VU Magazine 1995 - pagina 327
VERBEELDING IN DE NATUUR
Nog 48 verboden plekken ('De eeuwige spion', juni 1994) Hij heeft de Tweede Wereldoorlog én de Koude Oorlog overleefd, de Wet op de Luchtfotografie. En nog steeds wil het ministerie van Defensie in totaal 48 gebieden in Nederland niet op de (lucht)foto hebben. Elke exploitant van rondvluchten en elke professionele luchtfotograaf hoort het te weten: boven militaire objecten (vliegvelden, de-
wijde omtrek) off-limits zijn voor plezierfotografen. Volgens Siegel is voor elk object ter plekke bekeken vanaf welke hoogte en afstand er niets meer van te zien valt. Rond vliegvelden wordt een denkbeeldige lijn op een afstand van vijf kilometer getrokken; rondom een kazerne bedraagt de marge drie kilometer. Siegels grootste opponenten lijken de vredesactivisten en de hobbyisten die hun vrije tijd doorbrengen aan de hekken van militaire bases. Toch zegt Siegel hen niet te vrezen. "De plekken waar vliegtuigspotters staan, zijn speciaal uitgezocht; onder meer met de bedoeling dat ze vanaf hun stek niets kunnen zien wat ze niet mogen zien. En ik vraag me af of je vanaf de grond een fatsoenlijke plattegrond kunt maken van een militaire basis." Siegel heeft ook geen hoge pet op van de scherpte die satellietfoto's tegenwoordig hebben. Op dergelijke plaatjes is volgens hem vrijwel niets te zien dat de staatsveiligheid in gevaar kan brengen. Overtredingen van het plaatselijke fotoverbod constateert Siegel eigenlijk nooit. "De piloot van bijvoorbeeld een rondvluchttoestel hoort tegen de passagiers te zeggen dat ze in een bepaalde regio niet mogen fotograferen. Daar wordt echt wel op gelet. Zo'n vliegtuigexploitant wil zijn vliegbewijs heus niet kwijtraken. Bovendien zijn de instructies opgenomen in de theorieopleiding van de vliegers."
maakt, dus daar hebben fotografen nu vrij spel. Hetzelfde geldt voor het luchtruim boven de oude marinewerf in Den Helder en de voormalige Willem Ikazerne in Den Bosch. Op de laatste lokatie bevinden zich tegenwoordig asielzoekers. Wie toestemming wil hebben om binnen een verboden zone te fotograferen, vraagt dit aan adjudant A. Siegel van de Afdeling In-
Satellietbeelden: staatsgevaarlijkheid valt mee NLR
pots, kazernes) en 'koninklijke' behuizingen als paleis Huis ten Bosch, slot Drakesteyn en paleis Soestdijk zijn geen pottekijkers gewenst. Het zijn echter vooral de militairen die zich in hun staatsveiligheid bedreigd voelen door overvliegende fotocamera's. Niettemin is het einde van de Koude Oorlog wel voelbaar bij het Bureau Luchtfotografie van de Koninklijke Land(!)macht. Kort geleden is er behoorlijk gesnoeid in het aantal verboden gebieden. Vanaf het voormalige militaire vliegveld Ypenburg worden nu ook recreatievluchten ge-
lichtingen en Veiligheid van de landmacht. Als het moet, dan kan die vergunning er snel komen. Als zich ergens een calamiteit voordoet waar als de wiedeweerga een helicopter met televisiecamera's naartoe moet, dan wil Siegel de zaak zelfs per fax afhandelen. De kaart met verboden gebieden verstrekt Siegel alleen aan beroepsluchtfotograf en. Enige tijd geleden belandde een fragment in een aantal regionale kranten en daarop is te zien dat grote delen van oostelijk Nederland (waaronder Ede, Arnhem en Deventer met WETENSCHAP,
CULTUUR
O ja, en hoe zit het met bewegende militaire objecten? Mogen we vanuit een luchtballon wel een kiekje maken van een rijdende tankcolonne? "In vredestijd mag dat", zegt Siegel. "Maar als ons land in een crisis verkeert, dan kan het fotograferen van troepenbewegingen worden verboden." (MT)
&) SAMENLEVING
33
- JULI/AUGUSTUS
199s
'Leven naast de pret' (juli/augustus 1994) Hoe moeten we omgaan met de schaarse natuur in Nederland? Laten we in elk geval niet proberen om elkaar uit de bosjes te jagen, zo luidt, heel ongenuanceerd verwoord, de opvatting van dr faap Lengkeek. Lengkeek is als onderzoeker verbonden aan de werkgroep recreatie en toerisme van de Landbouwuniversiteit Wageningen. Kort geleden organiseerde deze werkgroep in opdracht van de Raad voor het Milieu- en Natuuronderzoek (RMNO) een studiedag, waar Lengkeek pleitte voor een vreedzame coëxistentie van iedereen die iets te zoeken heeft in de buitenlucht: dieren èn mensen. Mensen, zegt Lengkeek, maken namelijk nadrukkelijk deel uit van wat we zo mooi biodiversiteit noemen. "Biodiversiteit is de rijkdom van zijnsvormen die worden gewaardeerd vanuit onze menselijke herscheppende activiteiten. Een probleem is dat we niet veel waardering kunnen opbrengen voor de verbeeldingswerelden van anderen. Die bestrijden we als vreemd, oneigenlijk of achterlijk. Alleen de natuur heeft nog iets betrekkelijk onaantastbaars, als... de wereld waaruit we oorspronkelijk voortkomen en warmee we dreigen het contact te verliezen. Daar kunnen uiteenlopende mensentypen zich wel in vinden. Niet iedereen. Zo ken ik een goeie ouwe Amsterdammer, een Jordanees, die niets zo verschrikkelijk vindt als de natuur. Levensgevaarlijk, zegt hij: "al die fltamines die op je koanus falie'." (MT)
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1995
VU-Magazine | 588 Pagina's