VU Magazine 1995 - pagina 203
wondt moet zout en water tot zich nemen om te overleven. Bitter is een belangrijke gif-indicator: het meeste gif afkomstig uit de plantenwereld is namelijk bitter. De functie van zuur is moeilijker te interpreteren, maar zij kan bijvoorbeeld liggen in de mogelijkheid om er onrijp fruit mee te signaleren. Generaties schoolkinderen is abusievelijk bijgebracht dat elk van de vier basissmalcen wordt gesignaleerd door een specifiek deel van de tong. Bartoshuk verwijst zo'n plattegrond van de tong met onderscheiden smaalcvelden naar het rijk der fabelen. Alle vier de smaken worden overal op de tong gesignaleerd, zegt ze, alleen de intensiteit van de signalering verschilt van plek tot plek. CALORIEHAARDEN
Basissmaken voorzien de mens van informatie die essentieel is om te overleven. Hoe gevoeliger de tong, des te gezonder en beter geïnformeerd zijn eigenaar, zou m.en denken. Maar hoe komt het dan dat door natuurlijke selectie een bevolking is gecreëerd waarin superproevers en niet-proevers ongeveer gelijk verdeeld zijn over de bevolking? Volgens Bartoshuk ligt de verklaring hiervoor in het feit dat het niet-proever- dan wel superproeverzijn allebei voordelen heeft. In omstandigheden waarin het meeste voedsel gewoon veilig is, zijn niet-proevers dankzij hun vlakke smaalcvermogen in staat zo'n beetje alles te eten, inbegrepen het voedsel dat de gevoelige superproever normaal gesproken zou laten staan. Zelfs in die gunstige omstandigheden, hebben vrouwen, zoals gezegd, minder speelruimte dan mannen, wat verband zou kunnen houden met hun buitengewoon gevoelige tong. Bartoshuk ontdekte dat die gevoelige tong zwangere of zogende vrouwen goed uitkomt. Zij hebben een nauwkeurig graadmeter nodig om caloriehaarden te identificeren en om vergiftiging te voorkomen, wat zowel voor hun eigen gezondheid als voor het welzijn van hun baby's uiteraard gunstig is. Bartoshuks fascinatie voor smaakwaarneming dateert uit haar studententijd, toen haar vader kanker kreeg, waarna een chemokuur zijn smaalcvermogen deels vernietigde en zijn trek in zijn favoriete voedsel deed afnemen.
Sindsdien heeft Bartoshuk zich steeds afgevraagd hoe het komt dat de een dol is op een bepaald soort voedsel, terwijl een ander het verafschuwt. Bartoshuks belangrijkste onderzoeksresultaat tot nu toe, met praktische toepassingsmogelijkheden is de ontdekking dat smaakpapillen en pijnreceptoren op de tong ontspannen door de werking dezelfde twee zenuwen. Het onderzoek van een van haar studenten naar de reactie van superproevers op pijn, bracht haar op de vraag hoe superproevers reageren op het branderige gevoel dat chilipepers teweegbrengen. Zelf is Bartoshuk altijd een liefhebster geweest van chili, niet alleen van het gerecht, maar ook als speciaal fenomeen in smaal<:onderzoek. Pepers hebben heel opvallende eigenschappen: ze kunnen acute pijnreacties veroorzalcen zonder fysieke schade aan te richten. Veel onderzoek op dit punt was gericht op de vraag waarom mensen zichzelf willens en wetens pijn doen door sterk gepeperd voedsel te nuttigen. Maar een Hongaarse farmacoloog had eerder al aangetoond dat chilipepers pijnzenuwen ongevoelig kunnen ma[<:en. Deze fanos Szolcsanyi ontdekte dat, wanneer de huid in contact werd gebracht met capsaïcine (het bestanddeel dat pepers heet maakt) het branderige gevoel bij herhaald contact gaandeweg afnam. Sindsdien maken commercieel vervaardigde crèmes, verkrijgbaar bij de drogist, dankbaar gebruik van de pijnstillende kracht van deze stof. Het effect van capsaïcine-crèmes is echter vrij zwak; Bartoshuks team dacht betere resultaten te kunnen leveren. Ze wreven de tongen van vrijwilligers een minuut lang in met een capsaïcine-oplossing met ongeveer de kracht van medium: pittig maar niet heet. Na ongeveer vijftien minuten verdween het aanvankelijke gloeien. Herhaling van de behandeling leidde daarna niet tot extra branderigheid. Integendeel: de tong bleek verdoofd. In feite verdoofde capsaïcine de tong zelfs sterker dan de oorspronkelijke prikkeling was geweest. Door langzaam de dosering op te voeren kon Bartoshuk steeds sterkere pijnen blokkeren zonder ooit capsaïcine boven de toelaatbare hoeveelheden toe te dienen. De vraag rees of hetzelfde effect
WETENSCHAP,
CULTUUR
a) SAMENLEVING
17
- MEI
1995
gebruikt zou kunnen worden om acute klinische pijn te behandelen. Voor een antwoord op deze vraag zocht Bartoshuk samenwerking met een arts van de oncologieafdeling van een academisch ziekenhuis, en met medewerkers van het chemisch laboratorium van kruidenfabrilcant McCormick. Gezamenlijk vermengden zij toffees met rode peper in een concentratie van ongeveer een halve theelepel cayennepeper per vier ons stroop. Het hete mengsel werd toegediend aan negen kankerpatiënten met mondletsel. Op een schaal van één (nauwelijks pijn) tot tien (maximale pijn) reduceerde één enkele dosis van het mengsel de gemiddelde pijn van de patiënten enige uren lang van circa zes tot anderhalf. Geen andere, de slijmvliezen irriterende stof beschikt tegelijkertijd over zo'n pijnstillende kracht als capsaïcine. Dat is de voorlopige conclusie waarvoor Bartshuk op dit moment bevestiging zoekt in een placebostudie waarbij zwarte peper gebruikt wordt. "Het is ongelooflijk", zegt zij er zelf over. "De ingreep is niet belastend voor de patiënt, en goedkoop bovendien. En het effect is boven verwachting." Bartoshuks woorden lijken een pleidooi. Ze weet dat veel collega-wetenschappers - de medisch opgeleide in het bijzonder - haar werk in het gunstigste geval beschouwen als quasiwetenschap. Toch is haar onderzoek niet van praictische relevantie ontbloot: "Denk aan alle mogelijkheden en besparingen in met name de gezondheidszorg die reëel zijn zodra we in staat zijn gezond voedsel zo lekker mogelijk te maken", zegt zij. "Maar dit onderzoek wordt niet gesubsideerd, en de mensen die het doen, houden de resultaten voor zich." Voor een vrouw kan het al helemaal frustrerend zijn om onderzoek naar smaakwaarneming te promoten. Hoewel de eerste arts die toestemming gaf voor capsaïcineonderzoek bij pijnpatiënten een man was, wezen de meeste andere mannelijke artsen haar en haar vrouwelijke collega de deur als "een paar meisjes van de suikerwerkfabriek". Thomas Levenson is televisieproducer en auteur van 'Measure For Measure: A Musical History Of Science' (Simon & Schuster, 1994). © The Sciences, tweemaandelijks tijdschrift van The New York Academy of Sciences, januari/februari 1995.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1995
VU-Magazine | 588 Pagina's