Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

VU Magazine 1995 - pagina 281

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

VU Magazine 1995 - pagina 281

1 minuut leestijd

wen in de Derde Wereld koken immers nog met behulp van stenen of op traditionele kacheltjes. Hierbij gaat veel warmte onbenut verloren. Als bijkomend voordeel was voorzien dat het gebruik van deze woodstove zou leiden tot een afname van gezondheidsrisico's die door de traditionele kookwijzen werden veroorzaal<:t: oogkwalen, longkanker en infecties aan de luchtwegen. Begin jaren tachtig zijn wereldwijd honderden van deze woodstove-projecten in ontwikkelingslanden opgezet. Alleen al in India werden 9,8 miljoen energiezuinige oventjes vervaardigd. China pakte het nog forser aan. Binnen het 'Nationale Improved Stove Program' dat in 1982 van start ging, zijn 120 miljoen oventjes geproduceerd. Deze strategie heeft echter niet tot een wereldwijd succes geleid, aldus dl K.K. Piasad, verbonden aan de Technische Universiteit in Eindhoven, die een groot deel van zijn leven heeft besteed aan onderzoek naar de verbetering van houtkacheltjes. "Alleen in China bereikte men met dit project ruim tien procent van de gebruikers. En in India gaat het na tien jaar ook die kant op. Maar in Afrika, Zuid-Amerika en de rest van Azië wordt waarschijnlijk nog niet eens vijf procent van de gebruikers bereikt, uitzonderingen daargelaten." In 'What Makes Women Cook with Improved Stoves', het evaluatierapport dat de Wereldbank midden vorig jaar publiceerde, staat een gelijkluidende conclusie te lezen. Veel projecten zijn op basis van irreële ideeën opgezet, meent de Wereldbank. Men ging er vanuit dat de verbeterde oventjes zo aantrekkelijk waren voor de lokale bevolking dat de introductie min of meer vanzelf ging. Eén schaap over de dam zou in die visie voldoende moeten zijn om een hele kudde te doen volgen; achteraf een toch wat naïeve gedachte. Maar ook de vermeende voordelen van de energiezuinige ovens blijken minder groot dan verwacht. De reductie van het brandhoutgebruik met driekwart, zoals proefondervindelijk vastgesteld in het laboratorium, valt in de pral<:tijk zwaar tegen; daar blijkt een besparing met een kwart of zelfs minder al opzienbarend. Ook voldoen de oventjes vaak niet aan de wensen van de gebruikers. "Het zijn meestal de ingenieurs uit de grote stad die de oventjes ontwerpen, en die kunnen zich vaak moeilijk verplaatsen in de

situatie van de vrouwen die ze moeten gebruiken", aldus Prasad. Zo zijn in Kenya oventjes ontworpen waarin alleen kleine stukjes hout passen. Dat bevordert de energie-efficiëntie. Maar de Kenyaanse vrouwen hebben noch tijd, noch geld om het hout tot spaanders te hakken; daarvoor is immers een dure bijl nodig. De vrouwen die uiteindelijk met de oventjes overweg konden, vergrootten het volume van de oven waardoor er ook hele boomstronken in konden. De beoogde energiebesparing ging daardoor totaal verloren. Veel projecten zijn bovendien gesneuveld doordat de ontwerpers geen rekening hielden met de streekgebonden manier van voedselbereiding. In Nepal bijvoorbeeld, bleek een oven in de een bepaalde streek sterk in trek, waarna men hetzelfde type distribueerde over de rest van het land; omdat daarbij geen rekening was gehouden met de uiteenlopende regionale eetculturen, werd dat project een fiasco. Ook de prijs is vaak een bottleneck gebleken. De verbeterde apparaten zijn twee tot drie keer duurder dan de traditionele. Terwijl het traditionele 'driestenensysteem' - veel gebruikt op het platteland - helemaal niets kost. De voordelen moeten dan ook duidelijk en op korte termijn zichtbaar zijn, wil de introductie een succes zijn; projecten waarbij die fase langer dan een jaar duurde, mislukten. "Wat dat betreft verschilt de introductie van deze oventjes in ontwikkelingslanden niet wezenlijk van die van spaarlampen in Nederland. Maar weinig mensen kopen spaarlampen, terwijl iedereen weet dat je er flink wat energie mee kunt besparen", zegt Prasad. Subsidies op verbeterde oventjes kunnen dit probleem niet verhelpen. Prasad: "Wat gratis is verkregen, wordt als waardeloos beschouwd en vervolgens snel terzijde geschoven."

