VU Magazine 1995 - pagina 321
O. Wilson bedoelt met het uitsterven van soorten als een wereldwijde crisis. Voor veldbiologen over de hele wereld komt onderzoek hoofdzal<:elijk neer op het maken van veelal vruchteloze wandelingen in de regen. Daarom is het zo bizar dat anderen, zoals de Amerikaanse hoogleraar bedrijfskunde Julian L. Simon in het in 1994 verschenen boek 'Schaarste of overvloed' ('Scarcity or Abundance', Norton), de alarmerende gegevens afdoet als "statistische kletspraat"; volgens Simon zijn het de feiten, en niet de diersoorten die worden bedreigd. Om zulke verdraaiingen van de werkelijkheid te weerleggen, zijn wildbiologen en ecologen ertoe overgegaan hun beweringen te ondersteunen met harde cijfers. Zij tellen tegenwoordig de lijken op het slagveld en berekenen zelfs het tempo waarin soorten uitsterven. Om deze berekeningen te ijken, raadplegen zij paleontologische onderzoekingen naar de fossiele geschiedenis. Mijn onderzoek naar vogels op eilanden in de Stille Zuidzee bestaat uit veldonderzoek, het bieden van hulp bij het opzetten van programma's voor de bescherming van de dieren, en het ontwikkelen van theoretische modellen om de reeds uitgestorven soorten en hun populatieverloop in kaart te brengen. Al die cijfers wijzen helaas uit dat het uitsterven van soorten niet kan worden weggewuifd: het is als feit even tastbaar en onverbiddelijk als de januariregens op Maui.
rondjes door een dikke mist en landen vervolgens zachtjes op de met gras begroeide open plek die Tom en ik Trisbee Meadow' noemen. Binnen een paar minuten is Tom weer vertrokken en treden kou en stilte in. Na een vluchtig "hallo" tegen de assistenten die me hebben opgewacht begin ik mijn donsgevoerde jack, regenkleding en rubberlaarzen uit te pakken. Met zijn ligging aan windzijde van de berg, op een hoogte van meer dan tweeduizend meter boven zeeniveau, vormt Frisbee Meadow een schril contrast met Lahaina, slechts vijftig kilometer hiervandaan, dat wordt bevolkt door toeristen in Hawaïhemden. Hier is het eind januari regenachtig, terwijl de temperatuur overdag schommelt rond de 21'^C. Maar 's nachts, wanneer het wolkendek daalt tot beneden kampniveau en de hemel onbewolkt achterblijft, daalt de temperatuur tot ver onder nul. We gaan op zoek naar de meest zeldzame vogels ter wereld: zes soorten die alleen voorkomen op de Hawaïeilanden, waarvan vier alleen nog in de laatste stukjes bos op Maui. De akohekohe komt nog het meeste voor; van deze soort is negen maanden geleden voor het eerst een nest gevonden. Van de zeldzamere Maui-papegaaisnavel weten we dat hij te vinden is bij de akala, de inheemse frambozenstruik, uit de stam waarvan hij met zijn snavel de insektelarven plukt. Maar niemand heeft nog ooit een nest van de Maui-papegaaisnavel gevonden. Afgelopen herfst hebben we de voedingsecologie van deze twee vogels bestudeerd; nu richtten we ons op hun nestgebieden. De informatie is van essentieel belang voor collega's die plannen hebben om de bedreigde vogels in gevangenschap te kweken. Wat de andere vier soorten betreft zouden we al dik tevreden zijn als we er een levend exemplaar van tegenkwamen. De pocouli is pas twintig jaar geleden ontdekt en de laatste jaren maar zelden waargenomen; misschien is hij al uitgestorven. Hetzelfde geldt voor de nukupiiu, de bisschops-ou en de Maui-akepa. Deze tijd van het jaar, waarin vogels h u n broedplaatsen uitzetten en luidruchtiger zijn dan anders, biedt ons de meeste kans ze te treffen. Er is de stille hoop dat hun aantal nog dermate groot is dat de soorten nog zijn te redden. VRUCHTELOZE
BOTTENJAGERS Toen Polynesische kolonisten zo'n vijftienhonderd jaar geleden op Hawaï landden, kwamen ze slechts twee soorten zoogdieren tegen - vleermuizen en zeehonden - maar een rijke vogelfauna. Bij gebrek aan natuurlijke vijanden waren die vogels waarschijnlijk tam, zoals n u de vogels op de Galapagoseilanden waar de Polynesiërs zich nooit hebben gevestigd. Daardoor vormden de grotere soorten een gemakkelijke prooi voor de eerste Hawaïanen en de varkens en ratten die ze hadden meegebracht. Hun leefgebieden verdwenen doordat de nieuwe bewoners laaglandbossen kapten om taro en andere gewassen te verbouwen. Een tweede golf uitstervende soorten volgde op de ontdekking van de eilanden door kapitein James Cook in 1778. Handel en kolonisatie gingen gepaard met de komst van nog meer mensen, boskap en nog meer nieuw meegebrachte diersoorten. Rundvee en geiten vernielden de inheemse flora, die even weinig was voorbereid op grote herbivore zoogdieren als de vogels op ratten. Toen ook kwamen echter de eerste Europese natuuronderzoekers naar de eilanden. Dankzij hun inspanningen is de tweede golf uitstervende soorten bijzonder goed gedocumenteerd. De eerste had echter niets anders nagelaten dan botten, zodat veldbiologen het aantal van de toen uitgestorven soorten moesten schatten aan de hand van gevonden hottesten. Een belangrijke vindplaats voor bottenjagers is Barbers Point, een koraalrif dat van het vulkanische eiland Oahu in zee steekt en dat ik enkele jaren geleden bezocht in gezelschap van een ornitholoog. Op zijn aanwijzing stak ik mijn hand in een spleet vlak onder het wateroppervlak, woelde een beetje in de modder en haalde een handvol vogelbotjes boven water. Ze waren allemaal van soorten die op de eilanden niet meer voorkomen; sommige van zeevogels die nu alleen nog broeden op afgelegen, onbe-
WANDELINGEN
Het veldwerk blijkt geen onverdeeld succes. In de stroiTiende regen werd twee twee maanden lang 's nachts gewaakt bij de eerste twee Maui-papegaaisnavelnesten die ooit zijn gevonden. Na ons vertrek vingen waarnemers in een nabijgelegen gebied een glimp op van een nukupuu en een pocouli. De akohekohe en de papegaaisnavel zullen het waarschijnlijk wel redden. Hun aantal beloopt nog enkele honderden zo niet duizenden exemplaren. Bovendien vormen in gevangenschap gekweekte exemplaren een verzekering voor hun voortbestaan in het geval hun aantal plotseling snel begint te dalen, zoals bij veel andere Hawaïaanse vogels al is gebeurd. Maar de andere vier soorten zijn vrijwel zeker ten dode opgeschreven; wat we niet kunnen vinden kunnen we ook niet redden. De vogels zijn zo zeldzaam geworden dat ze waarschijnlijk zelfs elkaar niet meer weten te vinden. Voor veldbiologen als ik is dit verhaal ontmoedigend alledaags. Wij weten heel concreet wat de ecoloog Edward WETENSCHAP,
CULTUUR
a>
SAMENLEVING - ]ULl/AUGUSTUS 27
199^
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1995
VU-Magazine | 588 Pagina's