VU Magazine 1995 - pagina 204
GOULD
&)
PURCELL
A A R D S E SCHEDELS Heeft de mens hij zijn geboorte buigzame schedelnaden omdat hij zoveel hersens heeftl Of heeft hij zoveel hersens dankzij die flexibiliteit van zijn schedeU TEKST:
STEPHEN
JAY G O U L D
/
E
en heel mensenleven is op de geologische tijdschaal in een oogwenk voorbij. De menselijke beschaving, met haar duizelingwekkende ontwikkeling van katapult tot kernralcet, is al zo'n tienduizend jaar oud. Toch is dat maar één procent van de miljoen jaar durende periode waarin onze vroegste voorouder, de australopithecus afazensis (ook wel Lucy genoemd), in Afrika heeft rondgestapt zonder dat zich merkbare veranderingen voordeden. Even fascinerend en ontzagwekkend als zo'n verschil in tijdschalen, zijn verschillen in omvang. Schaalgrootte is het meest ongrijpbaar bij objecten waarvan een onderdeel na uitvergroting nauwelijks van het grotere geheel blijkt te verschillen. Een varenblad met een getande rand ziet er in feite net zo uit als de centrale steel van de plant, omringd met bladeren; de kustlijn van Noord-Amerika tussen Maine en Florida kan er net zo uitzien als een pad rond één enkele landtong in het Acadia National Park. Meestal kunnen we de omvang van een object echter wel bij benadering vaststellen, zelfs als een spitsvondige fotograaf de bij wetenschappelijke illustraties gebruikelijke schaalaanduiding heeft weggelaten. Bij grote of kleine maten zijn bepaalde vormen uitgesloten, voornamelijk omdat het evenwicht tussen oppervlal<: en volume afhankelijk is van de groeisnelheid van het voorwerp. Zo moeten grote aardse dieren bijvoorbeeld heel dikke poten hebben om het lichaam te kunnen dragen. Bolvormigheid komt echter voor van groot tot klein; van piepkleine kogellagers tot de planeet Jupiter. Zijn de objecten op deze foto honkballen met gestikte naden, schedels met schedelnaden, of planeten met rivierbeddingen? Het zijn duidelijk geen honkballen, want de kronkelige gebroken loop van door de natuur gevormde naden staat in enorm contrast met de eenvoudige regelmaat die door de beperkingen en doelmatigheid van menselijke machines worden opgelegd. Maar hoe weten we dat de bijna perfecte bol rechtsboven op de foto een schedel is, iets wat in een handpalm past, en niet een hele wereld zoals alleen God die in zijn handen kan houden? Als een schaalaanduiding ontbreekt, zoeken we naar indicaties die veel bescheidener van aard zijn dan een naaimachine voor koeieleer. Eerst een aanwijzing ex post facto. Dit zijn schedels uit de anatomische collectie van de faculteit geneeskunde van Harvard. En museumconservators zijn er dol op hun objecten van labels te voorzien. De kandidaat-planeet Mars op de foto is voorzien van twee museumlabels. Nu zijn er wel WETENSCHAP,
CULTUUR
F O T O :
R O S A M O N D
PURCELL
New Age-adepten die menen een gebeeldhouwd mensengezicht op een berg op Mars te kunnen ontwaren, maar zelfs de onnozelsten onder hen zullen niet ook nog willen volhouden dat de planeet van labels is voorzien. Dit voorwerp moet dus een menselijke afmeting hebben. Ten tweede een indicatie die met de schedel zelf verband houdt. De zwaartekracht is er de oorzaak van dat rondvliegende voorwerpen ter grootte van planeten nagenoeg bolvormig zijn. (De zwaartekracht, een zwakke kracht die verband houdt met massa, heeft nauwelijks een uitwerking van dien aard op kleine voorwerpen, maar een allesbeheersende invloed op grote massieve objecten zoals hemellichamen.) De andere twee objecten zijn te weinig bolvormig om planeten te kunnen zijn, maar hebben, binnen het kader van menselijke afmetingen, een verklaarbare vorm. De vorm van de onderste is zelfs door mensenhanden veroorzaalct; de eigenaar van deze schedel behoorde tot een Indianenvolk dat, toen hij nog een baby was, zijn hoofd vervormde door het langdurig tussen planken te klemmen. Dit afplatten is slechts mogelijk doordat de schedel van de mens bij zijn geboorte nog flexibel is; daardoor heeft het hoofd van een pasgeborene tijdelijk de vorm van een banaan. De belangrijkste reden voor die flexibiliteit houdt verband met een ander kenmerk dat ons de schaal van de objecten helpt bepalen: de schedelnaden, die bij de geboorte buigzaam zijn en nog niet tot bot geworden. Die buigzaamheid maal<t het mogelijk dat de schedel van een foetus door het nauwe geboortekanaal kan worden geperst. Zonder die eigenschap zouden menselijke moeders nooit baby's met zoveel hersens op de wereld kunnen zetten. Deze flexibiliteit zou dus een voorwaarde kunnen zijn voor onze meest kenmerkende evolutionaire eigenschap. Maar toch kan de beweeglijkheid van schedelnaden niet zonder meer een aanpassing zijn aan ruimtegebrek tijdens de geboorte van zoogdieren. Want onze voorouders de reptielen, die alleen maar uit een ruim bemeten ei hoeven te springen, hebben óók buigzame schedelnaden. De evolutie moet het vaal<; hebben van zulke toevallige buitenkansjes net als wij, toen we in dit essay de schedelnaden en hun gevolgen gebruikten om er de schaalgrootte van de afbeelding uit af te leiden. Stephen Jay Gould is als hoogleraar geologie verbonden aan het Museum of Comparative Zoology van de Harvard-universiteit. Rosamond Purcell is kunstenares en fotografe en woont in Boston. &) SAMENLEVING 18
- MEI 199s
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1995
VU-Magazine | 588 Pagina's