VU Magazine 1995 - pagina 81
gemaakt. Dat betekende, volgens de auteur, een onvermijdelijke botsing met een "minder geïnspireerde, minder geëngageerde, ironischer en misschien zelfs cynischer generatie". Het gevecht der generaties bereikte midden jaren zestig zijn hoogtepunt. Inzet was de positie van Jacques de Kadt als vaste medewerker van Tirade. Van Oorschot eiste een soort vrijplaats in het tijdschrift voor de bijdragen van zijn politieke guru en lapte meerdere malen de redactionele autonomie aan zijn laars. De redactie pikte dat niet en stelde de uitgever voor het blok: politiek of literatuur. Tot het uiterste gedreven koos Van Oorschot, na enige aarzeling, voor de politiek van De Kadt, waarop de redactie zich in 1967 terugtrok. De gevolgen waren ingrijpend. Gedurende negen jaar moest Van Oorschot in zijn eentje het tijdschrift runnen. Daarmee begaf hij zich, zonder het te beseffen, in een literair isolement. De redactie van Tirade was immers van het grootste belang voor de uitgeverij. Het waren de redacteuren die literair talent binnenhaalden. Jonge dichters als Rutger Kopland, Judith Heizbeig en de huidige staatsecretaris van Onderwijs Aad Nuis debuteerden begin jaren zestig in Tirade en kregen vervolgens een vaste plek in het poëziefonds van uitgeverij Van Oorschot. Critici spraken zelfs van een stroming of school: de Tirade-dichters. Dat ging wat ver, omdat er nauwelijks sprake was van gemeenschappelijke stijlkenmerken, maar het tekent de vernieuwende impuls die van Tirade uitging. Geert van Oorschot zelf hield zich afzijdig bij het binnenhalen van jong talent. Hij brandde zijn vingers niet graag aan onbekende nieuwkomers, waardoor de uitgeverij soms succesrijke schrijvers misliep. Dichters als Leo Vioman en Remco Campeit klopten in de jaren na de oorlog vergeefs bij Van Oorschot aan en weigerden later, ondanks de smeekbeden van de uitgever, nog in zijn fonds te publiceren. Ook fan Wolkers vond begin jaren zestig een gesloten deur. De uitgever, die de mond vol had over redacteuren met strijd- en spotlust, vreesde dat Wolkers' niets verbloemende de stijl
WETENSCHAP,
de lezers zou afschrikken. Tijdens de negen redactieloze jaren van Tirade bleek pas goed hoe zwaar Van Oorschot op zijn redacteuren leunde. Geen enkele dichter debuteerde in deze periode in het tijdschrift. De enkele nieuwe dichters die de uitgeverij nog op de markt bracht, werden door Van Oorschots literaire adviseurs aangedragen. De mythe dat Geert van Oorschot als een alleenheerser zijn boekenimperium bestierde is hiermee definitief aan gruzelementen. GENERATIEKLOOF
Uit de schaarse correspondentie tussen de uitgever en 'zijn' dichters blijkt hoe onzeker Geert van Oorschot was over zijn eigen oordeelsvermogen. De angst om fouten te maken overheerste en daarom wees hij onbekenden die een bijdrage aan Tirade wilden leveren bijna per definitie af. "De argumenten waarmee Van Oorschot de afwijzingen motiveerde, waren derhalve niets anders dan rechtvaardigingen van van tevoren vaststaande conclusies", schrijft De Vries. Ook hier wreekte zich de generatiekloof. De uitgever ging de nieuwe poëzie te lijf met de verouderde criteria van Forum, en moest keer op keer constateren dat dat een onmogelijke opgave was. Toch gaf hij zich dan niet gemakkelijk gewonnen: "Helaas kan ik het gedicht van uw vriend niet waarderen. Dat komt omdat ik er geen jota van begrijp. Dat overkomt me met 'moderne' poëzie steeds vaker. En dat heeft of te maken met het feit, dat ik van een oudere generatie ben... of met het feit dat zeer veel zogenaamd moderne gedichten niets met werkelijke poëzie te maken hebben. Ik denk vaak het laatste." Van Oorschots intuïtieve afkeer van de moderne dichtkunst ging zo ver dat hij het gros van de dichters die bij hem waren gedebuteerd in tweede instantie weer verwierp. Zo weigerde de uitgever de tweede dichtbundel van Dick Hillenius in zijn fonds op te nemen. Beledigd vertrok Hillenius, samen met zijn vriend Aad Nuis, naar uitgeverij De Arbeiderspers. Geschrokken probeerde Van Oorschot
CULTUUR
&) SAMENLEVING
79
- IANUARI/EEBRUARI
nog te redden wat er te redden viel. Hij ging zelfs zo ver dat hij zijn aanvankelijke oordeel over de bundel volledig herzag: zijn rapportcijfer ging bij tweede lezing van een 6 naar een 8! Het mocht niet baten. Hillenius was niet meer te vermurwen en zou het conflict pas kort voor hun beider dood in 1987 weer bijleggen. Hoe star Van Oorschot nieuwe poëzie las, blijkt onder andere uit de briefwisseling rond de tweede bundel van dichteres Judith Herzberg. Uit deze correspondentie blijkt hoe de uitgever nauwelijks beschikte over een eigen set van literaire criteria. Van Oorschot las de gedichten gewoon als anekdotische weergaven van realistische taferelen. Geheel in de lijn van Forum was hij vol lof over beschrijvingen die hem raakten en prees hij de passages waarin de persoonlijkheid van de dichteres duidelijk doorklonk. Voor de dieper liggende boodschap van Herzbergs gedichten, die tot uiting kwam in afwijkend taalgebruik of bijzondere beelden, had hij echter geen goed woord over. Sterker nog, onverschrokken greep hij naar het rode potlood en corrigeerde hij deze 'ongrammaticale formuleringen'. Het eindoordeel over Herzbergs manuscript luidde dat de bundel nog niet rijp was voor uitgave. Toch bleek Van Oorschot ook te hebben geleerd van de affaire-Hillenius. Hij besloot de briefwisseling met de volgende relativering: "Ik heb geen verstand van poëzie, lieve Judith, dus moet je al mijn op- en aanmerkingen maar nemen voor wat ze zijn, namelijk wat jouw gedichten in mij als lezer teweeg brachten." Herzberg knoopte deze passage goed in haar oren. In 1968 verscheen haar bundel 'Beemdgras' bij Uitgeverij G.A. van Oorschot, zonder dat er aan het oorspronkelijk manuscript was gemorreld. Geert van Oorschot had haar geen stroobreed in de weg gelegd.
Gert Jan de Vries, 'Ik heb geen verstand van poëzie. G.A. van Oorschot als uitgever van poëzie'. Uitgeverij G.A. van Oorschot, Amsterdam (verschijnt januari 1995), f 49,50.
199s
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1995
VU-Magazine | 588 Pagina's