Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

VU Magazine 1995 - pagina 106

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

VU Magazine 1995 - pagina 106

2 minuten leestijd

SEMI-PROP

MARK

TRAA

Bij sommigen loopt een hobby zó uit de hand, dat de wetenschap er mee is gediend. Deel 2 van een vijfdelige serie over amateurwetenschappers: de archeoloog.

^Na een week sloeg de dofheid toe^

D

e Hoge Berg is een gebied in het zuidelijk deel van Texel. Ik woon in Den Burg en als ik naar mijn werk fiets, kom ik er altijd over heen. Het is een keileemgebied, waar talloze werktuigen uit de Steentijd, vanaf zo'n honderdduizend jaar geleden, in de grond zitten. Dat weet ik pas sinds 1978, toen ik op vakantie was in Drenthe. In het Asser museum zag ik een kaart van Noord-Nederland, waarop in roze de keileemplateaus waren aangegeven. Daar stond De Hoge Berg ook op, als een klein roze vlekje. Ik heb me altijd afgevraagd hoe mensen vroeger leefden - zonder huizen en centrale verwarming. Met de werktuigen die archeologen opgraven, kunnen we ons daarvan een beter beeld vormen. Zelf ben ik de omgeploegde landerijen op de Hoge Berg gaan aflopen. Amateurarcheologen mogen namelijk niet graven; dat is bij de wet verboden. We moeten dus wachten totdat bijvoorbeeld een boer gaat ploegen of een graskuil gaat graven. Dan zijn we er als de kippen bij. Op Texel is al veel onderzoek verricht door archeologen die net als ik de landerijen afliepen, maar die beperkten zich meer tot voorwerpen vanaf de bronstijd. Potjes en pannetjes noem ik het maat; in werkelijkheid zijn het vooral scherven van zo'n vierduizend jaar oud. Zelf heb ik me toegelegd op stenen werktuigen. Anderen zijn daar wel in geïnteresseerd, maar ik heb geen idee waarom ze er niet wat meer werk van maken.

veroorzaakt. Dat is op zich al een rare tegenspraalc: steen wordt glanzend en glas wordt dof.Maar goed, het is een theorie die een eigen leven is gaan leiden. Door geologen en archeologen wordt hij algemeen gebruikt. De werktuigen die ik op Texel vond, glanzen volgens deze opvatting onvoldoende om in de Steentijd thuis te horen. Ik vind het werkelijk bijzonder vreemd. Zelf heb ik eens de proef op de som genomen. Ik zag aan het strand een kapotte fles liggen, die na verloop van tijd dof werd aan de kant waar de wind vandaan kwam. Toen heb ik een paar hoogglansstenen gepal<;t en gedacht: als ik ze nu in de wind hang, dan moeten ze glanzend blijven. Dat is toch een logische redenering? Dus heb ik aan een paal een paar stenen opgehangen, vlak boven het zand. Daar heb ik de wind mee laten spelen, ik ben er regelmatig wezen kijken. En na een week zag ik de dofheid gewoon toeslaan. Ach, vroeger heb ik me wel kwaad gemaakt over de houding van de beroepsarcheologen. Die tijd is voorbij. Ik kom niet meer bij ze als ik iets interessants vind. Kijk, mijn werktuigen zijn heel goed vergelijkbaar met vondsten uit bijvoorbeeld Duitsland, die onomstotelijk uit de Steentijd afkomstig zijn. Maar ja, de overeenkomst tussen mijn stenen en die van Tjerk Vermaning is in de ogen van de beroepsarcheologen misschien wat te groot. Zijn stenen waren ook niet zo verweerd. En omdat die van mij een aantal dezelfde kenmerken vertonen als die van Vermaning, word ik niet serieus genomen. Kort gezegd is mijn theorie dat die hoogglansstenen vooral werden gevormd in beekdalen; door het water werden ze gepolijst. Andere stenen bleven in het keileem steken en kregen nauwelijks de kans om glad te worden. Als ik gelijk heb, dan betekent dit dat Texel wat menselijke bewoning betreft zo'n acht maal ouder is dan men nu denkt. Er moeten dus jagers hebben gewoond, die achter het wild aantrokken. En zo'n landtong zoals de Hoge Berg er destijds bij lag, is natuurlijk een prachtig uitzichtpunt om die beesten te zien langskomen. Ik ga daar wel eens zitten om me er een voorstelling van te malcen.

Met mijn vondsten ben ik vroeger wel naar beroepsarcheologen geweest. Dat is nogal negatief afgelopen. Lang niet al mijn stenen waren werktuigen, zo zeiden ze. Vondsten uit de Steentijd door amateurs liggen erg gevoelig in het beroepswereldje. Ze worden op een goudschaaltje gewogen nadat van Tjerk Vezmaning twintig jaar geleden werd aangenomen dat hij in Drenthe zogenaamde werktuigen zelf in de grond had gestopt. Heden ten dage zijn er nog steeds 'wetten' in omloop waaraan de oppervlakteverschijnselen van een stenen werktuig zou moeten voldoen, die mijns inziens zijn achterhaald. Zo worden de stenen onder meer geselecteerd op windlak - de mate waarin ze door stuifzand zijn verweerd. Het begrip windlak stamt al uit de jaren twintig. Iedereen die op het strand wandelt, zal het wel eens zijn opgevallen dat de ruiten van de koffiehuisjes die daar staan door het zand doffer zijn geworden; ze zijn als het ware gezandstraald. Zo zou dat ook tijdens de laatste ijstijd zijn gegaan, toen Nederland een grote poolvlakte was zonder begroeiing, waarop de wind vrij spel had. Dat, zo zegt de theorie, heeft een soort hoogglans op de stenen WETENSCHAP,

CULTUUR

Ik heb m'n stenen hier liggen, ik gooi ze niet weg. Iedereen mag ze komen bekijken. Soms denk ik: misschien kan ik er wel eens een boek over schrijven. Dan gaat dit stukje geschiedenis van Texel niet verloren." Govert van Noort (45) is zoologisch analist bij het Nederlands Instituut voor Onderzoek der Zee (NIOZ) op Texel.

e) SAMENLEVING

20

- MAART

1995

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1995

VU-Magazine | 588 Pagina's

VU Magazine 1995 - pagina 106

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1995

VU-Magazine | 588 Pagina's