VU Magazine 1995 - pagina 435
INTERVIEW
Koos NEUVEL
H.A.M. SNELDERS Er zou een verbinding moeten bestaan tussen natuurwetenschap, beschaving en cultuur, vindt hij. Een vruchtbare beoefening van de natuurwetenschappen kan niet zonder historische en wijsgerige reflectie. Maar de kloof tussen natuurwetenschap en cultuur is sinds de negentiende eeuw gegroeid en lijkt inmiddels bijna onoverbrugbaar, zijn eigen pogingen om zo'n brug te slaan ten spijt.
H
ij is scheikundige. In een echt natuurwetenschappelijk onderzoekslaboratorium is prof.dr. H.A.M. Snelders (1930) na zijn afstuderen echter zelden meer geweest. Zijn laboratorium is te vinden aan de Nieuwe Gracht te Utrecht, waar het Instituut voor de Geschiedenis van de Natuurwetenschappen is gevestigd. Tot voor kort was hij aan dat instituut verbonden als hoogleraar (daarnaast was hij buitengewoon hoogleraar aan de Vrije Universiteit). Dat laboratorium is een voormalige hoogleraarswoning waar het onderzoeksmateriaal tegen de muren opklimt: stapels boeken, allemaal binnen direct handbereik. Het gebouw ademt een bezonken geleerdheid. Zachtjes lijkt de geschiedenis tussen de kieren van het pand te ruisen. Snelders beweegt zich op het snijvlak van de literairhistorische en de natuurwetenschappelijke cultuur, tussen alfa en bèta. En daar schrijft hij ook veel over. In 1994 verscheen van hem bijvoorbeeld 'Wetenschap en intuïtie' (Ambo) over het romantisch natuuronderzoek in Duitsland rond 1800. Romantici hebben de reputatie antiwetenschappelijk te zijn. Koele rekenarij is niets voor een lyrische geest. Maar nogal wat romantici hebben zich wel degelijk serieus met natuuronderzoek beziggehouden, en soms ook met enig resultaat. Van die romantische onderzoekers is Johann Wolfgang Goethe zonder twijfel de beroemdste geweest. Hij is bekend als schrijver, maar zag zichzelf vooral als wetenschapper. Een goed gedicht schrijven, vond hij, dat kunnen er zoveel. Maar de kleurentheorie die Goethe zelf formuleerde, vond hij een veel grotere prestatie; een waarvoor hij blijvende eer verdiende. Het is allemaal wat anders gelopen. Niettemin blijkt uit zulke uitlatingen dat het natuuronderzoek voor de romantici veel meer was dan vrijblijvend hobbyisme. De verbinding tussen alfa en bèta, zoals die bestond ten tijde van de Duitse Romantiek, is tegenwoordig goeddeels verdwenen. Er is een strikte taakverdeling, zozeer dat WETENSCHAP,
CULTUUR
Snelders' eigen werkzaamheden bijna verbazing wekken. Verricht de scheikundige niet eigenlijk het werk van een historicus? Maar hij vindt niet dat hij de verkeerde opleiding heeft gevolgd. Snelders: "Ik heb er wel eens over nagedacht of ik geschiedenis zou gaan studeren, als ik het kon overdoen. Waarschijnlijk niet. Ik heb enkele promovendi gehad die historicus waren; zij schrijven veel gemal<kelijker dan natuurwetenschappers, maar hebben meestal niet het gevoel voor wat natuurwetenschap is. Een natuurwetenschapper ontbreekt het misschien aan kennis van de geschiedenis - dat valt bij te spijkeren - maar weet wel wat een experiment is. Wie de geschiedenis van de natuurwetenschappen bestudeert moet deze van binnenuit kennen. Hij behoort te weten hoe onderzoek wordt uitgevoerd. Het is natuurlijk mogelijk om je puur als historicus bezig te houden met de natuurwetenschap, maar mijn voorkeur heeft dat niet. Ik heb voor 'Wetenschap en intuïtie' veel experimenten van vroegere geleerden nagerekend. Daar doe ik verder niet zo veel mee in mijn boek, maar ik wilde graag weten wat ze precies deden. "Het probleem van mijn vale is, dat het heel gemal<:kelijk is om te zeggen dat de theorieën van vroegere natuurwetenschappers niet kloppen. Maar waarom kloppen ze niet? Omdat ik met de kennis van vandaag weet dat ze niet kunnen kloppen. Als ik over de Grieken iets wil vertellen en een collegezaal binnenstap, zou eigenlijk iedereen verkleed moeten zijn als Griek. We moeten alles vergeten wat sindsdien gedaan is en onderzoeken of die theorieën in hun tijd kloppen. Als dat lukt kom je een heel eind. Alleen, dat lukt nooit helemaal. "Als ik vandaag bij prachtig weer opsta, zie ik de zon opkomen. Nog nooit heeft iemand de aarde zien opkomen. Wat is daarom voor ons, eenvoudige mensen, logischer te denken dan dat de aarde stilstaat en de zon daar omheen draait. Zulke redeneringen moet je erop na kunnen houden. Het wordt alleen moeilijk als op grond van zo'n redenering een foutieve wet wordt geformuleerd.
&> SAMENLEVING 9
- OKTOBER
I99S
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1995
VU-Magazine | 588 Pagina's