VU Magazine 1995 - pagina 134
DE
UITSPRAAK
D.
PRINSEN
evenmin sprafc. Nóóit s p r ^ van geweest üük, aldus de fabri v,Zf ^'T^i'^f Vleeswaren levert honderd verschillende nri '-'«'« /«^/-frikadellen in twee
kwalueUsJdas.en.-goedenren
Koed , alhankeJijk van de verJlHHdingen waarin f*" ~
^ ^ ^ e h a k t m o t e n gaan. Van " ^ ^ ^ ^ 1 volgens de di-
I
n de serie 'Aspecten van de Nederlandse Cultuur' mag, na de boze-brief-schrijver, de frikadel zeker niet ontbreken. Deze, door Van Dale rijkelijk vaag als "gehakt vlees" omschreven snack, blijkt het populairste hartige tussendoortje in ons land. En bovendien is de frikadel in opspraak, zoals dat een cultureel fenomeen in dit land betaamt.
voorkomen besloot hij open kaart te spelen en de geheime receptuur van de gewraakte vleeswaar aan de openbaarheid prijs te geven. Maar dat had hij beter niet kunnen doen... Een frikadel bestaat uit van alles en nog wat, maar niet of nauwelijks uit rundvlees. Floofdbestanddeel is gemalen "pluimveevlees" (een aanduiding die de goede verstaander doet beseffen dat hiermee geen kip bedoeld is, maar bijvoorbeeld struisvogelvlees dat, afgezien van de in betere kringen populaire biefstuk van deze loopvogel, verder nauwelijks aftrek vindt), aangevuld met kinnebak- en rugspek van het varken èn vlees van de "voorvoet" (de voorste delen van nek en schouders tot borstkas en middel) van... het paard.
Uiers
Deze opspraak houdt geen verband met de laatdunkendheid waarmee het woordenboek de vleeswaar bejegent ("frikadellenbuurt, v. (m.) (-en), (Zuidned.) gemene achterbuurt"). Die bejegening kan de frikadel [fzikandel mag niet van Van Dale, frikkedel weer wel) als meest genuttigd snackbarartikel hooghartig naast zich neerleggen. De consumptie mag bovendien bogen op een lange staat van dienst. Ruim honderd jaar geleden bewees 'Franck's Etymologisch Woordenboek der Nederlandsche Taal' het bestaan ervan door het woord "frikkadel" via het Franse fricadelle te herleiden tot de Latijnse werkwoordvervoeging fiigo: "ik rooster". Wat er precies geroosterd werd, liet etymoloog Franck in 1892 in het midden. En daarin is een eeuw lang weinig verandering gekomen. Tot onlangs het gerucht de ronde deed als zou de frikadel voornamelijk zijn opgetrokken uit gemalen koeie-uiers. Een ernstige waarschuwing zou in dit verband zijn uitgegaan van de Veterinaire Fioofdinspectie Voll<sgezondheid om vervolgens als gerucht via Agrarisch Dagblad en Vollcskrant een ongecontroleerd eigen leven te gaan leiden. Niet dat er koeie-uiers in de vleeswaar verwerkt waren was overigens hoofdoorzaak van de opschudding, maar het feit dat uiers, uit de aard hunner functie, dusdanig vaak met ontsmettingsmiddelen en antibiotica zijn behandeld dat een uit uiervlees vervaardigde frikadel eigenlijk niet vrijelijk verkrijgbaar zou mogen zijn in de snackbar, maar alleen op doktersvoorschrift bij de apotheek. Aldus de krant. Een gerucht. En dus niet waar. De Veterinaire ïFoofdinspectie ontkende in alle toonaarden zich ooit denigrerend over het produkt in kwestie te hebben uitgelaten. Maar Neerlands grootste frikadellenfabrikant - Van Lieshout Vleeswaren in Helmond; goed voor zestig procent van de in Nederland omgezette frikadellen zag zijn hele nering door leugens en journalistieke achterklap al naar de ratsmodee geholpen. In een wanhopige poging die ramp te WETENSCHAP,
CULTUUR
Vooral het laatste ingrediënt gaat volgens mij de frikadel de eerste plaats kosten. Want Nederlanders stoppen zonder veel scrupules van alles in hun hoofd - bloedworst, zult, rundertong en desnoods ook gemalen koeie-uiers als daarmee een doktersvisite en tweevijftig eigen bijdrage voor een penicillinekuur zijn uit te sparen - zolang het maar goedkoop is en ze zelf zo'n beest niet hoeven dood te maken. Maar bij sommige diersoorten gaat het licht onherroepelijk op rood. Dat is in toenemende mate het geval bij het paard; edel dier wiens vlees vroeger, toen er nog werkpaarden te over waren en de prijsstelling derhalve betrekkelijk gunstig was, nog wel aftrek vond bij de lagere sociale klassen. Maar paardevlees is inmiddels net zo taboe als het dragen van echt bont, waartegen een dierethisch gestoorde meute, na een overigens terecht protest tegen de wijze waarop zeehondebaby's worden afgeslacht, nu te hoop loopt. Bont, nota bene het oudste, beste en meest natuurlijke middel om de mens te beschermen tegen weer en wind. De argumenten tegen bontboerderijen, waar speciaal gekweekte dieren goed verzorgd en op een nette manier om zeep geholpen worden, raken dan ook kant nog wal (voor zover althans geuit door schijnheilige niet-vegetariërs die wèl vlees eten en leren schoenen dragen). Nee, met de populariteit van de frikadel is het gedaan. Die is er straks alleen nog voor de upper ten, exclusief verkrijgbaar in drie-sterrenrestaurants. Ik denk dat ik er alvast eens eentje ga proberen.
et) SAMENLEVING
- MAART
199s
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1995
VU-Magazine | 588 Pagina's