Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

VU Magazine 1995 - pagina 174

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

VU Magazine 1995 - pagina 174

1 minuut leestijd

I

n het vroege voorjaar van 1946 werden 153 kisten met boeken voor de deur van de Amsterdamse Universiteitsbibliotheek aan het Singel afgeleverd. Bij het uitpakken kwam de bijna complete collectie van de 'Bibliotheca Rosenthaliana' tevoorschijn. De kostbare joodse boekenverzameling die de nazi's twee jaar tevoren - "zui Erfoïschung der fudenfrage" - hadden geroofd, was kort na de oorlog door het Amerikaanse bezettingsleger in de buurt van Frankfurt teruggevonden. De repatriëring had enige tijd op zich laten wachten, maar nu was de Bibliotheca Rosenthaliana weer thuis, zoals een verheugde wethouder van onderwijs meldde. Het avontuur had zijn sporen nagelaten: sommige boeken vertoonden kogelgaten, andere waren door de muizen aangevreten, en een aantal exemplaren was door de nazi's voorzien van stempels. Maar de verzameling was nog compleet. En daarmee was de laatste wens van de in 1868 overleden Rabbi Leeser Rosenthal, die van de bibliotheek zijn levenswerk had gemaal<:t, gelukkig niet geschonden.

Rosenthal, een telg uit een Pools joods geslacht van leraren en rabbi's, had al vroeg een grote belangstelling voor oude boeken ontwikkeld. In Hannover besteedde hij een belangrijk deel van zijn tijd en geld aan het opbouwen van de collectie die later zijn naam zou dragen. Bij zijn dood liet hij zijn kinderen 5200 boeken na, waaronder 32 handschriften, 12 Hebreeuwse incunabelen (boeken die voor 1501 zijn gedrukt) en een keur van zeldzame Hebraïca en Judaica. Na Rosenthals overlijden nam zoon George, bankier te Amsterdam, de boeken mee naar huis en sloeg ze op in zijn grote woning aan de Herengracht. Een catalogus van de bibliotheek bestond niet, er was alleen de Hebreeuwse beschrijving van de boeken die rabbi Rosenthal voor eigen gebruik had vervaardigd. Omdat de collectie op deze manier niet toegankelijk was, verzocht George Rosenthal een der bekwaamste Hebreeuwse bibliografen een catalogus samen te stellen; een tijdrovende en ingewikkelde klus. Pas in 1874, na vijf jaar werken, kon de 'Catalog der Hebraica und Judaica aus der L. Rosenthal'schen Sammlung' worden gedrukt. Vervolgens was het zaak om, naar de wens van vader Rosenthal, een pas-

sende bestemming voor de bibliotheek te vinden. Gemakkelijk was dat niet. De Duitse kanselier Bismarck, die als een der eersten werd benaderd, wees het aanbod de boeken op te nemen in de Kaiserliche und Königliche Bibliothek te Berlijn, van de hand. Ook onderhandelingen met bibliotheken in Hongarije en Amerika liepen op niets uit. Op 6 juli 1880, tenslotte, besloot George Rosenthal de complete collectie te schenken aan de Amsterdamse Universiteitsbibliotheek, die kort tevoren een nieuwe en veel ruimere behuizing had gekregen aan het Singel. De zoon van rabbi Rosenthal verbond aan zijn royale aanbod slechts de voorwaarde dat de verzameling "ondeelbaar bij eUcander moest blijven, ter nagedachtenis van den geleerden verzamelaar die daaraan bijna geheel zijn leven had gewijd." AMULETTEN

Op 21 juli 1880 lieten burgemeester en wethouders van Amsterdam bankier Rosenthal weten "het vorstelijk geschenk met den warmsten dank" te aanvaarden. Sindsdien vormt de Bibliotheca Rosenthaliana een aparte collectie binnen het geheel van de universitaire collectie, met een eigen studiezaal en een eigen conservator. In de loop der jaren is de privécoUectie van de rabbijn uit Hannover uitgegroeid tot een verzameling van tienduizenden gedrukte boeken. Daarnaast bevat de bibliotheek prenten, gravures, landkaarten, archieven en munten, en een beroemde verzameling handschriften. Vooral in de jaren na de Tweede Wereldoorlog kwamen er veel kostbare joodse manuscripten op de markt, die ooit hadden toebehoord aan degenen die niet terugkeerden uit de vernietigingskampen. De verzameling handschriften van de Rosenthaliana is in die jaren ruimschoots verdrievoudigd. Handgeschreven boeken hebben in het joodse leven van oudsher een grote rol gespeeld. Zo zijn niet alleen de perkamenten wetsrollen met de vijf boeken van Mozes, maar ook de joodse huwelijks- en scheidingsalcten met de hand geschreven. Ook amuletten dienden handgeschreven te zijn. De achttiende-eeuwse kraamkamer-amuletten waarvan de Bibliotheca Rosenthaliana er verscheidene bezit, bevatten rijk versierde kabbalistische spreuken en psalmteksten, die geacht werden de moeder en het pasgeboren kind tegen

WETENSCHAP,

CULTUUR

et) SAMENLEVING

36

- APRIL

de aanvallen van duivelin Lilith te beschermen. Daarnaast zijn bijna alle polemische geschriften tegen het christendom met de hand geschreven. Maar dat had weinig met traditie en heel veel met de veiligheid te maken: het was veel te gevaarlijk om dergelijke teksten te laten drukken. Bekend is bijvoorbeeld de 'Toledot Jeshu hanozri', een polemische biografie van Jezus, waarvan de Rosenthaliana maar liefst vijf afschriften in bezit heeft. Een van de beroemdste stukken uit de collectie Rosenthal is een in 1904 voor f. 110,- aangekochte wetscodex uit de dertiende eeuw. De oorspronkelijke eigenaar van dit gekleurde en met goud ingelegde handschrift was een Londense rabbijn, die de codex na zijn dood per schip naar zijn vader in Berlijn liet sturen. Het schip kwam echter in een zware storm terecht en verging. Het kostbare handschrift, dat aanspoelde op de Friese kust, werd door een strandjutter gevonden en belandde na vele omzwervingen in Amsterdam. Tot op de dag van vandaag is er nog wat zand en zeewier tussen de perkamenten bladen te zien en bevat de tekst hier en daar zoutwatervlekken. JODENLAP Onder de handschriften van de Bibliotheca Rosenthaliana is er slechts een die door een vrouw is vervaardigd. De veertiende-eeuwse Hannah, dochter van Menahem Zion tekende overal waar haar naam in de tekst voorkwam een klein kransje van bloemen. Passages die haar na aan het hart lagen voorzag ze eveneens van extra versieringen, zoals gedeelten over ritueel baden. Over deze Hannah is verder niets bekend. Verondersteld wordt dat ze een meisje van goeden huize was, omdat het leren lezen en schrijven in die jaren, zeker voor meisjes, zeer ongebruikelijk was. Behalve handschriften bevat de Rosenthaliana 34 incunabelen. Hebreeuwse incunabelen zijn zeldzaam. Ze vormen niet meer dan een half procent van de totale hoeveelheid vijftiende-eeuwse drukken. Vanwege de vele jodenvervolgingen in alle delen van Europa moet het aantal Hebreeuwse drukpersen zeer klein zijn geweest. De meeste joodse drukkerijen bevonden zich in het zuiden van Europa, voornamelijk in Spanje en Italië. Vooral het koninkrijk Napels was bij joden zeer in 199^

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1995

VU-Magazine | 588 Pagina's

VU Magazine 1995 - pagina 174

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1995

VU-Magazine | 588 Pagina's