VU Magazine 1995 - pagina 53
INTERVIEW
GERT
J.
PEELEN
Er is een biologische bron waaraan de creativiteit ontspringt; een oerdrift die de mens gemeen heeft met zijn naaste verwant, de mensaap. Dat is de stellige overtuiging van de Bossche huisarts en beeldend kunstenaar Ignace Schretlen.
GEÏNSPIREERD D O O R KRABBELS
E
vraagstelling die bruikbaar is en aantrekkelijk genoeg voor de wetenschapper om er op in te gaan." Voorbeeld van zo'n probleemstelling is de vraag wat de krabbel van een jong kind onderscheidt van een volledig op toeval berustende, zogeheten at-iandom-hz'w&g\ng zoals bijvoorbeeld door een computer gemaakt zou kunnen worden. Schretlen: "Wie een jong kind ziet tekenen of schilderen, bemerkt onmiddellijk het plezier dat het kind daaraan beleeft. In die richting zou het antwoord op mijn vraag gezocht kunnen worden. Belangrijk voor mij is daarom te ontdekken waardoor dat tekenplezier veroorzaakt wordt. Ligt dat in het ongestraft kunnen kliederen met verf? Is dat het motorisch bezig zijn? Of ligt het besloten in het kleurrijke effect dat het teweegbrengt? Zou de bevrediging puur in het kliederen of in het motorische aspect gezocht moeten worden, dan blijft onverklaard waarom kinderen in hun manier van tekenen zo'n onmiskenbare ontwikkeling doormaken. Het kan dus haast niet anders of er moet ook een creatieve bevrediging in schuilgaan. Die voorlopige conclusie is het startpunt geworden van mijn bezigheden op dit gebied."
r zijn boekenplanken volgeschreven over kindertekeningen en hun betekenis. Veel van die studies zijn psychologisch van aard en geven interpretaties van dat soort tekeningen, die uiteindelijk meer zeggen over de onderzoeker dan over het kind dat ze tekende. Vaak bieden ze heel verleidelijke verklaringen van het fenomeen, soms ook zeer riskante, maar meestal zijn ze toch niet veel meer dan speculaties die, strikt wetenschappelijk genomen, onmogelijk hard te maken zijn. Dit type psychologisch onderzoek naar de kinderkrabbel heeft de overhand, maar methodologisch is er dus van alles op aan te merken. En bijvoorbeeld de medische en motorische kant van het verschijnsel lijkt als wetenschappelijk onderzoeksterrein zelfs nog grotendeels onontgonnen. Kinderkrabbels vormen kortom een gebied waar speculaties en lacunes legio zijn. Dat beseffend richtte de Bossche huisarts en beeldend kunstenaar I.C.J.M. Schretlen nu bijna drie jaar geleden de stichting 'Kijk op Krabbels' op. Zijn interesse in de krabbels van mensapen en zeer jonge kinderen stamt van veel langer geleden en werd zowel gevoed vanuit zijn eigen artistieke bezigheden als vanuit zijn medisch-wetenschappelijke loopbaan. Hij deed historisch onderzoek rond het thema, trachtte verbanden te leggen met het werk van gerenommeerde kunstenaars, stelde drie verschillende 'Krabbel'-tentoonstellingen samen, publiceerde tal van artikelen over het onderwerp en stimuleerde het experimentele onderzoek op dit terrein, met name in dierentuinen. Met succes overigens, want zijn getimmer aan de weg resulteerde inmiddels in een royale aandacht voor het fenomeen bij radio, tv en de gedrukte media. "Mijn taak", zegt Schretlen bescheiden, "gaat eigenlijk vooraf aan het zuiver wetenschappelijk onderzoek naar krabbels. Ik ben me ervan bewust dat ik al dat onderzoek onmogelijk zelf kan doen. Maar ik kan natuurlijk wel proberen anderen, zowel instellingen als individuele onderzoekers, daartoe te stimuleren. Ik doe dat onder meer door bij onderzoek dat al wel gedaan is, het kaf van het koren te scheiden. En daarnaast probeer ik te zoeken naar een
WETENSCHAP,
CULTUUR
CONFRONTATIE
Er ligt een duidelijke relatie tussen Schretlens kijk op krabbels en zijn eigen beeldend-kunstenaarschap. Maar hoe verhoudt zich het een tot het ander? En waar komt zijn fascinatie voor krabbelende koters en mensapen vandaan? Zijn passie voor de beeldende kunst was er het eerst; van daaruit groeide zijn belangstelling voor krabbels, zo blijkt. Schretlen: "Voor mij als beeldend kunstenaar vormt het tekenen primair een confrontatie met lijnen. Als je schrijft ben je je er niet zo van bewust dat je eigenlijk allemaal tekeningetjes aan het maken bent. Bij kalligrafie is de aandacht voor het typografische element uiteraard al veel groter. Maar als ik teken ontkom ik niet aan wat ik 'de confrontatie met de lijn' noem.
&> SAMENLEVING
51
- IANUARI/FEBRUARI
1995
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1995
VU-Magazine | 588 Pagina's