Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

VU Magazine 1995 - pagina 338

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

VU Magazine 1995 - pagina 338

4 minuten leestijd

THEMAKATERN E R I C

LE

G R A S

Er zijn agressieve en vredelievende muizen, zegt de bioloog. Dat moet ook wel, want in de natuur komen beide gedragspatronen van pas. Maar tot nu toe is het selecteren van een agressieloze muis mislukt. De genen werken er niet aan mee. Helemaal zonder agressie kan blijkbaar zelfs geen muis. De muizenissen van een Groningse onderzoeker.

G E W E L D M E T EEN STAARTJE

P

vig te zijn aan dit soort natuurwetten, ook al is die constatering in feite weinig meer dan het intrappen van een open deur." Vandaar dus dat Van Oortmerssen voortdurend op zijn hoede is. Zeker wanneer vragen naar eventuele overeenkomsten tussen menselijk gedrag en dat van zijn muizen ter tafel komen, luidt zijn antwoord stelselmatig: "Daarover kan ik weinig zeggen. Dat heb ik niet onderzocht."

as op, steek je vinger niet in het kooitje. Dit zijn echte p i t b u l l - m u i z e n . " De waarschuwing van dl G.A. van Ooitmeissen is serieus bedoeld. Zijn muizen zijn geselecteerd op agressiviteit en bijten naar alles wat ze niet bevalt. Het gezellige getrippel en gepiep dat de kamer in de kelder van het Biologisch Centrum van de Groninger Rijksuniversiteit vult, is misleidend: dit zijn pure vechtmachines. Van Oortmerssen doet onderzoek naar het verband tussen erfelijke aanleg en gedrag. Hij is zich daarbij steeds meer op agressie gaan richten. Zijn specialismen zijn de erfelijkheidsleer en de ethologie - dat is de leer van het gedrag van dieren - maar hij is werkzaam binnen de valegroep dierfysiologie. "De genetische en de ethologische kant van agressie," zegt hij, "daar weet ik nu wel wat van af. Wat me bezighoudt, is de manier waarop genetische informatie in gedrag wordt omgezet. Daarvoor zijn fysiologische processen nodig. En daarom ben ik op dit onderzoeksterrein terecht gekomen." Het verhaal van Van Oortmerssen begint in de jaren zestig: "Toen ik in die periode afstudeerde was er weinig bekend over het verband tussen erfelijkheid en gedrag, al wisten we bijvoorbeeld uit Canadees onderzoek naar bijen dat het bestond. Het is een omstreden onderwerp, zoals de 'aiiaue-Buikhuizen' wel heeft aangetoond. Die probeerde vanuit de criminologie eenzelfde soort verband te leggen bij mensen. Dat werd een rel, want over de relatie tussen erfelijkheid en misdaad mocht je niet praten. Buikhuizen is eraan onderdoor gegaan. Hij is nu antiquair, geloof ik. "Hoewel het klimaat sindsdien is veranderd, blijft het oppassen. Ik doe onderzoek naar dieren en dat is minder bedreigend dan het werken met mensen. Toch is het kennelijk beangstigend te erkennen dat ook mensen onderheWETENSCHAP,

CULTUUR

KAALHEID

Onderzoekers als Van Oortmerssen krijgen regelmatig de vraag voorgelegd naar het belang van erfelijke factoren in vergelijking tot de invloed die de omgeving op het gedrag uitoefent. "Mijn antwoord daarop is, dat ze allebei voor honderd procent meedoen", aldus Van Oortmerssen. "De erfelijke aanleg ligt bij de geboorte vast, daar heb je geen omkijken naar. Maar de uitwerking van die aanleg verschilt en is ook afhankelijk van de omgeving; dat wil zeggen: van al het andere dan de genen. Kijk maar naar het gen voor kaalheid, dat bij de ene man op jonge leeftijd, en bij de andere man pas op veel latere leeftijd effect heeft. Bij sommige typen suikerziekte valt iets dergelijks vast te stellen. Je kunt er aanleg voor hebben, maar of en wanneer je de ziekte krijgt hangt af van je eetgewoonte." Hoe aanleg en omgevingsfactoren nu precies samengaan vormt het hoofdthema in het wetenschappelijke werk van Van Oortmerssen; "Voor mijn proefschrift zocht ik naar de genetische basis van het nestbouwgedrag van muizen. Voor het onderzoek gebruikte ik muizen van inteeltstammen die al sinds het begin van de eeuw via broer en zuster in het laboratorium zijn gekweekt. Ik haalde die dieren uit hun kooitjes en liet ze in een op de natuur gelijkende situatie een nest bouwen. De ene stam ging

e) SAMENLEVING

44

- juiilAUGUSTUS

1995

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1995

VU-Magazine | 588 Pagina's

VU Magazine 1995 - pagina 338

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1995

VU-Magazine | 588 Pagina's