Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

VU Magazine 1995 - pagina 31

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

VU Magazine 1995 - pagina 31

3 minuten leestijd

zouden worden over Noord-Amerika, zouden ze dit continent tweemaal volledig bedekken. Alleen die omvang geeft al aan dat het proces van bladproduktie van essentieel belang moet zijn voor het leven op aarde. Juist die alomtegenwoordigheid van bladeren heeft echter een paradoxaal gevolg. De wetenschappelijke bestudering van de structuur en ontwikkeling van bladeren heeft zich moeten ontworstelen aan de dictatuur van het alledaagse. "Iedereen weet wel zo ongeveer wat wordt bedoeld met de term blad", schreef de Brit Frederick O. Bower in 1908 in zijn klassieke werk 'Origin of a Land Flora'. "Het is doorgaans een platte, gesteelde structuur, die een groot stuk groen weefsel blootstelt aan licht en lucht, meestal in een min of meer horizontaal vlak; en bij een groot aantal van onze inheemse planten valt het in de herfst af, bij de voet van de bladstengel van de plant gescheiden." Maar een precieze wetenschappelijke definitie - één waarbij ook de vele bladeren inbegrepen worden die in de herfst niet vallen, en zo uiteenlopende structuren als dennenaalden en de holle kelkvormige bladeren van bekerplanten - is niet eenvoudig te formuleren. Volgens Bower onderscheiden bladeren zich op drie punten van andere organen van planten: ze groeien zijwaarts vanuit de top van de stengel; ze beginnen hun leven als oppervlakteweefsel in plaats van als weefsel dat uit het binnenste van de plant tevoorschijn komt; en ze vormen zich in een regelmatige opeenvolging op voorspel-

WETENSCHAP,

CULTUUR

bare plaatsen. Bij sommige soorten planten (varens bijvoorbeeld) spelen bladeren een rol bij de voortplanting. Dat soort planten laat ik verder buiten beschouwing. Ik zal me hier concentreren op de ontwikkeling van bladeren bij de zogenaamde hogere planten, zoals kruiden, grassen, bomen en struiken, waar de fotosynthetische functie centraal staat. PRIMORDIUM

Bladeren beginnen heel klein. Ze ontstaan aan het uiteinde van de stengel van een plant in een gebied dat de groeitop wordt genoemd. Aan het uiteinde van die groeitop bevindt zich een koepelvormig stukje dat bedekt is met twee of drie lagen regelmatig gerangschikte cellen. Door een plaatselijke toename in snelheid van de celdeling op de zijkant van die koepelvorm ontstaat een knobbel, een zwelling van het koepeltje, ongeveer een twintigste millimeter onder de top. Uit elke knobbel, of primordium, groeit een nieuw blad. De stengel groeit door en het koepelvormpje wordt naar boven geduwd, waarbij nieuwe primordia blijven ontstaan; de oudere, verder ontwikkelde primordia blijven ondertussen ook doorgroeien rondom die nieuwkomers, die ze zo bedekken en beschermen. De primordia vormen zich de een na de ander in een strikte regelmaat. Als de plantesoort en de plaats van een of twee eerder gevormde primordia bekend zijn, kan zelfs

e) SAMENLEVING

- [ANUARI/FEBRUARI

199s

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1995

VU-Magazine | 588 Pagina's

VU Magazine 1995 - pagina 31

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1995

VU-Magazine | 588 Pagina's