje te geven. Als het mis gaat moet je opnieuw een plekje op de wachtlijst veroveren en ben je als het tegen zit zo een jaar kwijt." De seeing is dan ook het belangrijkste gespreksonderwerp in de Residencia, het onderkomen voor de bezoekende astronomen op de berg. Voor alle duidelijkheid: die seeing, de beeldkwaliteit van de telescoop, is doorgaans bijzonder goed en dat is precies de reden waarom astronomen in de rij staan om op La Palma te werken.
WETENSCHAP,
CULTUUR
O) SAMENLEVING
5
- MAART
Rutten: "Deze plek is gekozen omdat La Palma weinig meer dan een rots is, die steil oprijst uit de Atlantische Oceaan. Daarom hebben we een bijzonder stabiele atmosfeer, met weinig kans op bewoUdng die het licht voor de optische telescoop wegvangt." Van beneden, van het kustgebied waar de meeste mensen wonen, ondervinden de astronomen ook al weinig hinder. Rutten: "Van 'lichtvervuiling' is hier nauwelijks spralce. De lokale overheid heeft ingezien dat de sterrenkunde van belang is voor de eilanden en heeft voor strikte . wetgeving gezorgd, die het gebruik verbiedt van lampen die teveel naar boven stralen. Er wordt straatverlichting gebruikt met lampen, die licht leveren binnen een heel kort spectrum. Dat kost miljoenen peseta's, maar het betekent wel dat we hier toekomst hebben. Aan de rand van Los Angeles staat een telescoop, die net als de onze waarneemt in het optische gebied. Vanwege verstoringen met licht uit de stad is die steeds minder goed bruikbaar."
Dubbele bron De lichtvervuiling op La Palma blijft dus binnen de perken en de luchtvervuiling is, midden op de oceaan, al even gering. Maar dat is volgens Rutten geen groot voordeel voor de gebruikers van de telescopen. "Luchtvervuiling, of liever gezegd het gebrek daaraan", zegt hij, "speelt geen grote rol als het om de kwaliteit van de waarnemingen gaat. Maar die kwaliteit is wel zo hoog, dat we bij de wereldtop horen en dus krijgen we hier astronomen met speciale belangstelling voor objecten die maar een heel zwakke straling uitzenden. Van een quasar aan de rand van het heelal bijvoorbeeld, bereiken maar heel weinig fotonen de aarde. Als je daar wat meer over wilt weten kun je geen sterke achtergrondstraling gebruiken. Dan moet je op La Palma zijn." Zoals gezegd ziet Rutten de drie telescopen van de Isaac Newton Group als een fabriek en zichzelf als de manager daarvan. "We doen regelmatig aan kwaliteitscontrole", legt hij uit, "we proberen tijdverlies te beperken zodat we de telescopen zo efficiënt mogelijk kunnen gebruiken; we zijn steeds bezig te leren van fouten. Het is werk dat me wel aanspreekt. Je moet mensen aan de gang houden en je handen vuil maken - letterlijk: als er iets 199$
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1995
VU-Magazine | 588 Pagina's