zijn ze alleen in trek in gebieden met een acuut tekort aan deze brandstof, omdat de ovens de gebruikers zoektijd besparen. Maar de hoge verwachtingen die hulporganisaties twintig jaar geleden ervan nog hadden, zijn duidelijk verdwenen. Prasad, die vorige maand met pensioen ging, blijft echter hoopvol. "Als vrouwen zoveel mogelijk bij het hele proces van produktie, marketing en financiering van de oventjes worden betrokken, moet het streven van vijfhonderd miljoen oventjes in het jaar 2020 haalbaar zijn", zo besluit hij zijn verhaal.

De hoop was het afgelopen decennium overigens niet uitsluitend op deze brandhoutbesparende ovens gevestigd. Ook bij de introductie van zonneovens of solarboxen waren de verwachtingen hoog gespannen. Solarboxen zijn dubbelwandige kisten met een glasplaat als deksel en een rechtopstaande klep die bekleed is met aluminiumfolie. Het folie weerkaatst zonlicht en vergroot de hoeveelheid straling die in de doos valt. Het glas maal<t de doos tot broeikas waardoor een pan soms wel tot 170 graden Celsius kan worden verhit. Een geniaal staaltje van

eenvoudige technologie, waaraan zelfs helemaal geen brandhout meer te pas komt. Van de zonne-ovens zijn inmiddels vele varianten in omloop. Maar ook deze technologie vermindert het brandhoutgebruik in de nabije toekomt niet noemenswaardig. De United Nations Development Program (UNDP) bracht in november 1994 een evaluatierapport uit over een Kenyaans project met deze solarboxen dat vijf jaar geleden van start ging. Daaruit blijkt dat van de 2200 zonneoventjes die zijn verspreid, een kwart daar dagelijks door de bevolking wordt gebruikt. De zonne-ovens blijken in

BIOGAS

Van al deze ervaringen heeft men het afgelopen decennium geleerd. De Wereldbank concludeert dat de introductie van energiezuinige oventjes alleen in beperkte omstandigheden succesvol is: daar waar de kacheltjes een economisch of tijdsvoordeel opleveren. En dat is meestal in de steden het geval, waar het brandhout tegen betaling wordt aangeschaft. Op het platteland, waar men het brandhout van oudsher gratis uit het bos haalde.

WETENSCHAP,

CULTUUR

et) SAMENLEVING

- JUNI

199^

WETENSCHAP,

CULTUUR

eP SAMENLEVING

39

- JUNI

ipg^

sociaal en technisch opzicht onhandig. Ze zijn alleen overdag te gebruiken, terwijl de meeste vrouwen 's avonds koken en deze gewoonte niet kunnen of willen opgeven. En ook hier speelt de prijs weer een rol. Hout en het 'driestenensysteem' zijn buiten de steden gratis, terwijl een zonne-oven duur is. De UNDP geeft de zonne-ovens alleen kans wanneer een intensief begeleidingsprogramma de introductie ondersteunt. De Wereldbank wil deze zonne-ovens zelfs voorlopig helemaal niet steunen. "Ze zijn duur en zeer gebruikersonvriendelijk. Wij zien daar niet zoveel in", zegt R.f. van der Plas,

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1995

VU-Magazine | 588 Pagina's

VU Magazine 1995 - pagina 281

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1995

VU-Magazine | 588 Pagina's