VU Magazine 1995 - pagina 119
Ie reactie die allergieën oproepen en de irritatie die ze teweegbrengen. GROTE
uit dat in de helft van de gevallen slechts een van die tweelingen allergieën vertoont, terwijl de andere nergens last van heeft. Bovendien verschillen ook atopische mensen onderling; de een is allergisch voor stuifmeel, een ander voor garnalen. Waarom is Bill Clinton allergisch voor katten, als veel van zijn familieleden dat niet zijn? Misschien ligt de verklaring daarvoor besloten in de hypothese van Profet, en kwam hij als kind in aanralcing met een kat op hetzelfde moment dat hij werd blootgesteld aan een gifstof. In dat geval kan een of andere onschadelijke stof in opgedroogd kattespeeksel - een 'onschuldige-voorbijgangermolecule' zoals Profet het noemt - door een paar IgE-producerende cellen opgevat zijn als giftig of als een betrouwbare indicatie voor de aanwezigheid van dat gif. Immuuncellen die de kans krijgen op een vreemde stof te reageren, vermenigvuldigen zich daarna en blijven in hoge concentraties in het lichaam aanwezig, klaar om een herhaling van zo'n invasie af te slaan. Na die eerste episode met katten zou het immuunsysteem van de president grote aantallen anti-kattecellen hebben gemobiliseerd als verdedigingslinie bij een volgend contact met een kat.
HAAST
Doorgaans wordt het IgE-mechanisme omschreven als een afweermiddel tegen bacteriën, parasieten en andere indringers, maar volgens een interessante, meer recente theorie is het een afweermiddel tegen een heel ander soort gevaar. De Amerikaanse biologe Margie Profet meent dat het IgE-mechanisme ontwikkeld zou kunnen zijn als een reserve-afweersysteem tegen giftige stoffen. Gifstoffen, meestal gemaakt door planten om zich tegen vraat door insekten en andere planteneters te beschermen, omringen ons aan alle kanten - in het stuifmeel dat we inademen, de bladeren die we aanraken en het voedsel dat we eten. Het lichaam verdedigt zich op diverse manieren tegen deze gifstoffen. Enzymen en antistoffen in de bekleding van de luchtwegen en het spijsverteringskanaal breken ze af; slijmafscheidingen en de huid houden ze buiten; en concentraties van enzymen in de lever en de nieren vernietigen alles wat desondanks de dans nog wist te ontspringen.
Zou de dokter van de president er, alle bewijsmateriaal in aanmerking genomen, nu goed aan doen hem een antihistaminicum voor te schrijven? Is de allergie van de president een effectief afweermiddel tegen een in andere gevallen gevaarlijke gifstof, of is het een vals alarm? Hoewel zijn allergie waarschijnlijk niet nuttig is, blijkt het toch niet geheel zonder risico oin tot zo'n behandeling te besluiten. Passend onderzoek naar allergie-onderdrukkende middelen, dat het soort gevaren dat Profets theorie suggereert op het spoor zou kunnen komen, is namelijk nog niet verricht. Evenmin trouwens, als het onderzoek naar de schadelijke of gunstige effecten die een dergelijke symptoombestrijding bij allergieën op de lange termijn kan hebben.
Maar stel dat al die afweermiddelen toch falen; in dat geval springt het reservesysteem bij, aldus Profet, met als gevolg: allergie. Tranen spoelen gifstoffen uit de ogen; niesen hoestbuien verdrijven ze uit de ademhalingswegen. Allergische reacties zijn de enige van alle immuunreacties die grote haast lijken te hebben. Ze moeten wel: het dodelijke gif van het vingerhoedskruid werkt zo snel dat de gealarmeerde eerste hulp meestal te laat komt. Maar heel opmerkelijk blijft toch, dat hoewel allergieën het lichaam tegen gifstoffen kunnen beschermen, lang niet ell<:e allergische reactie ook werkelijk noodzakelijk is. Zoals rookmelders soms vals alarm geven, zo kunnen allergische reacties de prijs zijn die wij moeten betalen voor het hoge gevoeligheidsniveau van ons lichaam voor gifstoffen.
Dat onderzoek naar de mogelijk schadelijke gevolgen van symptoomonderdrukking bij allergieën zou wel eens van groot belang kunnen zijn, omdat uit andei onderzoek de suggestie naar voren is gekomen dat allergieën een bescherming tegen kanker kunnen vormen. In zestien van de tweeëntwintig door Profet genoemde epidemiologische onderzoeken bleken mensen met allergieën een kleinere kans op kanker te hebben, vooral in weefsel dat allergische reacties vertoonde. De objectiviteit gebiedt te zeggen dat aan de andere kant in drie van de onderzoekingen geen duidelijk verband werd aangetroffen, en dat in drie andere, waaronder één groot, goed gecontroleerd onderzoek, bleek dat bij sommige allergieën de kans op sommige soorten kanker juist groter was.
Mensen die sterk gevoelig zijn voor allergieën, worden atopisch genoemd. En atopic blijkt een sterk erfelijke inslag te hebben. Gemiddeld heeft iemand tien procent kans om een allergie te ontwikkelen; voor iemand met één atopische ouder stijgt dat percentage tot rond de vijfentwintig, terwijl iemand met twee atopische ouders maar liefst vijftig procent kans heeft op een heuse allergie. Allergieën worden tot op zekere hoogte dus duidelijk doorgegeven via de genen. En die constatering levert een reeks van vragen op. Bieden zuUce genen - zoals het sikkelcel-gen, dat de drager ervan tegen malaria beschermt, maar in ruil daarvoor de sikkelcelziekte veroorzaakt - nu een selectief voordeel in bepaalde omgevingen? Beschermen ze tegen bepaalde infecties? Bieden ze wellicht zeker voordeel in combinatie met bepaalde andere genen, maar weer een nadeel in andere gevallen? Of vormen ze misschien toch onregelmatigheden, die pas ziekten zijn gaan veroorzaken nadat de mens in modernere leefomgevingen kwam te verkeren?
HOOIKOORTS
Het zou dus voorbarig zijn om te concluderen dat allergieën tegen kanker beschermen. Maar het is zeker niet voorbarig om eens grondig te onderzoeken wat de risico's van het gebruik van symptoombestrijdende allergiemiddelen op langere termijn zouden kunnen zijn. Helaas zijn de alternatieven voor deze geneesmiddelen
Hoe illustratief ook; genen leveren niet het hele verhaal over allergieën. Onderzoek onder eeneiige tweelingen wijst WETENSCHAP,
CULTUUR
et) SAMENLEVING
33
- MAART
199;
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1995
VU-Magazine | 588 Pagina's