VU Magazine 1995 - pagina 344
hnponeergedrag zal oorspronkelijk waarschijnlijk alleen maar de inleiding tot het eigenlijke gevecht op leven en dood zijn geweest. Maar nu biedt het de zwal<:ste van twee rivalen de gelegenheid zich voortijdig terug te trekken. Slechts in uitzonderingsgevallen, met name wanneer de rivalen aan elkaar gewaagd zijn, kan een beslissing alleen langs bloedige weg worden bereikt. De imponeergevechten van herten en korhoenders hebben soms meer weg van theatervoorstellingen dan van een echt gevecht. In de loop van de evolutie hebben ritmische herhalingen en bepaalde structuren en kleuren het schouwspelelement versterkt, terwijl de echte schade berokkenende aanvallen tegelijkertijd in aantal zijn afgenomen. Een damhert dat tijdens het uitvoeren van zo'n rituele dans onvoorzien wordt geconfronteerd met de onbeschermde flank van zijn rivaal, waar hij zo zijn scherpgepunte gewei in zou kunnen zetten, zal dit buitenkansje altijd aan zich voorbij laten gaan. De dieren wachten netjes het moment af waarop ze weer gelijktijdig de geweien in elkaar kunnen slaan. Dergelijke remmingen, die verhinderen dat soortgenoten onnodig schade lijden, komen veel voor in het dierenrijk. Ze voorkomen bovendien dat moederdieren agressief worden tegen hun eigen jongen. Een broedende vogel moet ter verdediging van haar nakomelingen elk levend wezen aanvallen dat te dicht in de buurt van haar nest komt. Alleen het eigen kuiken, dat zich in het nest bevindt waarop zij nu juist al haar instinctieve agressie concentreert, moet ze ongemoeid laten. In de meeste gevallen remt het angstige gepiep dat de kuikens voortbrengen de agressieve aandrang van de moederkloek. Uit experimenten met dove kalkoenhennen blijkt, dat het ontbreken van zo'n remmingsmechanisme fatale gevolgen kan hebben. Dove hennen pikten hun eigen jongen dood meteen nadat deze uit het ei waren gekropen. Als 'goede moeders' pikten zij naar alles wat zich rond het nest bewoog. Alleen het geluid van een piepend kuikentje wekt het moederlijk gedrag op en remt de agressie af. Een fopkuiken dat bij wijze van experiment in de nabijheid van een broedende, normaal horende kalkoen wordt gebracht, zal een uiterst agressief onthaal krijgen. Laat men het echter tegelijkertijd kunstmatig opgewekte piepgeluiden horen, dan wordt dit agressieve gedrag onmiddellijk geremd. Zelfs een goudhamster die zich, met piepgeluiden legitimerend, bij het nest meldt, zal er met alle moederlijke zorg worden omringd. Zoveel is zeker; dat broedverzorgende moederdieren hun jongen geen kwaad doen is absoluut geen vanzelfsprekende natuurwet.
schijnlijk zijn kwakken slecht in staat soortgenoten als afzonderlijk individu van elkaar te onderscheiden. Vooral hierom steken het gekrijs en de snavelgevechten in een kwakkenkolonie voortdurend de kop weer op. De vogels kunnen hun vaste buren niet onderscheiden van een vreemde indringer die op territoriumverovering uit is. Bij ratten ligt dat volkomen anders. Zij zijn uitstekend in staat een vreemde rat in de groep te herkennen; een kenmerk dat de vreemdeling vaal<: met een afschuwelijke dood moet bekopen. In hun gedrag tegenover leden van dezelfde groep zijn ratten een toonbeeld van sociale deugden, maar zij veranderen in ware monsters zodra zij met vreemdelingen worden geconfronteerd. In een kolonie bruine ratten heerst harmonie en vrede. De verschillende moeders leggen hun jongen in hetzelfde nest, vrijwel alle dieren hebben innig lichamelijke contact en zwal<:kere broeders worden goedmoedig getolereerd bij de verdeling van het voedsel. Ook in de voortplanting tellen zij voor vol mee en zelfs de sterkste oudere rat legt ze niets in de weg. Ernstige gevechten komen in zo'n rattengemeenschap niet voor. De kleine onenigheden worden opgelost met een klap of trap van voor- of achterpoten. Gebeten wordt er niet, tot er een vreemde rat in de groep komt. Volgens Lorenz behoort het gedrag van ratten op het moment dat een lid van een vreemde familie in hun territorium belandt, naar zijn zeggen "tot de opwindendste, afschuwelijkste en weerzinwekkendste dingen die men ooit bij dieren kan waarnemen". Een vreemde rat kan enige tijd in de kolonie dwalen zonder enig vermoeden van het afschuwelijk lot dat hem wacht. Zodra de bezoeker een van de thuisratten zo dicht is genaderd dat deze er lucht van krijgt, bevindt de gehele kolonie zich in korte tijd in rep en roer. Met van opwinding uitpuilende ogen en de haren recht overeind, gaan de ratten over tot de aanval. Ze zijn daarbij zo agressief, dat ze elkaar ook onderling beginnen te bijten. Alle familieleden benaderen elkaar geprikkeld en wantrouwig, op zoek naar het familieluchtje waaraan ze elkaar waarschijnlijk herkennen. Het lot van de vreemde rat is vreselijk: als hij niet van schrik op slag sterft, wordt hij door zijn soortgenoten letterlijk verscheurd. Zelden ziet men zo'n vertwijfeling en panische angst als bij een rat die op het punt staat te worden terechtgesteld door andere ratten. Het dier biedt geen enkele weerstand en lijkt de onontkoombaarheid van de naderende dood ten volle te beseffen. Een rat die door bijvoorbeeld een roofdier in de hoek is gedreven, gedraagt zich heel anders. In dat geval verweert hij zich met ware doodsverachting en kiest - onder het uitstoten van een schrille kreet - voor de aanval. De mens heeft in het dierenrijk dus geen patent op in pure moordlust ontaardende agressie, hoewel berichten in de media die gedachte soms kunnen doen postvatten. In een aquarium spelen zich binnen een week tijd soms meer gewelddadigheden af dan de eigenaar van de waterbak in de menselijke samenleving waarschijnlijk ooit zal meemaken. Maar dat is uiteraard nog geen vrijbrief voor menselijke agressie.
FAMILIELUCHTJE
Zelfs wanneer volwassen kwal<:ken, reigerachtige vogels, een paartje vormen en een nest delen, kunnen zich in bepaalde gevallen agressief tegen elkaar gedragen. Wanneer beide elkaar ver van hun gemeenschappelijk nestterritorium ontmoeten, gedragen ze zich als volkomen vreemden. Zij verjagen elkaar net zo woedend van een goede visplaats of vechten net zo heftig om voedsel als twee willekeurige soortgenoten zouden doen. Waar-
WETENSCHAP,
CULTUUR
et) SAMENLEVING
50
- JULIIAUGUSTUS
199s
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1995
VU-Magazine | 588 Pagina's