Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

VU Magazine 1995 - pagina 315

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

VU Magazine 1995 - pagina 315

5 minuten leestijd

ge, methode. Van Wijnbergen: "Met de juiste vraagstelling en goede gegevens zijn zulke dingen goed te meten en kan de economische benadering een waardevolle zijn. Niet langer wordt de discussie daarover gevoerd op basis van vooroordelen, maar concrete informatie is onderwerp van gesprek." Dergelijk onderzoek kan tot vreemde conclusies leiden. Het strafrecht zou het meest economisch functioneren, wanneer zelfs voor foutparkeren de doodstraf werd ingevoerd. Op dat moment is bijna geen politie en justitie meer nodig. Rechters zijn er echter bovenal voor het uitspreken van een moreel oordeel: wat is de passende straf voor het individu in zijn eigen situatie? Voor de tegenwerping dat deze morele kant van het strafrecht nooit in een dergelijk model kan worden ondergebracht, is Van Wijnbergen niet gevoelig. "Veel juristen kunnen uitstekend overweg met cijfers en ook de samenwerking tussen diverse vakgebieden kan wat dit betreft waardevol zijn." Van Wijnbergen, van oorsprong natuurkundige, vindt dan ook dat goed uitgevoerd economisch onderzoek nog steeds een exacte pretentie mag hebben. Klamer en Pen - die zich overigens niet alleen laten inspireren door de retorische school - zien dat onderzoek in de praktijk een eigen leven gaat leiden. Om deze reden stellen zij dat de presentatie van economische onderzoeken bijna net zo belangrijk is, als de wetenschappelijke uitvoering. Het werken met cijfers en modellen kan wetenschappers veel inzicht verschaffen, is de mening van Klamer. Met statistiek op zich heeft hij dan ook geen problemen. In de praktijk worden de cijfers echter gebruikt zonder dat er bij stil wordt gestaan hoe ze tot stand zijn gekomen. Een politicus ziet mooi gepresenteerde uitkomsten en kijkt of die in zijn kraam te pas komen, zonder zich te bekommeren om de wetenschappelijke aanpak. Klamer ziet deze kritiek ondersteund door het misbruik dat politici maakten van het al eerder aangehaalde econometristische onderzoek naar het strafrecht, 'Van misdaad tot straf' en de voorganger ervan, 'Doelmatig Dienstverlenen'. De conclusies die daarin werden getrokken over de optimale

grootte van politiekorpsen, noemden kamerleden alleen toen het ze uit kwam. Bij het pleiten voor een apart en kleiner korps in het Gooi, schermden enkele politici met het onderzoek waarin de huidige grootschalige korpsen minder efficiënt zijn dan kleinere. Bij de vaststelling van de andere - grote - korpsen kwamen deze uitkomsten niet ter sprake. UNDERDOG

De schrijver van 'Van misdaad tot straf'. Frank van Tulder, laat zich niet ontmoedigen door opportunistische politici. De SCP-medewerker ziet het als zijn taak gedegen onderzoek te verrichten en ervaart dat zijn onderzoeken soms ook goed worden gebruikt. Hij refereert hiermee aan een onderzoek naar schaalvergroting en doelmatigheid van onderwijs. De maatregelen die het SCP adviseerde, zijn voor een belangrijk deel overgenomen door de minister. Toch erkent Van Tulder dat uiteindelijk het goed gebruik van onderzoek van politici afhangt. Een zelfde type onderzoek naar de doelmatigheid van bejaardenoorden werd door het Ministerie van Financiën misbruikt om de verantwoordelijke minister te dwingen tot bezuinigingen, zonder dat er nog werd gekeken naar de wijze waarop het SCP dit mogelijk achtte. "Wij leveren gedegen stof tot overdenking en dat is beter dan zomaar een verhaal", stelt Van Tulder. "Politici hebben de neiging even naar het buitenland te kijken en dan een beslissing te nemen. Wij dwingen ze tot goede argumentatie. De politici bepalen uiteindelijk welke kant het op gaat." De onderzoeker van het SCP staat niet lijnrecht tegenover Klamer: "Natuurlijk zijn het verhalen, waarbij ik wat betreft het strafrecht wil aantekenen, dat hier de economie vanuit een underdog-positie opereert, terwijl het in bijvoorbeeld de financiële wereld doorslaggevend is. Een economische benadering van het strafrecht is alleen relevant als aanvulling van de juridische. Er mag best eens gekeken worden of onze rechtspraak wel effectief functioneert." Het Centraal Planbureau heeft haar eigen methoden om politici te dwin-

WETENSCHAP,

CUETUUR

é) SAMENLEVING

- IULI/AUGUSTUS

gen zelf een standpunt in te nemen, in plaats van zich achter de cijfers te verstoppen. Om misbruik enigszins te voorkomen, stelt het Centraal Planbureau tegenwoordig in rapporten vaak twee scenario's op. Graafland: "Politici moeten dan vertellen hoe zij de toekomst zien. Kiezen ze voor het gunstigste of het minste scenario. Onze modellen zijn altijd met de nodige onzekerheid omgeven. Zo hopen we enigszins te bevorderen dat wordt stilgestaan bij het relatieve van de uitkomsten." Van Tulder, Graafland en Van Wijnbergen stellen zich op het traditionele standpunt dat het hun verantwoordeHjkheid uiteindelijk niet is, dat anderen misbruik maken van onderzoek: De (zo neutraal mogelijke) wetenschap geeft informatie, de politici bepalen als beleidsmakers wat zij met deze feiten doen. De retorische school - sterk op het postmodernisme geënt stelt hier tegenover dat de gebruikte (statistische) methoden misschien wel economisch objectieve feiten oplevert, maar dat het er in de wereld op een andere manier aan toe gaat. De verantwoordelijkheid van een econoom is niet afgelopen wanneer zijn onderzoek is afgerond. Hij is ook verantwoordelijk voor de resultaten wanneer ze in de maatschappij worden gebruikt en moet om deze reden nadenken over de rol van zijn 'verhaal'. De economische taal moet beter aansluiten bij de maatschappij waarin zij een overtuigende, retorische, functie vervult. Van Wijnbergen, squashpartner van Klamer in de VS, is niet onder de indruk van deze kritiek: "De retorische school bestaat bi) de gratie van het niet goed definiëren. Zij houden dingen vaag en veroorzaken zo kunstmatig een probleem." Zijn felle discussie met Wouter van Dieren wordt niet veroorzaakt door verschillen in economische taal: "Sommige mensen negeren feiten omdat ze niet willen erkennen dat ze zelf ongelijk hebben. Zij gebruiken onderzoek om eigen vooroordelen uit te dragen." Zijn opponent Klamer: "Van Wijnbergen kan heel goed een overtuigend verhaal vertellen. Maar het feit dat ook politici naar hem luisteren heeft weinig te maken met zijn statistische methodiek."

iggs

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1995

VU-Magazine | 588 Pagina's

VU Magazine 1995 - pagina 315

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1995

VU-Magazine | 588 Pagina's