Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

VU Magazine 1995 - pagina 277

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

VU Magazine 1995 - pagina 277

4 minuten leestijd

zijn computerscherm met modem wellicht helemaal niet meer hoeven te verlaten om boomtopbiologie te bedrijven. De verbeterde onderzoeksmiddelen hebben geleid tot een explosieve groei van de belangstelling voor en de vooruitgang van het onderzoeksterrein, die in geen verhouding staan tot de voortgang van de biologie in het algemeen. De geldstroom voor projecten in de kroonlaag is eindelijk op gang gekomen, zoals een miljoenensubsidie van het Amerikaanse Congres voor aankoop en onderhoud van een hijskraan voor onderzoek naar de kroonlaag van volwassen bossen in de noordwestpunt van de Verenigde Staten. Zodoende is er nu een grote, zij het nog wat onevenwichtig samengestelde hoeveelheid informatie voorhanden over het kroonlaag in tropische, gematigde en arctische regenwouden. Het avontuur is voorbij; de pioniers werden gevolgd door boeren, de boeren door kolonisten, en die weer door andere functionarissen die hun bestaan ontlenen aan de beschaving. Het is een stadium dat andere wetenschappelijke disciplines al veel langer geleden doorliepen. De uitvinding van de zuurstoffles ontsloot de oceaanbodem voor de mariene biologie en luidde het begin in van de professionalisering van dit valegebied. Kroonlaagbiologen bevinden zich nu in een vergelijkbare overgangsfase - van pioniersgebied naar terra cognita - en staan voor de vraag hoe het ze zal vergaan wanneer zij vanuit hun hut in het bos moeten verhuizen naar een rijtjeshuis in een woonwijk. Welke uitdagingen zijn er nog over voor onderzoekers in een vakgebied dat nu overspoeld wordt met nieuwkomers die staan te trappelen om de vruchten te plukken die tien jaar geleden slechts waren voorbehouden aan een handjevol dapperen? Ecologen proberen nog steeds grip te krijgen op de dynamische driedimensionale gegevens die een bos oplevert. Dat het belangwekkend is om de ruimtelijke spreiding van de wisselwerking tussen organismen in twee dimensies in kaart te brengen en te analyseren, is al lang duidelijk. Omdat bijvoorbeeld woestijnplanten wedijveren om het water, is hun ruimtelijke verspreiding regelmatig. Bij andere planten, die misschien van elkaar afhankelijk zijn voor de bestuiving, wordt die onderlinge afhankelijkheid evenzeer weerspiegeld in hun verspreidingspatroon. Dergelijk ruimtelijk onderzoek heeft geleid tot inzichten in de chemische en biologische processen die ten grondslag liggen aan de onderlinge wisselwerking tussen planten. Maar in de kroonlaag - een bij uitstek driedimensionaal ecologisch systeem - zijn de ruimtelijke patronen nog niet in kaart gebracht, voornamelijk doordat ze zo complex zijn. Er zijn nog geen methoden die degelijke statistisch materiaal opleveren, en ook geen betrouwbare schattingen over populatieverspreidingen van dieren en planten in de kroonlaag. Die lacune is gedeeltelijk te wijten aan de tot nu toe gevolgde methoden om gegevens te vergaren, op te slaan en te analyseren: het geklauter in bomen heeft ertoe geleid dat onderzoekers traditioneel in hun eentje of in kleine groepjes werkten, zodat ze slechts kleine hoeveelheden informatie over een beperkt aantal onderzoeksobjecten konden verzamelen.

lende teams bezig zijn met onderzoeksprojecten die elkaar aanvullen; zoals bijvoorbeeld het onderzoek naar de verscheidenheid aan bladvoedingsstoffen en insekten in een afgebalcend gebied. Hetzelfde geldt voor de hijskraan die in het noordwesten van de V.S. wordt gebouwd: daarmee kunnen onderzoekers een hele reeks onderwerpen gaan bestuderen: van de opbouw van bomen tot de gevolgen van luchtvervuiling voor korstmossen in de kroonlaag. Die onderzoekers zullen ruimtelijke informatie over de onderliggende lagen - boomstammen, talcken en gebladerte nodig hebben om deze met hun eigen gegevens te combineren. VERBROKKELD

Gegevens over de kroonlaag zullen ten goede kunnen komen aan onder meer de geografie en de ruimtelijke ordening. Omgekeerd kan informatie uit die disciplines de kroonlaagbiologen weer tot nut zijn. Voor zulk wederkerig gebruik van informatie is een goede coördinatie een eerste vereiste. Om aan die eis tegemoet te komen hebben Geoffrey Parker (verbonden aan het Smithsonian Environmental Research Center in Maryland) en ik opdracht gekregen een opzet te malcen voor de gecoördineerde verwerking van driedimensionale gegevens. Daarbij zal dankbaar gebruik worden gemaakt van methoden die in andere valcgebieden gangbaar zijn, zoals de oceanografie, de elektrotechniek, de astronomie, de hydrologie, de geneeskun-

Nu de problemen van toegankelijkheid en miskenning de wereld uit zijn, moeten de onderzoekers streven naar bredere samenwerkingsverbanden waarin veel verschilWETENSCHAP,

BEELD

CULTUUR st SAMENLEVING

- JUNI

199s

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1995

VU-Magazine | 588 Pagina's

VU Magazine 1995 - pagina 277

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1995

VU-Magazine | 588 Pagina's