Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

VU Magazine 1995 - pagina 93

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

VU Magazine 1995 - pagina 93

1 minuut leestijd

bracht heeft is maar de vraag. Sommige verhalen moeten we met een korreltje zout nemen. "Het is echt niet zo dat we de grachtengordel te danken hebben aan het kapitaal van de V.O.C.; alsof de glorie van Amsterdam te danken is aan zijde, tabal<; en parels!" Hartje stad, op het timpaan aan de achterzijde van het Paleis op de Dam zien we hoe de verschillende werelddelen hulde brengen aan de Amsterdarase stedemaagd. "Daar rechts zie je een kerel met Indianenveren en links zie je de slurf van een olifant. De handel in Oost en West, de trots van Amsterdam is hier uitgebeeld." Wagenaar relativeert het - in steen gehouwen - beeld graag. "Amsterdam groeide dankzij de handel in graan. De families Hasselaei en Witsen hadden voor honderdduizenden guldens aan landerijen en handelshuizen. Voor hen was de V.O.C, maar een schijntje." Maar graan spreekt niet aan. hi de Amsterdamse musea is geen schilderij te vinden van een graanschip. Des te beter is de Indië-vaart gedocumenteerd. Wie van ver komt kan veel verhalen. De Nederlandse regering is druk doende om in het kader van toerismebevordering de V.O.C, meer profiel te geven. De V.O.C, is terug van weggeweest. Werd dit bedrijf voorheen nog wel eens gezien als de lange koloniale arm van Nederland, nu deint het zelfs mee op de golven van vermaak. "In Zeeland was in 1987 een V.O.C.-braderie", vertelt Wagenaar. "Daar kon je chocolade-munten met het V.O.C.embleem erop kopen." Wagenaar is betrokken bij de onlangs opgerichte Stichting voor Cultuur-Historisch Toerisme die ook in het Amsterdamse haar aandachtspunten zoekt. Logisch dat ze vooral het Oost-Indisch Huis op het oog hebben. Dit gebouw, centraal in de handel en wandel van de V.O.C., was de zetel van de Amsterdamse bestuurderen. Oudere Amsterdammers kennen het pand nog als het voormalige belastingkantoor. Nu heeft de Universiteit van Amsterdam het historische pand in gebruik. De buitenmuren aan de straatkant zijn beklad met graffiti en

WE'

de poort is beplalct met reclame-affiches. De gevel is in Hollandse renaissancestijl. We lopen door de poort naar rechts, de muffige fietsenkelder in. Hier is Wagenaar in zijn sas. "In deze kelder willen we een expositieruimte inrichten." Aan de verkoop van cultuurtoerisme wil hij zeker meewerken, zolang er een minimum-niveau gewaarborgd blijft. Aan de buitenmuur is een plaquette aangebracht ter herinnering aan Amerikaanse journalisten die omgekomen zijn in 1949 na een tocht uit Indonesië. Niets herinnert meer aan de oude gloriedagen van de V.O.C., maar dat zal dus veranderen. Gezellig ^^^•^ In de grote collegezaal op de begane grond malcen twee studenten hun huiswerk. Een modern paarsig vierluik hangt boven de negentiende-eeuwse schouw. De ramen en de schouw zijn negentiende-eeuws, alleen het zware eikenhouten plafond heeft de tand des tijds doorstaan. Wagenaar: "Hier vergaderden de bewindvoerders. Er wordt over gesproken om de zaal in oude stijl op te knappen. In samenwerking met het Rijksmuseum en het Amsterdams Historisch Museum wil de Universiteit van Amsterdam de zaal gaan inrichten voor officiële ontvangsten. Aan de muur moeten kaarten van Ambon, wapens en Aziatische snuisterijen hebben gehangen." Wagenaar ziet de oude tekeningen van deze kamer voor zich. "Vooral op dagen waarop werd aangemeld, was het hier een drukte van jewelste. Overal vandaan kwamen mensen die naar Azië wilden, veel lieden uit Duitsland. Zij logeerden hier allemaal in louche hotels in de omgeving. Vaak konden ze hun rekening niet meer betalen en werden ze gedwongen om zich in te schrijven, chaotische toestanden." Jongens die niets konden werden soldaat, maar naast ambachtslieden monsterden ondanks alle risico's zelfs welgestelden aan. Toen twee heren - degelijke bedienden van een ambassade in Den Haag - zich in Delft aanmeldden werd hen gevraagd: "Pardon, u kunt ell<e dag

CHAP, CULTUUR

O) SAMENLEVING

- MAART

wijn drinken en u wenst water?". Ondanks dat de omstandigheden slecht waren en het ook nog maar de vraag was of je levend terug keerde, bleef de Oost trekken. "Kijk alleen al naar het winkelbestand, elf procent van de winkels verkocht produkten uit Azië. In de Warmoestraat, de Lange Niezel, daar was het gezellig druk. Er liepen zeelui, vreemde gasten, het is daar dan ook niet veel veranderd." Nog één winkel heeft de sfeer van vroeger behouden, de drogerijen- en specerijenhandel Jacob Hooy en Co, sedert 1743 gevestigd aan de Kloveniersburgwal. In de winkel houten tonnetjes en laden vol kruiden, van kaneelpijpjes tot laurier. Maar hier worden niet alleen smaakmalcers verkocht, ook de ouderwetse geneeskrachtige kruiden uit de oosterse medicijnkast zijn verkrijgbaar; kumis kutjing, tegen nierstenen en timoe lawak voor de galblaas, op advies van de winkelier. Eenmaal buiten zegt Wagenaar: "Men stond hier open voor verweggiestan. Alles in Amsterdam werd aangevoerd, het is een geassembleerde stad. We voerden zoveel grenenhout in dat de zuidkust van Noorwegen bijna geheel ontbost werd. Voor het Paleis op de Dam moest natuursteen uit Duitsland worden geïmporteerd en marmer uit Italië. Wat hadden wij nou zelf? Modderkikkers en turf!" Juist het aanpassingsvermogen maalcte deze stad op kleine schaal kosmopolitisch. "Ons buiten is ons zelf", zegt hij, en hij voelt zich er wel bij: "Een diamant is alleen interessant omdat hij veel vlalcken heeft." Bij het Centraal Station nemen we afscheid. Ik sta nog even stil bij een meisje dat melancholieke noten ontlokt aan haar accordeon. Naast haar komt een zwerver staan met een elektronisch zoeminstrument. Ongeoefend klinkt het samen aardig vals. Ik geef een gulden en stap in de trein. Amsterdam, stad op palen, stad aan het IJ.

I 995

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1995

VU-Magazine | 588 Pagina's

VU Magazine 1995 - pagina 93

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1995

VU-Magazine | 588 Pagina's