VU Magazine 1995 - pagina 286
spontane wijze leven heeft kunnen ontstaan, of E echt wel mc^ is, of er heus geen hogere snelheden mogelijk zijn in het heelal dan die van het licht, en of er wel artsen bestaan die meteen de enig juiste remedie tegen een tennisarm weten? Het is nog zeer de vraag. Want, weet Van den Beukei, het is allemaal theorie, het zijn denkmodellen, en onomstotelijk bewezen is er nog nooit iets. Wetenschappelijk onderzoek immers, is altijd gebaseerd op een of ander paradigma: een theoretisch raamwerk dat weliswaar logisch, evident en innerlijk consistent moet zijn, maar dat niettemin op het drijfzand van onbewijsbare aannamen berust. En dat betekent, aldus een triomfantelijke Van den Beukei, dat wetenschap in wezen geen grein meer waarheidsgehalte bezit dan de eerste de beste geloofsovertuiging. De uitwerking kan geen andere zijn dan dat bij de goedgelovige lezer de suggestie wordt gewekt als zou de wetenschap van louter atheïstische complotten en onbewezen stellingen aan elkaar hangen. Godsdienstige uitspral<en over het hoe van de fysieke werkelijkheid zijn in feite evenveel waard als de natuurwetenschappelijke resultaten daaromtrent, zo wil de lezer tussen de regels door van Van den Beukei wel aannemen. Zo gooit de auteur niet alleen de hoe- en waarom-vraag nog eens danig door elkaar, maar steekt hij - zonder daarvan zelf aanhanger te zijn - zelfs het creationisme en andere fundamentalistische uitingen van het christelijk geloof nog een hart onder de riem. In plaats van als een scheidsrechter de strijdende partijen uit elkaar te halen, naar hun eigen helft terug te sturen en ze de spelregels nog eens uit te leggen, lijkt Van den Beukei met dit boek de laatste gelovigen te willen organiseren voor een kruistocht tegen die principieel godloochenende wetenschapsbende. Daarmee doet hij niet alleen de wetenschap onrecht; doordat de geloofsopvatting die hij in het boek als de zijne ventileert sterk antropocentrisch is (waarbij niet zozeer God, als wel de mens het middelpunt vormt), bewijst hij er ook de christelijke religie als geheel geen dienst mee.
uit vrees voor protest van protestants-christelijke schoolbesturen, twee maanden terug besloot om evolutietheorie en seksualiteit als leerstof buiten het eindexamen biologie van het middelbaar beroepsonderwijs te houden. Dl. Willem B. Diees gebruikte dit ministeriële besluit tijdens een lezing (begin april in Utrecht gehouden) als illustratie van de wijze waarop het geloof de wetenschapsbeoefening ook in onze dagen nog blokkeert. Hij wees daarbij niet alleen op de 'frontale botsing', zoals die tussen creationisten en vrije wetenschapsbeoefenaars plaatsvindt, maar onder andere ook op de 'selectieve harmonie', gepredikt door de paus van Rome, die de mogelijkheid biedt om Galileï te rehabiliteren en tegelijkertijd het onaanvaardbaar uit te spreken over alle denkbare vormen van genetische manipulatie. Deze voorbeelden van een godsdienstige overtuiging die de wetenschappelijke vrijheid ernstig - en, naar het lijkt in toenemende mate - in gevaar brengt, roepen de gerechtvaardigde vraag op of het laatste type grensoverschrijdingen in feite niet veel ernstiger en schadelijker is, dan een Hawking die vanuit zijn rolstoel roept dat het heelal het best zonder een Schepper kan stellen. Maar het is niet de bedoeling hier in een welles-nietes-discussie te verzanden. Waar het om gaat is de constatering dat alleen een helder onderscheid tussen hoe en waarom kan voorkomen dat geloof en wetenschap voortdurend slaags raken; sterker nog: dat er zelfs een zekere basis overblijft om met elkaar in gesprek te geraken c.q. te blijven. Godsdienst en geloof hebben wel wat beters te doen dan zich met het domein der wetenschappen te bemoeien, meent Drees terecht. Deze natuurwetenschappelijk zeer degelijk onderlegde studiesecretaris van het Bezinningscentrum van de Vrije Universiteit, wil wetenschap en geloof beide serieus nemen. Een garantie daarvoor ziet hij in een naturalistische stellingname die hij, nadat hij eerder al in de theologie was gepromoveerd, onlangs in een filosofisch proefschrift verdedigde (najaar 1995 zal daarvan een handelseditie verschijnen bij Cambridge University Press onder de titel 'Religion, Science and Naturalism'). Dit naturalistische standpunt houdt in dat de fysieke werkelijkheid, waartoe uiteraard ook de mens met zijn hele fysieke hebben en houden behoort, een in zichzelf gesloten systeem is, van waaruit per definitie geen kennis te vergaren valt over een eventuele 'hogere' werkelijkheid daarbuiten. Zeer globaal betekent dit dat er vanuit de (natuur)wetenschap niets te zeggen valt over bijvoorbeeld specifiek religieuze vragen als het waarom, waardoor of waartoe van dit gesloten systeem zelf. Maar het betekent vooral ook dat voor een verklaring van verschijnselen binnen de fysieke werkelijkheid het primaat van de wetenschap geldt. Het komt er op neer dat we voor de noodzakelijke kennis van de wereld om ons heen alleen op ons verstand zijn aangewezen, hoe gebrekkig dat soms ook functioneert, en hoe onvolkomen en onaf de daaruit voortvloeiende wetenschappelijke kennis vaak ook is. Het is het beste wat we hebben. En het feit dat we, bescheiden als we zijn, nu al zeker weten dat we nooit alles zeker zullen weten (en zelfs dat niet!) doet daar niets aan af.
AYATOLLAHS
Wat in 'Met andere ogen' niet of nauwelijks aan bod komt is de diepere wijsheid achter het gezegde dat, waar er twee kijven er ook meestal twee schuld hebben. De frustrerende, vrijheidsbeperkende houding van de godsdienst jegens een ontluikende wetenschap ten tijde van Galileo Galileï c.s. hoeft hier niet nog eens uit de doeken te worden gedaan. Maar wie op grond van Van den Beukels manifest zou menen dat de rollen nu definitief zijn omgedraaid, slaat de plank mis. Nog altijd zijn in aanleg totalitair getinte godsdienstige systemen er her en der in de wereld op uit om, naast allerlei andere vrijheden, ook die tot het doen van, en het publiekelijk rapporteren over wetenschappelijk onderzoek aan banden te leggen of ronduit tegen te werken. Dat is niet alleen in fundamentalistischislamitische landen het geval, maar bijvoorbeeld ook in de Verenigde Staten waar creationistische ayatollahs bepalen wat kinderen tijdens de biologieles op school te horen krijgen, en (vooral!) wat niet. Het kan ook subtieler, bijvoorbeeld door middel van zelfcensuur, zoals het geval was toen een Nederlandse minister van Onderwijs, alleen al
WETENSCHAP,
CULTUUR
et) SAMENLEVING
44
- JUNI
1995
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1995
VU-Magazine | 588 Pagina's