VU Magazine 1995 - pagina 420
gingen wordt gemaakt. De cadans van de muziek is weergegeven in horizontale maatstrepen die elke kolom op vaste afstanden doorsnijden. Laban beschreef dit systeem, dat ook wordt aangeduid als 'kinetografie' in zijn boek 'Schrittanz' (1928). Uit de voorbeelden die erin voorkomen blijkt het schriftelijk eindprodukt imposant: een paar tellen dans monden uit in een waar spoorweg-emplacement van symbolen. Het oordeel van dansdeskundigen over de 'Laban-notatie' luidt dan ook bijna unaniem dat dit dansschrift even nauwkeurig als onbruikbaar is. Als hulpmiddel om even een dansje te schetsen is deze methode veel te complex. De (relatief) simpeler tegenhanger heet 'choreologie' of 'Benesh-notatie'. Dit schrift werd in de jaren vijftig ontwikkeld door het echtpaar Rudolf en Joan Benesh. Wereldwijd zijn er zo'n vijftig personen die het kunnen lezen en noteren. Ook in de Benesh-notatie worden hoogte-niveau's van het lichaam van de danser onderscheiden, alleen worden ze hier op de vijf horizontale lijnen geprojecteerd. Een soort notenbalk waarin opeenvolgende stokfiguurtjes worden genoteerd. De posities van alle lichaamsdelen en gewrichten worden in symbooltjes weergegeven. KARAKTERROLLEN
De choreologische bewegingsanalyse is daarmee lang niet zo diepgaand als in de kinetogrammen van Rudolf Laban, maar wél wat toegankelijker. Met een flinke portie fantasie vormen de symbolen kleine zij-aanzichtjes van de danser. Doordat het Benesh-schrift veel minder omslachtig en tijdrovend is, blijkt er voor deze notatie in de pralctijk van de huidige dansgezelschappen zelfs enig emplooi. Het Nationale Ballet in Amsterdam heeft, als enige Nederlandse dansgezelschap, twee choreologes in dienst. Het is hun taaie om, over de schouder van choreografen meekijkend, van elk nieuw ballet een master score op papier te zetten. Bij 'The sleeping beauty' leidde dat tot een document dat vier ordners vult. Zelfs na vele jaren training blijkt het ondoenlijk om met de oefenende dansers mee te schrijven. In de praletijk moeten er regelmatig videoregistraties geraadpleegd worden om de notaties achteraf te completeren.
"Dansnotaties zijn meestal volslagen onpraktisch", meent docente Isabella Lanz, "al zijn er wel gezelschappen die gebruik maken van authentieke notaties omdat ze zich toeleggen op een oude dansvorm. Barokdans bijvoorbeeld, die wordt ingestudeerd aan de hand van de authenthieke partituur in Feuilletnotatie. De puristen proberen daarbij aan de hand van schilderijen en oude geschriften de exacte dans-etiquette te reconstrueren. Maar verder lopen dansers écht niet met een velletje papier in de hand te oefenen." In de academische balletopleidingen raleen de studenten vertrouwd met alle klassieke balletten. Van alle beroemde pas de deux worden stukjes gedanst. Als een professionele danser 'het Zwanenmeer' instudeert, vult algemene balletkennis de leemte van een ontbrekende danspartituur. Het kan dus zonder notatie. Bovendien kan een partituur nooit exact zijn, omdat iedere choreograaf zijn eigen opvattingen heeft. Zo maakte Rudi van Dantzig 'zijn' Zwanenmeer op basis van een Russische produktie. Maar de passen die hij als uitgangspunt nam
WETENSCHAP,
CULTUUR
O) SAMENLEVING
so
- SEPTEMBER
waren weer een bewerking van het oorspronkelijke stuk van choreograaf Marius Petipa, dat in januari 1895 te St. Petersburg in premiere ging. Lanz: "Vaak is het authentieke stuk er helemaal niet meer. En als het er nog was, zou het niet zo uitgevoerd worden. In het oorspronkelijke Zwanenmeer zaten veel karaleterrollen, destijds uitgevoerd door dikke danseressen of dansers met enorm zware kostuums. Als je dat nu zou doen zou iedereen in slaap vallen. Choreografen willen iets toevoegen. De muziek is het enige waar ze echt aan vastzitten". Bij het instuderen van een bestaand stuk blijken tegenwoordig negen van de tien gezelschappen gebruik te maken van video-registraties. In de laatste fase komt een repetitor de puntjes op de i zetten. Toen het Nationale Ballet Frank Ashtons bewerking van 'Cinderella' had ingestudeerd, arriveerde drie weken voor de premiere topdanser Michael Soames, die bij het Royal ballet zelf een hoofdrol in dit stuk had gespeeld. Bovendien had hij Ashton goed gekend en was dus als geen ander in staat om 1995
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1995
VU-Magazine | 588 Pagina's