VU Magazine 1995 - pagina 211
OP DE PLANK
Een blik op afstand "De politieke klasse is zelfs niet bereid tot het vermoeden, laat staan het besef, laat staan de uitspraak, dat alles met alles samenhangt", schrijft H.J.A. Hofland. Alles hangt met alles samen, maar de politici en de intellectuelen zijn er blind voor. De politici beperken zich tot hun kleine vakgebiedje en de kunstenaars bezondigen zich aan Schöngeistezei. Niemand waagt zich nog aan een blik op de samenleving als geheel. Hofland wel. Als Hofland goed kijkt, signaleert hij een hele reeks problemen. Om de meest nijpende te vermelden: er is het probleem van de grote volksverhuizing, de groei van extreem-rechts, de crisis van de verzorgingsstaat, het ontstaan van een onderklasse in de samenleving, het toenemend geweld, het einde van de Koude Oorlog en de mede daardoor ontstane internationale chaos. In de totaalvisie van Hofland komt het ene probleem uit het andere voort. Totaalvisies zoals die van Hofland zijn sympathiek omdat ze zo ambitieus zijn,het is goed dat er mensen zijn die over de grote lijnen in de samenleving nadenken. Maar totaalvisies kunnen hun gebreken hebben. Een zo'n gebrek is dat het grote verband soms wel erg gekunsteld is, en dat teveel maatschappelijke problemen op één hoop gegooid worden. Hofland heeft zelfs de neiging om onderling tegenstrijdige probleemdefinities bij elkaar op te tellen. Zo beweert hij enerzijds dat de verzorgingsstaat de burgers vertroetelt en iedere persoonlijke verantwoordelijkheid ontneemt;
anderzijds hekelt hij het ontstaan van een onderklasse. Maar het is van tweeën een: wie vindt dat burgers in de watten worden gelegd, zal voorstander zijn van inkrimping van de verzorgingsstaat, met als gevolg een groei van de onderklasse; en wie het ontstaan van een onderklasse betreurt zal niet snel klagen over de verzorgingsstaat. Een keuze in wat nu het eigenlijke probleem is, maakt Hofland nauwelijks. Totaalvisies hebben nog een ander nadeel. Je moet wel heel ver uitstijgen boven het gewoel van alledag om het geheel nog in het vizier te krijgen. De totaalvisie is een blik op afstand, die van zeer hoog op de samenleving wordt geworpen. Door die afstand is het maatschappelijk geheel misschien goed te zien, maar de details vervagen. Er ontstaat een zekere diffuusheid en grofkorreligheid. De generalistenblik leidt tot generalisaties. Iets dergelijks vindt plaats in veel essays van Hofland. Veel van zijn beschouwingen zijn eigenlijk nogal oppervlakkig. Zo constateert hij dat in de politiek de populariteit belangrijker is dan het programma; dat in de literatuur de plaats op de toptien belangrijker is dan het boek zelf; en dat aan de universiteit snelheid gaat boven inhoud. Zulke opmerkingen zijn nogal gzatuit; er valt iets voor te zeggen, maar er valt ook het een en ander op af te dingen. Wie een stelling verkondigt, behoort hem te onderbouwen. Maar het minutieus onderbouwen van stellingen maakt een totaalvisie meteen ook erg wijdlopig.
WETENSCHAP,
CULTUUR
Alles hangt met alles samen, vindt Hofland. Als dat waar mocht zijn, is het nauwelijks voldoende concrete problemen aan te pakken. Er is een grote samen-
H.J.A. HOFLAND DEBEZIGEBIJ
hangende, mondiale visie nodig om de zaak te veranderen. En daartoe zijn de democratieën van soevereine staten nauwelijks geschikt. Het wekt dan ook geen verbazing dat Hofland vindt dat de democratieën vastlopen. Hij is echter te beschaafd om de afschaffing van de democratie en de komst van een sterke man te bepleiten. Toch is dat in zekere zin de consequentie van zijn denken. Een visie waarin alles met alles samenhangt, schreeuwt om een totaalplan en een 'totaalpoliticus'. Op zulke momenten beginnen de algemene overzichten van de generalisten gevaarlijke trekjes te krijgen. En begin je sympathie te krijgen voor de moeizaam ploeterende politici die alleen oog hebben voor de details, (KN) H.J.A. Hofland, 'De elite verongelukt', De Bezige Bij, f. 32,50.
&) SAMENLEVING 25
- MEI
1995
Sonja Damstia-Wijmenga: 'In smart zult gij uw kinderen baren - opmerkelijke opvattingen over voortplanting'; Boom/Belvédère, f. 37,50. Volgens Aristoteles was de man alleen verantwoordelijk voor de voortplanting; in zijn zaad zat alles wat nodig was om een nieuw mensenkind te produceren, inclusief een kant-en-klare ziel. Tegenwoordig denken we daar anders over. Toch is het nog betrekkelijk kort geleden dat volgens het volksgeloof een zwangere vrouw die schrok van een wegspringende haas grote kans op een kind met een hazelip had. Niets heeft de mensheid van oudsher zozeer bezig gehouden als de eigen voortplanting. En dat levert heel wat boeiende sagen, mythen en legenden op die in dit boek zijn samengebracht. Rosalie Doekes en Anton Langeler: Psyche &> kleur; Kok Lyra, f. 10,-. Dat Goethe beroemd werd als dichter kon hem minder schelen dan de gedachte dat hij, naar eigen zeggen, de enige was die "het ware wezen der kleuren" inzag. Dit feit wordt gememoreerd in een pretentieloos boekje waarin de verhouding tussen kleur en menselijke psyche uit de doeken wordt gedaan. Kortom: geel gaat gepaard met vrolijkheid, bruin verraadt een hang naar behaaglijkheid en groen is gezond. Frits van der Meer: 'Feestelijke gedachtenis, beschouwingen over het kerkelijk jaar.' SUN, f. 29,50. De auteur was van 1959 tot 1975 als lector en hoogleraar in de christelijke archeologie, de liturgie en de kunstgeschiedenis van de Middeleeuwen verbonden aan de Nijmeegse universiteit. In 1964 ontving hij de P.C. Hooftprijs. Van der Meer is in juli 1994
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1995
VU-Magazine | 588 Pagina's