VU Magazine 1995 - pagina 36
HET
LICHT MAG
UIT
Een kwestie die tien, vijftien jaar geleden tot verhitte discussies kon leiden, is eindelijk de wereld uit: het is inderdaad beter voor het milieu om een TL-lamp af en toe uit te doen. Het opstarten van een TL-buis kost minder energie dan vroeger wel werd gedacht. Netto is het daarmee beter voor de leefomgeving als TL-lampen uitgaan wanneer ze een paar minuten niet worden gebruikt. Dit blijkt uit een onderzoek van de Wetenschapswinkel Natuurkunde van de Universiteit Utrecht. Overigens is het voor de consument nog niet zo simpel de aanbevelingen van de fysici op te volgen. Hoe milieubelastend het is om een TL-buis uit te doen, hangt namelijk af van de periode dat deze al brandt, het elektriciteitstarief, de kleurindex en -temperatuur en de vraag of de lamp al dan niet is voorzien van een hoogfrequente voorschakelaar. Pas als deze kwesties glashelder zijn, kan de consument met gerust hart het licht uitdoen. Niettemin een paar tips. Witte buizen van 36 of 58 Watt met de kleuren '83' of '84' zijn beter dan buizen met kleur '33'. Bij normaal gebruik gelden de volgende omslagpunten: na een aaneengesloten brandduur van vijf minuten bij hoog elektriciteitstarief kan de lamp uit als hij niet binnen 47 seconden weer aan moet; na dertien minuten moet drie minuten worden gewacht en na 44 uur onafgebroken branden ligt dit op twintig minuten. Bij laag tarief moeten de rustperiodes grofweg worden verdubbeld. Verder is nu duidelijk dat in/uitschakelen van een TL-lamp zijn brandduur verkort (de tijd dat hij het doet), maar zijn levensduur verlengt (de tijd dat hij in het armatuur zit), (PVDB)
Beton beschermt niet bij aardbeving Gebouwen kunnen beter niet tegen een aardbeving worden beschermd door de fundamenten met gewapend beton te versterken. Volgens Amr Elnashai, een onderzoeker verbonden aan het Londense Imperial College, zijn pilaren die na een eerdere aardbeving in gewapend
beton zijn gegoten, juist extra gevoelig voor trillingen {New Scientist, 24 december), In zijn laboratorium voerde Elnashai schokproeven uit met
Eizmcan, Turkije, maait iyy>.
FOTO: ANP
Karpers hebben eigen brouwerij Maandenlang overleven in water van rond het vriespunt, omringd door ijs dat de zuurstoftoevoer afsluit. Het lijkt een onmogelijke opgave, maar de kroeskarpers in de meren van Scandinaviƫ en Oost-Euzopa hebben er wat op gevonden: zij trotseren kou en ademnood met een eigen brouwerijtje. De ontdekking van het alcoholfabriekje in het lichaam van de kroeskarper, de wilde soortgenoot van de goudvis, komt op naam van dr. A.D.F. Addink, hoogleraar dierfysiologie aan de Rijksuniversiteit Leiden. Addink leidt een onderzoek naar de manieren waarop vissen omgaan met koude, zuurstofgebrek en verzuring van oppervlaktewater. De kroeskarper laat zich in de winter, wanneer het ijs zich boven hem sluit, naar de bodem van het meer zakken. Daar blijft hij zo lang mogelijk zuurstof uit het water opnemen. Die energiebron kan op den duur echter uitgeput raken en het ijs verhindert dan dat het water nieuwe zuurstof opneemt.
van zuurstof overschakelt op het vergisten van glucose. Bij dat gisten komt net genoeg energie vrij om de lichamelijke processen op gang te houden. Het hart kan zo ook zonder zuurstoftoevoer blijven kloppen. Het gistingsproces vindt plaats in de skeletspier van de vis. "Wat de kroeskarper doet", zegt Addink, "verschilt in feite niet van het brouwen van bier. De chemische reacties verlopen op dezelfde Het slot van het verhaal van de dierfysioloog is echter ontnuchterend. In tegenstelling tot bierbrouwers hebben kroeskarpers namelijk niet de bedoeling een genotsmiddel te produceren. Voor hen is de alcohol weinig meer dan een hinderlijk afvalprodukt, dat ze via het bloed en de kieuwen uitscheiden, (ELG)
Bijna ieder dier is in een dergelijke situatie gedoemd te stikken. Zo niet de kroeskarper, die van het verbranden WETENSCHAP,
CULTUUR
&) SAMENLEVING
34
- JANUARI/FEBRUARI
199s
betonnen muren. Met de verkregen gegevens liet hij een computermodel van een vijf verdiepingen tellend gebouw in het Turkse Erzincan trillen. Dit gebouw werd al eens getroffen door een echte aardbeving. Het experiment toonde aan dat als de benedenverdieping zou zijn verstevigd met gewapend beton, het gebouw bij de eerstvolgende aardbeving m elkaar zou zakken. Verstevigde pilaren blijken gevoeliger voor hoogfrequente schokgolven die bij een aardbeving vrijkomen. Deze schokgolven doen zich vooral voor in de onmiddellijke nabijheid van het epicentrum van de beving. Door een beschadigde pilaar niet te repareren, is hij weliswaar gevoeliger voor laagfrequente schokgolven, maar deze worden doorgaans verder van het epicentrum gevoeld. De kracht van de trillingen is dan al flink afgenomen. Volgens Elnashai is het beter om een aantal metalen platen van een bepaald formaat tegen beschadigde pilaren te schroeven. Zo kan de pilaar precies 'op maat' worden verstevigd. Ook stalen verstevigingsbalken helpen. De resultaten van het onderzoek komen op een ongelukkig moment voor het stadsbestuur van Los Angeles, Dat kondigde aan [Popular Science, januari) dat het haar stadhuis tegen aardbevingen wil wapenen. Het is de bedoeling dat de 430 palen waar het gebouw op rust, worden ingepakt met gewapend beton precies het recept dus dat Elnashai afraadt. Het stadhuis is dertig verdiepingen hoog en stamt uit 1928. Vorig jaar januari doorstond het ternauwernood een aardbeving van 6,8 op de schaal van Richter. Niet eerder is het plan opgevat om zo'n groot gebouw te voorzien van een aardbevingbestendig fundament. Aan de voet van de 430 palen worden rubberen kussens geplaatst om de ergste klappen op te vangen, (MT)
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1995
VU-Magazine | 588 Pagina's