VU Magazine 1995 - pagina 233
en kalmerende kleuren, lijkt bovenal ontworpen om met name de Britse reizigers op hun gemal< te stellen. Geen wonder dus dat reisverslagen, vooral die van Nederlanders, getuigen van het totaal ontbreken van welke vorm van opwinding dan ook. Alleen mensen die nog nooit iemand hebben gesproken die de trip maalcte, zullen straks nog met glinstering in hun ogen informeren naar de reis.
zoals te zien is aan de scenarios van de chunnelieis: in alles is rekening gehouden met een catastrofe. Ondanks, of misschien wel dankzij de ongekende aandacht die door ontwerpers, wetgevende instanties en de media, besteed is aan alle denkbare en ondenkbare veiligheidsrisico's (daarbij soms geholpen door een echte kortstluiting of brandje). Het publiek is de Kanaaltunnel mede daardoor gaan associëren met een welhaast mythologische dreiging; een associatie die nog eens versterkt werd door de uitzending in december 1994 door de BBC van de film 'The Nightmare of the Channel Tunnel'. Net als een op handen zijnde HoUywood-fllm en de literaire, 'catastrofale fictie' over de Kanaaltunnel die tussen 1876 en 1993 verschenen is, loopt deze stomme film slecht af. In korrelig zwart-wit zien we staatshoofden van rond de eeuwwisseling de werkzaamheden aan de tunnel in ogenschouw nemen, we zien de ceremonie van het doorknippen van het lint, en het onthaal door een juichende menigte van de arriverende eerste treinreizigers. Maar dan gebeurt het onvermijdelijke. Net voordat de film het begeeft zien we nog hoe een treinongeluk een immense vlammenzee en zondvloed tot gevolg heeft. Doordat de film gedateerd is en van slechte kwaliteit, biedt deze een vooral lachwekkende vertoning met een boodschap die hoogst koddig aandoet. Het neemt niet weg dat de receptie destijds van de film ook te interpreteren valt als een reële blijk van herkenning en identificatie. Anders gezegd: zelfs de mensen in die tijd beseften het mogelijke gevaar van zo'n tunnelonderneming. Dit gevoegd bij de tegenwoordige dreiging van terroristische aanslagen, de beklemmende angst voor een acute aanval van claustrofobie, of het risico van plotselinge zelfontbranding van een auto, geeft de chunnel travellei alle ruimte voor de gedachte dat hem de rit van z'n leven te wachten staat. In dat opzicht was het speciale onderzoek naar de terreurbestrijdende veiligheidsmaatregelen van Eurotunnel en Eurostar - uitgevoerd door verslaggevers van The Observer; de krant die eind januari een angstaanjagende lijst met security failures publiceerde - eerder een uitnodiging voor mensen die op zoek zijn naar een sublieme ervaring dan voor terroristen. Zij kunnen nu tenminste de verscherpte maatregelen aan den lijve ondervinden en ervan verzekerd zijn dat de reis nog veiliger is geworden dan zij al was. Maar deze bijzondere aantrekkingskracht is uiteraard niet blijvend. Het publiek zal geleidelijkaan gewend ral<:en aan het fenomeen Kanaaltunnel, bijvoorbeeld door die 35 minuten durende onderaardse reis zelf een keer mee te malcen. De exploitanten van de tunnel hebben het psychologisch ook goed aangepakt door belangstelling te wekken met het benadrukken van het heroïsche boorwerk en de technologische geavanceerdheid van het hele project, en het gelijktijdig afzwaldcen van potentiële sensatiegevoelens die de trip zou kunnen opleveren. De huidige reclamecampagnes en voorlichtend bedoelde tentoonstellingen in het Eurotunnel Exhibition Centre te Folkestone zijn dan ook geruststellende van toon. De reis kan zo bezien alleen nog maar een afknapper zijn. Saaiheid troef. En zelfs de aankleding van de coupe's, met soepele stoffen
WETENSCHAP,
CULTUUR
VICTORIAANSE
RAILS
De in eigentijdse technologische hoogstandjes belangstellende heeft al met al echter niets te klagen. De rit door de 'chunnel' voldoet aan alle eisen: een verbeterde versie van de ervaring in virtual reality (en bereikbaar en betaalbaar bovendien), de echte sensatie van snelheid en ondergronds reizen, de kans op avontuur, het risico van een ramp, en after all een veilige oversteek naar de andere kant. Voor aanvang van de reis is het verlangen naar spanning en sensatie al op peil gebracht door de bijna wekelijkse berichten in de pers over incidenten in de Kanaaltunnel. Tijdens de reis kunnen deze incidenten dan weer onderwerp van gesprek zijn, terwijl de hogesnelheidstrein voortraast door het duister. Het lijkt zelfs wel alsof de trein bij het naderen van de tunnel vaart mindert om de spanning nog wat te verhogen; een geringere snelheid die hij aanhoudt gedurende de hele onderaardse reis. En eenmaal weer buiten, aan de andere kant van het Kanaal, wanneer de trein zich langzaam voortbeweegt door de klassieke Engelse countryside en voortdokkert over de gammele Victoriaanse rails, lijkt de passagier vervolgens een soort reiziger in de tijd geworden. En om de zoeker naar het technologisch sublieme eraan te herinneren dat de rit voorbij is, rijdt de trein tenslotte een high-tech paleis binnen, de speciale terminal in het Londense Waterloo Station. Zelfs ondanks alle omleidingen en incidenten blijkt het 'Chunnel'-avontuur - net als de slechte simulatie ervan van korte duur en alleszins beheersbaar. Maar in tegenstelling tot het virtuele spel zal de reiziger die ervaring heeft opgedaan met de gesimuleerde versie ervan, na de werkelijke rit echt opgewonden zijn. Het aiierbelangrijkste voor zo'n toch enigszins voorzichtig uitgevallen spelletjesmens zal echter zijn dat hij de reis hoogstwaarschijnlijk heelhuids zal beëindigen. Tot nu toe is er inderdaad geen reden geweest voor alarm of paniek. Alle veiligheidssystemen werken volgens plan, en er is nog geen passagier gewond geraalct. In de 'Chunnel' kan de zoeker naar de sublieme ervaring dan blijkbaar toch de sprong van de irrationele angst naar het rationele bewustzijn wagen. Maar misschien valt er ook wel helemaal niets te vrezen.
Richard Rogers is promovendus in de wetenschaps- en technologiedynamica aan de Universiteit van Amsterdam. Onder de titel "Tunnel to Dystopia: British Literary Reactions to Channel Tunnel Plans, 1876 - 194s', is zojuist een artikel van zijn hand verschenen in het sociaal-wetenschappelijke tijdschrift 'Kennis & Methode'. Dit essay is geïnspireerd op het boek 'American Technological Sublime' van David Nye (MIT Press, 1994).
a) SAMENLEVING
47
- MEI
1995
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1995
VU-Magazine | 588 Pagina's