VU Magazine 1995 - pagina 384
GOULD
&)
PURCELL
W I N S T E N VERLIES het aantal dimensies van gesteente terug te brengen van drie - een stuk natuursteen - tot twee - hetzelfde maar dan vlak gepolijst - winnen èn verspelen we informatie over de fossielen die erin zitten.
DOOI
TEKST:
STEPHEN
JAY
G O U L D
/
FOTO'S:
A
CULTUUR
et)
PURCELL
tegelijk. Als de schelp groter wordt beweegt het dier mee naar voren en zet een nieuwe wand af aan de voorkant van de laatst verlaten kamer. Als het dier sterft raalct de schelp gevuld met gas en komt aan het zeeoppervlalc bovendrijven. In zijn beroemde gedicht 'The Chambered Nautilus' gebruikt Oliver Wendell Holmes beide aspecten van de biologie van de inktvisachtigen voor zijn boodschap over geestelijke groei in het leven van een mens. Eerst de groei van kamer naar kamer (in een passage die Eugene O'Neill later inspireerde tot de titel van zijn toneelstuk 'More Stately Mansions'): "Build thee more stately mansions, O my soul, I As the swift seasons loll!" (Bouw u, O mijn ziel, steeds waardiger woningen, op het golven van de snelle seizoenen!) En dan tenslotte de bevrijding van de ziel als die zijn sterfelijke huls heeft afgeworpen: "Till thou at length ait fiee, / Leaving thine outgrown shell by life's unresting sea!" (Tot gij tenslotte vrij zijt, en de schelp die gij ontgroeide laat aan 's levens nooit rustende zee!)
ls soort zijn wij verrukt van krullen, kettingen en kralen, en van bonte patronen om vlalcken te versieren. Gepolijste platen en pilaren van steensoorten boordevol fossielen zijn dan ook al heel lang favoriet voor bouv^rwerken en meubilair. Het purbecicmarmer dat gebruikt werd voor de gecanneleerde zuilen van Middeleeuwse Engelse kathedralen bestaat vrijwel geheel uit fossiele slalcken. De zwarte stoeptegels die je overal in Zuid-Zweden tegenkomt zitten vol lange gracieuze nautiloïdeu; een prachtig exemplaar wijst naar Linnaeus' naam op zijn grafsteen in de kathedraal van Uppsala. Hebben we niet allemaal wel eens, in gepeins verzonken, wachtend op een boodschap, de fossielen bewonderd in de marmeren wanden van de toiletten van een duur warenhuis of restaurant? Rosamond Purcells foto's geven het voor-en-na weer bij de vervaardiging van gladde platen fossielhoudend steen. We zien zowel de gepolijste als de ongepolijste kant van één plaat tjokvol kleine ammonieten uit het onderste Juras (halverwege de landheerschappij van de dinosaurussen). Door het aantal dimensies van dit exemplaar terug te brengen van drie - een natuurlijk stuk steen - tot twee hetzelfde maar dan vlal<; gepolijst voor menselijk gebruik winnen èn verspelen we informatie over de fossielen die erin zitten. We winnen informatie omdat het snijvlalc veel exemplaren raalct en inwendige details openbaart die aan de ruwe buitenkant niet zichtbaar waren. (De fossielen zijn harder dan de versteende modder waarin ze zijn ingebed. Het ruwe oppervlal< laat de steen zien zoals die uit de groeve kwam. De steen bral< los langs het grensvlalc van schelp en matrix, kreeg daardoor een prachtig ingewikkeld oppervlalc, maar laat van geen der fossielen inwendige details zien.) Alles wat we van buiten (aan de ruwe kant) kunnen we zien is dat de schelpen strain in een plat vlal<: zijn gewonden. Het zijn duidelijk weekdieren, maar het zouden zowel slalcken als ammonieten (gewonden inktvisachtigen, verwant aan de moderne inktvis, de octopus en, het nauwst, aan de nautilus met zijn in kamers verdeelde schelp) kunnen zijn. De gepolijste kant snijdt verschillende exemplaren aan, laat inwendige kamers zien, en onthult daarmee dat het om ammonieten gaat. Gewonden inktvisachtigen wonen maar in een kamer WETENSCHAP,
R O S A M O N D
Toch verspelen we ook informatie in de tweedimensionale versie, vooral omdat de meesten van ons zo slecht in staat zijn uit een toevallige doorsnede onder een willekeurige hoek een driedimensionaal voorwerp te reconstrueren. Als een ammonietenschelp op haar zij ligt hebben we weinig moeite met een tweedimensionaal beeld, omdat dit overeenkomt met de gangbare afbeeldingen. Maar als de schelp scheef of dwars op het gepolijste oppervlalc staat, dan ziet de doorsnee eruit als een reeks ringen (de richels op het oppervlal<; van de schelp) of een onregelmatige vlek omgeven door een maantje en een ring (bij schuine doorsneden onder verschillende hoeken). Maar schelpen op het ruwe oppervlalc zijn gemalckelijker te herkennen omdat ze er bovenuit steken, of er een scherpe indruk in achterlaten. De omstandigheden van hun dood leren ons iets meer over het leven van deze ammonieten [taphonomie is een talc van de paleontologie die de manier onderzoekt waarop resten van planten en dieren begraven ralcen). Als de schelpen in een kalme stroom waren afgezet, zouden ze vrijwel allemaal in hun meest stabiele positie, op hun zij dus, zijn terechtgekomen. Maar de schelpen liggen in allerlei posities, wat wijst op een woestere begraafplaats. En waarom bestaat SAMENLEVING - SEPTEMBER I 9 9 5 14
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1995
VU-Magazine | 588 Pagina's