Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

VU Magazine 1995 - pagina 409

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

VU Magazine 1995 - pagina 409

4 minuten leestijd

eten als de opgemaakte bedden. Ze waren geïnteresseerd in slechts één ding: krijgen de kapers, zoals was beloofd, een vrije aftocht? Als één man verdrongen de passagiers zich bij het grote raam. Op het moment dat het toestel met de kapers aan boord het luchtruim koos, brak er tot verbijstering van de overige aanwezigen een luid applaus los. PANIEK

De verbazing van de omstanders is begrijpelijk. Voor buitenstaanders is het moeilijk te verteren dat de slachtoffers zich hebben gesolidariseerd met dezelfde mannen die hun leven in gevaar hebben gebracht. Maar ook de slachtoffers zelf voelen het ongerijmde van de zaak. Ger Vaders beschrijft hoe de gijzelaars in de trein met elkaar overleggen over het schrijven van een oproep aan de regering, die ze samen met het volgende ultimatum van de kapers naar buiten willen brengen. Al gelooft Vaders niet in het effect van een dergelijke oproep, toch doet hij eraan mee. "Het gaf de gijzelaars wat te doen en dat was een probaat middel tegen paniek", zo schrijft hij. "Bovendien verkleinde het de afstand tussen passagiers en kapers." In dat laatste schuilt wat hem betreft het grootste gevaar. Hij is bang dat hun aktie achteraf zal worden opgevat als een "vorm van medeplichtigheid aan terrorisme". In zijn verbeelding ziet hij zichzelf na de bevrijding al in een ziekenhuisbed liggen met aan zijn pols het kaartje 'Stockholm-syndroom'. Het Stockholm-syndroom, dat ten tijde van de treinkaping bij Wijster nog nauwelijks was beschreven, heeft in de afgelopen jaren meer bekendheid gekregen. Het verschijnsel blijkt op te treden in allerlei situaties waarin daders en slachtoffers nauw met elkaar in contact zijn. Parallelle reacties vond men bij slachtoffers van incest, bij krijgsgevangenen, leden van gewelddadige sektes en bij overlevenden van concentratiekampen. Ook het gedrag van de blauwhelmen vertoont trekken van het Stockholm-syndroom, al moet daaraan worden toegevoegd dat de 'gematigde' houding jegens de Serviërs ook deel uitmaakte van de officiële VN-ideologie. De blauwhelmen waren op pad gestuurd met als opdracht

onpartijdig en neutraal te blijven en zeker geen al te nadrukkelijk vijandige houding jegens een van de betrokken partijen te ontwikkelen. Opvallend is ook het onderzoek van twee Amerikaanse psychologen aan de universiteit van Cincinatti, die sinds kort het Stockholmsyndroom gebruiken als verklaringsmodel bij de behandeling van door hun echtgenoot mishandelde en misbruikte vrouwen. De onderzoekers wijzen erop dat de situatie van deze groep vrouwen in een aantal opzichten overeenkomsten vertoont met de omstandigheden waaronder het Stockholm-syndroom kan gedijen. In veel van de onderzochte gevallen had de mishandeling dermate ernstige vormen aangenomen, dat er sprake was van levensgevaar voor de betrokken vrouw. Kansen om te ontsnappen waren er meestal niet. Het slachtoffer verkeerde over het algemeen al langere tijd in een sociaal isolement. Uit schaamte had ze de contacten met vriendinnen en kennissen verbroken en hield ze de buren zoveel mogelijk op afstand. De enige persoon tot wie de vrouw zich kon richten voor steun of troost, was degene die het trauma veroorzaalcte: de echtgenoot. Het geringste blijk van vriendelijkheid van zijn kant was dan ook aanleiding de woede over het aangedane leed te verdringen en het op een akkoordje met de echtgenoot te gooien. Precies zoals de slachtoffers van een Stockholm-syndroom dat doen. GELUKKIG

Gehechtheid aan de dader is in gesprekken met vrouwen die jarenlang door hun man of vriend zijn misbruikt en mishandeld, altijd al een belangrijk thema geweest. Men heeft zich vaak afgevraagd hoe het mogelijk is dat deze vrouwen na jaren van mishandeling zonder blikken of blozen volhouden dat er nog steeds van een soort liefdesrelatie sprake is. Veel slachtoffers hebben grote moeite te besluiten hun man te verlaten. In Blijf-van-mijn-lijf-huizen komt het geregeld voor dat vrouwen na verloop van tijd toch terugkeren naar hun gewelddadige echtgenoot, waarna de ellende vaal< weer van voren af aan begint. Het Stockholmsyndroom als diagnose kan die hardnekkige gehechtheid in een nieuw licht plaatsen. Er is hier sprake van een

WETENSCHAP,

CULTUUR

6) SAMENLEVING

39

- SEPTEMBER

overlevingsstrategie. Het gevaar en het isolement hebben de vrouw genoodzaakt tot het sluiten van een verbond met de dader. Een andere keus was er niet. Ook uit de beschrijvingen van Ger Vaders wordt duidelijk hoezeer het Stockholmsyndroom met overlevingsdrang te maken heeft. Zijn verslag van dag tot dag geeft een afspiegeling van de steeds intensievere betrokkenheid van de kapers bij hun slachtoffers. Wat uit de statistieken al bekend was - als er bij kapingen slachtoffers vallen, gebeurt dat in de eerste dagen - wordt nu begrijpelijk. In de gekaapte trein ontstaat na verloop van een aantal dagen een stemming waarin het onwaarschijnlijk is dat nog iemand zal worden gedood: de kapers zijn tezeer emotioneel bij hun gijzelaars betrokken geraal<:t. Onder die omstandigheden komt het einde van de aktie in zicht. De autoriteiten hoeven weinig anders te doen dan afwachten. De slachtoffers blijven achter met de dilemma's. En daar kunnen ze nog jaren last van hebben. Nog steeds, zo blijkt uit zijn boek, worstelt Ger Vaders met zijn tegenstrijdige gevoelens. Enerzijds noemt hij het logisch dat hij zich in de kapers en in de Molukse denkwereld is gaan verdiepen. Tegelijkertijd is hij er bang voor dat hem juist om die reden medeplichtigheid met de daders zal worden verweten. Als we de psychologen mogen geloven zou het gezonder zijn geweest als Ger Vaders de Molul<kers simpelweg en hartgrondig was gaan haten. Maar kenmerkend voor het Stockholm-syndroom is nu juist, dat ieder spoortje haat wordt verdrongen. Als overlevingsstrategie werkt dat goed, maar op den duur kan zoiets ernstige gevolgen hebben voor de psyche. De weggedrukte woede zal, zo menen de pychologen, op de een of andere manier een uitweg zoeken, en daarbij is de kans groot dat de haat zichzelf als zelfhaat zal gaan uiten. Zoiets maakt nieuwgierig naar de ervaringen van de gegijzelde vrouw uit Stockholm, die een huwelijk is aangegaan met de man die haar leven heeft bedreigd. Stel dat het huwelijk gelukkig is en dat beide partijen zich tevreden voelen, hoe valt dan nog uit te leggen dat er een syndroom bestaat dat naar hen is vernoemd?

199i

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1995

VU-Magazine | 588 Pagina's

VU Magazine 1995 - pagina 409

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1995

VU-Magazine | 588 Pagina's