VU Magazine 1995 - pagina 262
SEMI-PROF
MARK
TRAA
Bi] sommigen loopt een hobby zó uit de hand, dat de wetenschap er mee is gediend. De laatste aflevering van een vijfdelige serie over amateurwetenschappers: de kerkhistoricus.
Tundamenteler kan haast niet'
I
kaart van Nederland: we denken dat iedereen destijds toch wel ergens bij hoorde. Ik breng zo veel mogelijk vrije tijd door in de kerkelijke archieven. Daar ligt ontzettend veel materiaal. Een bekende predikant hier heeft zeker duizend brieven nagelaten die aan h e m waren geschreven. Dat was voor ons echt een Fundgïube. Het is bijzonder boeiend om die dikke folianten met documenten in dat oude schrift uit te pluizen. Je kunt altijd weer stuiten op een sensationele ontdekking. Ik kan me herinneren dat we een keer op de achterkant van een envelop een kladaantekening aantroffen die helemaal niets met de brief te maken had, maar wel een besluit van de kerkeraad betrof en een heel duidelijk beeld gaf van hoe de armenzorg was geregeld. Dat was een echte ontdekking! Op een hele onverwachte plaats nog wel. Die sensatie is moeilijk onder woorden te brengen. Ik heb nog altijd moeite mijn familie uit te leggen waarom dit zo belangrijk is. Want wat moet je met dat oude spul? Wat schiet de wereld er mee op? Dan probeer ik toch maar uit te leggen dat je onze tijd niet kunt begrijpen zonder het verleden erbij te betrekken en dat ieder mens het besef moet hebben dat hij in een traditie staat. Maar in deze materialistische maatschappij is dat best moeilijk uit te leggen, want er is geen direct economisch nut. Maar het is wel een wezenselement van het zijn, denk ik."
k heb geschiedenis gestudeerd in Nijmegen. Wie me toen had verteld dat ik in de kerkgeschiedenis zou belanden, had ik voor gek versleten. Ik ben er niet vanuit een bijzondere kerkelijke betrokkenheid in terecht gekomen. Het waren twee Nijmeegse hoogleraren die me enthousiast maalcten voor een tijdvak, eind zestiende en begin zeventiende eeuw, dat werd gekleurd door religieuze twisten en veranderingen. Dat heeft me nogal aangegrepen. Het gaat tenslotte over het meest basale waar de mens mee bezig is, over de zin van het bestaan. Fundamenteler kan haast niet. Ik ben vooral geboeid door de invloed die de kerk en het kerkelijk denken hebben op het maatschappelijk handelen van mensen. Als je je met die tijd bezighoudt, dan kun je daar niet omheen. Dat was toen zo'n fundamenteel onderdeel van het leven. Met een collega ben ik in mijn vrije tijd gepromoveerd op een onderzoek naar de effecten die de kerkelijke veranderingen hebben gehad op Delft en Delfland, vanaf 1572. Het is een tweedelige studie van 1200 pagina's geworden. Dat is veel, maar het is ook wel heel revolutionair wat er hier destijds in Holland is gebeurd. Zo hebben we ontdekt dat de meeste mensen in Delft en Delfland in de zestiende eeuw niet kerkelijk gebonden waren. We hebben de lidmatenregisters en de missieverslagen van de katholieke geestelijken cijfermatig doorzocht, schaarse cijfers van doopsgezinden bij elkaar gebracht en geschriften bestudeerd van predikanten. Het bleek dat we toch een wat vervormd beeld hebben van de kerkelijke WETENSCHAP,
CULTUUR
Paul Abels (38) is beleidsmedewerker van de Binnenlandse Veiligheidsdienst.
e) SAMENLEVING
20
- JUNI
1995
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1995
VU-Magazine | 588 Pagina's