VU Magazine 1995 - pagina 237
"Het terrein is immers vrijwel onbegrensd. Neem één aspect - de grensvlalc-aerodynamica bijvoorbeeld - en er zijn al bibliotheken over volgeschreven. Het is natuurlijk duidelijk dat een ontwerper nooit kan doordringen tot in alle finesses. En toch moet hij wèl beslissingen nemen. Een algemeen ontwerper is dus een soort integrator. De kunst is om haalbare doelen te formuleren. Neem je bijvoorbeeld het gewicht te ruim, dan zul je nooit een goed vliegtuigontwerp krijgen. Ga je uit van een te laag gewicht, dan bestaat het gevaar dat er een te zwalcke con-
structie ontstaat. Mocht dat onverhoopt toch dreigen te gebeuren, dan moet er opnieuw worden overlegd en gerekend. Het ontwerpen is namelijk een iteratie/proces. Je bent continu in discussie met iedereen." VLEUGELPROFIEL
Naarmate het ontwerpproces vordert is het zaak zoveel mogelijk testen rekengegevens mee te wegen zonder in de data te verdrinken. De computer speelt daarin een dubbelrol. Enerzijds is het apparaat als relatief
WETENSCHAP,
CULTUUR
e) SAMENLEVING
51
- MEI
goedkope simulator van ingewikkelde processen onontbeerlijk. Anderzijds kunnen de cijferlawines die eruit voortkomen de besluitvorming tegelijkertijd nodeloos ingewikkeld malden. "Op dit moment is een vliegtuigontwerp grotendeels per computer voor te bereiden", zegt Torenbeek. "Je kunt zeer veel doen met rekenarij, maar niet alles. De computers zelf vormen niet langer de begrenzing; die hebben voldoende capaciteit om alle berekeningen aan te kunnen. De bottle-neck is dat je met teveel interacties rekening moet houden als je veel onderdelen tegelijk doorrekent. Bovendien is het fundament van de stromingsleer - de turbulentie - eigenlijk niet per computer in een model om te zetten." Overigens proberen vliegtuigontwerpers wel zo dicht mogelijk in de buurt van de werkelijkheid te komen. Die inspanning is een val<; op zich geworden: in Delft gaat het vooral om het vinden van een goede ontwerpmethode. En daarmee kijken vliegtuigontwerpers dus eigenlijk naar zichzelf: hoe kunnen ze uit de stortvloed aan gegevens het beste toestel samenstellen? Obert: "Ontwerpen is geen deterministisch proces; het aantal variabelen loopt in de honderden. Je zou in theorie vele vliegtuigen willen simuleren. Stel dat ik die vleugel breder, langer, dikker of dunner maak; wat gebeurt er dan met de eigenschappen van het toestel, en dus met de economie ervan? Die vraag levert geweldig veel gegevens op, die je allemaal systematisch moet gaan bekijken." En zo worden niet alleen de rekenmodellen bijgeschaafd, maar krijgen vliegtuigontwerpers ook bijgebracht hoe ze wijs kunnen worden uit de stortvloed aan informatie. Torenbeek toont zijn laatste onderzoeksrapport: een studie naar het optimale vleugeloppervlalc, de vleugelslankheid en de kruishoogte voor lange-afstandstransportvliegtuigen. "Op zich niet opzienbarend", vindt hij zelf. "Maar we zijn vooral geïnteresseerd in analytische resultaten. Daarin proberen we patronen te herkennen. Uiteindelijk moeten we die in onderwijs vertalen om aankomende vliegtuigingenieurs duidelijk te malcen waarom in een ontwerp een bepaalde keuze is gemaalct. Een mooi ontwerp is knap. Nog mooier is het om te weten waarom iemand juist tot dat ontwerp gekomen is."
1995
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1995
VU-Magazine | 588 Pagina's