VU Magazine 1995 - pagina 314
"Harde cijfers bestaan niet", zegt Aijo Klamer, hoogleraar economie aan de Erasmus Universiteit, met grote stelligheid. "Over bijna elk cijfer kan worden gediscussieerd en gegevens bieden altijd mogelijkheden tot manipulatie, al was het maar door ze achter te houden." Klamer maakte in de Verenigde Staten, waar hij achttien jaar verbleef, opgang als representant van de retorische school in de economie - de school die let op de overtuigingskracht van een economisch verhaal. Hij is zeer kritisch over zijn vakgenoten. In het boek 'The Making of an Economist' liet hij onder andere zien dat voor onderzoekers in opleiding economische feitenkennis en een goed inzicht in de vakliteratuur onbelangrijk is. Bij hun carrière gaat het om wiskundig talent, specialisatie en het vermogen problemen op te lossen. Een van de geïnterviewden typeerde zijn opleiding zelfs als hersenspoeling. Veel economische statistiek dient ervoor, zowel in als buiten de wetenschap, machtsposities te behouden of er in door te dringen, stelt Klamer. Ook zoeken politici naar economen die hun standpunt academische autoriteit geven. De visie van de voormalige Amerikaanse president Ronald Reagan was een afgeleide van de theorieën van Milton Friedman. Hij had echter andere economen nodig om er de draai aan te geven die tot zijn verkiezing leidde. Klamer: "Uiteindelijk is er altijd wel een econoom te vinden die een door de politicus gewenste mening onderbouwt." Bepaalde beslissingen zijn zo gecompliceerd dat elk argument dat economen aanleveren, wordt omarmd door zowel voor- als tegenstanders. Het Amerikaanse regeringsvoorstel tot een vrijhandelsverdrag met Mexico en Canada (NAFTA-verdrag) was heel moeilijk te beargumenteren. Daarom vroeg Clinton's regering twee economen een onderzoekje te doen naar de effecten. Met veel slagen om de arm kwamen zij tot de conclusie dat er misschien tweehonderdduizend banen door het handelsverdrag bijkwamen. Klamer: "Het was puur natte vingerwerk en de conclusies waren nikszeggend. Wanneer de Amerikaanse economie opleeft, zijn binnen een paar maanden net zoveel banen gecreëerd. Toch werd het getal bij de discussie over het verdrag een belangrijk argument dat beide partijen serieus namen."
"Cijfers worden vaak gemaakt om autoriteit en geloofwaardigheid te verlenen aan beslissingen. Het gros van de mensen begrijpt niks van cijfers. Zolang zij teveel onder de indruk blijven van dit gereken, is er alle mogelijkheid tot misbruik." Dergelijk misbruik mocht Klamer ook persoonlijk ervaren. Op de universiteit waar hij werkte, wilde de directie de pensioenregeling veranderen. Zij trokken een externe 'onafhankelijke' consultant aan om deze ideeën nader te onderzoeken. Een paar maanden later kwam de adviseur met prachtige grafieken die het gelijk van de directie aantoonden. Toch ging het plan uiteindelijk niet door. Een paar hoogleraren liet zich niet imponeren en haalde de berekeningen eenvoudig onderuit. BANG
In ons kruideniersland is de sitxiatie niet veel beter, weet Klamer inmiddels: "In Nederland is veel te veel aandacht voor cijfers. Overal in de wereld worden berekeningen van economen met een dosis scepsis ontvangen, terwijl in ons land de cijfers van het Centraal Planbureau de basis vormen voor regeringsbeleid. Het aangeleverde materiaal is zelfs tot achter de komma doorgerekend, hetgeen een indruk van objectiviteit moet wekken." Klamer signaleert een merkwaardige paradox in de discussie over het Nederlandse beleid en de rol die het CPB daarbij speelt. Aan de ene kant is de afgelopen jaren steeds duidelijker geworden dat de grote voorspellende modellen niet werken, terwijl bij de laatste kabinetsformatie de CPB-cijfers een ongekend grote rol speelden. De Amsterdamse hoogleraar Sweder van Wijnbergen heeft eveneens zijn twijfels over de mogelijkheden van de CPB-modellen, maar de door Klamer bekritiseerde statistische aanpak staat bij hem absoluut niet ter discussie. Van Wijnbergen meent dat het CPB te veel wil met de modelmatige aanpak. Werkelijk alle factoren dienen in een model te worden ondergebracht en dat is vooralsnog onmogelijk. "Het CPB wil nog steeds uitgebreide modellen maken waar bijna alles uit kan worden gehaald. Daardoor zeggen ze uiteindelijk heel weinig." Van Wijnbergen is voorstander van projectmatige studie: één vraagstuk per onderzoek aanpakken. De uitkom-
WETENS CHAi', CULTUUR
O) SAMENLEVING
20
-
IULI/AUGUS'
Sten zullen dan ook niet meer ter discussie kunnen staan, gelooft de econometrist. "De goede mogelijkheden die statistiek biedt, krijgen in Nederland nog veel te weinig kans. Politici lijken bang voor concreet onderzoek naar de resultaten van hun beleid", zegt Van Wijnbergen, die evenals Klamer furore maakte in de Verenigde Staten. Hij denkt hierbij specifiek aan de ontwikkelingen op de arbeidsmarkt. "Politici lanceren plan na plan, maar gedegen onderzoek naar de resultaten van geldverslindende banenpolen en soortgelijke projecten gebeurt eigenlijk nooit." fohan Graafland, hoofd afdeling algemene evenwichtsmodellen van het CPB, kent de kritiek die Van Wijnbergen verwoordt. Hij ziet echter, anders dan Van Wijnbergen, de uitkomsten van zijn economische onderzoek niet als harde feiten, maar als startpunt voor een discussie. Het nut van analyses van het CPB is volgens Graafland dat ze statistische informatie aanleveren over bepaalde economische factoren - bijvoorbeeld het aantal werknemers met een minimuminkomen. Om al deze informatie te kunnen combineren zijn modellen vaak noodzakelijke hulpmiddelen. Het totaalbeeld dat deze modellen opleveren, kan naar zijn mening uitstekend dienen als uitgangspunt voor discussie. "Collega's stellen dan dat wij bepaalde factoren onderschatten, terwijl andere facetten weer teveel nadruk krijgen. Wij reageren hier weer op en zodoende houden wij de discussie op hoog niveau, zorgen we dat de partijen scherp blijven. Het kan ook niet anders dan dat onze modellen discussie opleveren; ze zijn met veel onzekerheid omgeven." DOODSTRAF
Het recentelijk bij het Sociaal en Cultureel Plan Bureau (SCP) uitgevoerde onderzoek naar de effectiviteit van het Nederlandse strafrecht, is volgens Van Wijnbergen een goed voorbeeld van doeltreffend economisch onderzoek. In 'Van Misdaad tot straf een economische benadering van het strafrecht', stelt econoom Frank van TulderI die er eveneens op promoveerde, onder andere dat meer gevangenissen of meer rechters effectiever zijn dan meer politie of meer officieren van justitie. Hij doet dit volgens een strikt econometristische, dus zeer wiskundi-
1995
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1995
VU-Magazine | 588 Pagina's