VU Magazine 1995 - pagina 444
voor waarschuwt dat industrieën bij een strakkere wetgeving uiteindelijk de ene kankerverwekker door een andere zullen vervangen. Maar het is niet aanvaardbaar dat produktaansprakelijkheden daardoor in het vage blijven. Maatregelen als een rookverbod in vliegtuigen en strakkere regels ten aanzien van produktinformatie zijn eerste stappen in de richting van preventieve regelgeving, hoewel er in die richting veel meer mogelijk is. Vooralsnog is de strijd tegen de tabak heel wat gematigder dan die tegen drugs, terwijl drugs miljoenen levens minder eisen. Bij de strijd tegen kanker als gevolg van roken zou met name ook te denken zijn aan financiële steun voor tabal<;sboeren die bereid zijn heilzamer produkten te verbouwen. En voor preventie is ook onderzoek nodig naar de vraag waarom jongeren überhaupt met roken beginnen, en hoe ze ertoe gebracht kunnen worden te stoppen als ze eenmaal zijn begonnen. Op diverse plaatsen in de wereld bestaan al creatieve benaderingen van het probleem: het Zweedse beleid om op sigarettenpakjes de geschiedenissen af te drukken van mensen die aan kanker overleden; het verbod op rookvrije tabal< dat in 1986 in Hongkong werd uitgevaardigd; een stevig accijns op tabak zoals in Nederland. Er zijn inmiddels een aantal hoopgevende stappen in deze richting gezet, zoals bijvoorbeeld ook het verbieden van roken in openbare ruimten en op de werkplek. Laatstgenoemde maatregelen zouden wel eens de krachtigste anti-kankermaatregel aller tijden kunnen blijken te zijn.
lijk veroorzaakten. Wetenschapsbeoefenaren zouden fondsen hebben geworven om te onderzoeken waarom honger vooral in bepaalde families voorkwam, in plaats van te kijken naar de sociaal-darwinistische politiek van die dagen, of de vraag te stellen hoe het in 's hemelsnaam mogelijk was dat Ierland zelf in de jaren van de ergste hongersnood nog graan kon exporteren. F E T I S J VAN D O M M E
DINGEN
Rampen als de Ierse hongersnood en kanker zijn veel te complex en omvangrijk om herleid te kunnen worden tot een beperkt aantal oorzaken, of tot zeer bepaalde biochemische processen. Ze komen voort uit de structuur van een samenleving als geheel. Richard Lewontin, een populatiegeneticus aan de Universiteit van Harvard, formuleert dat op provocerende wijze als volgt: "Het is ongetwijfeld waar dat verontreinigingen en industrieel afval de onmiddellijke fysiologische oorzaken van kanker, stoflongen bij mijnwerkers en textielarbeiders, en nog heel wat andere aandoeningen zijn. Bovendien is het ongetwijfeld zo dat er sporen van kankerverwekkende stoffen zitten in het beste voedsel en het beste water dat vrij is van bestrijdingsmiddelen waar landarbeiders ziek van worden. Maar wie zegt dat bestrijdingsmiddelen de doodsoorzaak zijn van landarbeiders maakt een fetisj van domme dingen. We moeten onderscheid mal<en tussen directe en indirecte oorzalcen. Asbestvezels en bestrijdingsmiddelen zijn de directe oorzaken van ziekten en kwalen, maar het is een illusie om te denken dat de ziekten verdwijnen zo gauw we van deze stoffen af zijn, want daar komen dan gewoon andere stoffen met vergelijkbare effecten voor in de plaats. Zo lang efficiëntie, het maximaliseren van de winst uit produktie, of het voldoen aan centraal gestelde produktiedoelen zonder te letten op de middelen, de drijvende kracht blijven van produktiebedrijven waar ook ter wereld, en zolang mensen door economische noodzaak of overheidsvoorschriften bepaalde dingen moeten produceren en consumeren, zal de ene verontreiniging steeds opnieuw vervangen worden door een andere." Men hoeft niet in complottheorieën te geloven, of geneigd zijn de verwaarlozing van preventie toe te schrijven aan wetenschappelijk en industrieel eigenbelang, om in te zien dat effectieve preventie niet alleen veranderingen vergt in onderzoeksprioriteiten, maar ook in diep verankerd persoonlijk gedrag en de logica van zakelijk ondernemerschap. Dat was in de jaren zeventig al duidelijk toen een vooraanstaand kankeronderzoeker toegaf dat het weren van kankerverwekkers uit het milieu weliswaar de meest effectieve manier was om kanker te bestrijden, maar dat daarvoor "een zo ingrijpende reorganisatie vereist is dat de samenleving die alleen zal kunnen of willen aanvaarden als het geleidelijk, in een tijdsbestek van tientallen jaren, gebeurt". Overheden aarzelen om de verkoop van tabak aan banden te leggen omdat daarmee enorme inkomsten aan directe belastingen en accijnzen gemoeid zijn: alleen al in de VS meer dan 13 miljard dollar. Bovendien wijzen cynici erop dat kanker meer bij ouderen dan bij jongeren voorkomt, en daarmee de overheid een besparing op de kosten van de sociale zekerheid oplevert. Het is goed mogelijk dat Richard Lewontin er terecht
WETENSCHAP,
CULTUUR
BRUININGSCENTRA
Bij preventie zou het ook kunnen gaan om strenger toezicht op bestrijdingsmiddelen en om overheidssteun voor geïntegreerde plaagbestrijding en andere alternatieven voor de chemische landbouw. Onderzoek dat erop gericht is de overgang van auto's met benzinemotoren naar die met een elektrische aandrijving te vergemakkelijken, en meer steun voor internationale beperkingen van het gebruik van CFK's en andere stoffen die de ozonlaag aantasten, zouden ertoe kunnen bijdragen enkele van de meest voorkomende kankerverwekkers uit het milieu te weren. Er valt bovendien te denken aan strakkere regels voor bruiningscentra en met name ook aan het dichten van gaten in de wetgeving waardoor nu, bijvoorbeeld bij de katoenteelt, bestrijdingsmiddelen mogen worden gebruikt die voor voedingsgewassen verboden zijn, maar die toch, via onder andere katoenzaadolie, in ons voedsel terechtkomen. De forse omzetten van tabal<:s-exporteurs in aanmerking genomen, èn de aanhoudende pral<;tijk om geneesmiddelen, bestrijdingsmiddelen en voedingsadditieven waarvan het gebruik in Amerika verboden is, elders te dumpen, zijn de Verenigde Staten zonder meer de grootste exporteurs van kankerverwekkers ter wereld. Terwijl de tabal<:ssubsidies er binnenslands zijn teruggebracht, hebben de tabaksflrma's hun buitenlandse verkoop uitgebreid, daarbij geholpen door een handelsbeleid waarin tabak wordt beschouwd als een doorsnee-exportprodukt. Mede daardoor exporteert het land tegenwoordig meer dan drie maal zoveel sigaretten als willekeurig welk ander land ter wereld. In 1990 bekritiseerde de Wetenschappelijke Raad van
et) SAMENLEVING
18
- OKTOBER
1995
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1995
VU-Magazine | 588 Pagina's