VU Magazine 1995 - pagina 127
R
ente en anoniem aandelenkapitaal moeten naar mijn mening langzaam verdwijnen uit de economie, om problemen als werkloosheid beter te kunnen oplossen", zegt oud-Hoogovensmanager A, van der Rijst. Het is een van de vérgaande consequenties die hij verbindt aan zijn proefschrift 'Ander ondernemerschap, enige beschouwingen over de relatie cultuur, ondernemerschap en ondernemingsfinanciering', waarop hij vorig jaar promoveerde aan de Rijksuniversiteit Groningen. Met zijn kritiek bevindt Van der Rijst zich in goed gezelschap. In dat van de Italiaanse econoom en Nobelprijswinnaar Modigliani bijvoorbeeld, die ook stelt dat de hoge rentestand een belangrijke oorzaak is van de hoge werkloosheid. Centrale banken gebruiken die rentestand als middel tegen inflatie, terwijl gebrek aan banen de grootste ramp is die de economie kan overkomen, vindt Modigliani. De banken moeten de rente (structureel) verlagen zodat investeren goedkoper wordt en er meer banen ontstaan. Van der Rijsts conclusies zijn echter lang niet gangbaar in de economie en 's mans proefschrift moet binnen de wereld van de bedrijfskunde dan ook bepaald ongebruikelijk worden genoemd. De schrijver is ook in een ander opzicht een buitenstaander: hij is altijd buiten de directe sfeer van de wetenschap werkzaam geweest. Maar gedreven is de 63-jarige Van der Rijst zeker. Na een lange maatschappelijke carrière besloot hij voor de tweede keer te promoveren. De eerste keer was in 1969 toen hij een proefschrift verdedigde over de vestigingsplaatsen van de ijzerindustrie in WestEuropa. Tien jaar tevoren was de ingenieur in dienst getreden bij Hoogovens. In IJmuiden leidde hij van 1969 tot 1993, het jaar waarin hij vervroegd uittrad, de afdeling strategische studies en trad hij als zodanig op als adviseur van de Raad van Bestuur. In zijn wetenschappelijk studie ging hij op zoek naar de invloed van geloofsovertuigingen op de economie. Zijn belangstelling betrof vooral het zogeheten 'vreemd vermogen' - vermogen waarover rente wordt betaald - en
anoniem aandelenkapitaal. Deze interesse vloeide voort uit een persoonlijke ervaring. Van der Rijst merkte bij Hoogovens dat hij een ander mens werd, zodra hij de fabriekspoort passeerde. "Ik functioneerde binnen de poort als homo economicus of homo technicus en sloot daarbij een deel van mezelf af. Mijn geloof speelde bijna geen rol meer." Hij besloot zich in de oorzaken van deze tweeslachtigheid te verdiepen. KLOOF
In zijn proefschrift bespreekt Van der Rijst de economische consequenties van levensbeschouwingen zoals het orthodoxe jodendom, het orthodoxe protestantisme, maar ook de economische opvattingen uit Griekse filosofie, de vroege Middeleeuwen, van direct na de Renaissance, en van de twintigste-eeuwse mens. De principes van de hedendaagse bedrijfseconomie zijn ontstaan tijdens de Renaissance. Uit de Middeleeuwse theocratische samenleving - waarin Gods woord als absolute maatstaf diende - ontwikkelde zich een technocratische maatschappij waarin de mens zichzelf tot toetssteen maakte. Hierdoor werd de religie voor een belangrijk deel losgekoppeld van het alledaagse bestaan. Sterker nog: de opvatting groeide dat waarden en normen niets meer met economie te maken hebben. En zo kon Van der Rijst dus inderdaad een kloof tussen zijn werk en zijn geloof gaan ervaren. Door economie tegen de tijdgeest in een normatieve wetenschap te noemen, kiest Van der Rijst dus heel bewust voor een andere invalshoek dan de meeste andere economen. In de drie 'alternatieve' systemen die Van der Rijst schetst, zijn godsgeloof en daaraan verbonden dogma's het uitgangspunt. Een belangrijke consequentie daarvan is het verbod van Middeleeuwse christenen, islamieten en orthodoxe joden op het heffen van rente. De laatsten verwerpen overigens ook anoniem aandelenkapitaal. Deze financieringswijze draagt huns inziens onvoldoende bij tot betrokkenheid van aandeelhouders bij een bedrijf.
WETENSCHAP,
CULTUUR
es) SAMENLEVING
41
- MAART
Het nu geldende westerse systeem, met rente-vragend vreemd vermogen en onzichtbare aandeelhouders, leidt tot het mijden van risico's, aldus Van der Rijst. Bedrijfsvernieuwing wordt geremd doordat voor banken zekerheid boven alles gaat. Eenvoudig gesteld: het is veiliger naast een rendabele machine eenzelfde machine te plaatsen, dan een efficiëntere machine te ontwikkelen of te kopen. Beginnende ondernemingen hebben het in deze situatie helemaal lastig. Geld lenen is voor hen moeilijk omdat ze vaak te weinig eigen vermogen hebben en zij zelfs het bestaansrecht van die allereerste machine nog moeten aantonen. Orthodoxe joden en islamieten verbieden het heffen van rente. Sterk vereenvoudigd betekent dit dat kapitaalbezitters daardoor moeten participeren - mede-investeren - in een bedrijf om geld te verdienen aan hun vermogen. Dat kan door bijvoorbeeld van te voren af te spreken dat ze een deel van een eventuele toekomstige winst mogen opeisen. De opbrengst van de kapitaalverschaffer is dus afhankelijk van het succes van het project waarbij hij zelf mede betrokken is. Bij orthodoxe joden is deze betrokkenheid het grootst, omdat voor hen zelfs anoniem aandelenbezit uit den boze is. Aandeelhouders hebben dus altijd een directe relatie met het bedrijf. Nu wil dit alles uiteraard nog niet zeggen dat het economische systeem zoals wij dat in het Westen kennen, alle betrokkenheid en ondernemingszin uitsluit. Banken proberen hun zal<;elijke cliënten normaal gesproken op alle mogelijke manieren te helpen, alleen al omdat ze bij een eventueel failliet van de zo'n onderneming h u n geld kwijt zouden zijn. Daarnaast kunnen investeerders die met meer risico's willen beleggen bij diverse innovatiefondsen terecht. Met zullce maatregelen lijkt de kritiek van religieus gefundeerde systemen op het heffen van rente toch afdoende gepareerd. Maar wellicht is een voornaam pluspunt van Van der Rijsts proefschrift, dat hij de starheid en vanzelfsprekendheid van de principes die onze economie besturen, ter discussie stelt. 1995
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1995
VU-Magazine | 588 Pagina's