Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

VU Magazine 1995 - pagina 64

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

VU Magazine 1995 - pagina 64

4 minuten leestijd

Apen schilderen eerder uit een 'drang tot verstoring' dan uit een 'gevoel voor orde'. schilderingen van mensapen werd gebruikt). Het afbakenen van een iconisch veld legt bepaalde mogelijkheden en beperkingen aan de afbeelding op. Een groot deel van het werk van de kunstenaar bestaat uit het uitbuiten daarvan om vorm- en betekeniseffecten te creƫren. Zoals Schapiro terecht opmerkt, zetten apen dat iconische veld niet zelf op. Dat veld is tevoren bepaald en aangereikt door de mens, en een aap zal het nooit trachten te wijzigen om het aan zijn eigen esthetische doeleinden aan te passen. Zo'n aanpassing is overigens minder ingewikkeld dan ze lijkt en kan bijvoorbeeld bestaan uit het benadrukken van de randen van het papier, of het in kleinere velden opsplitsen ervan. Ook in dat opzicht voldoet het schilderen van apen niet aan de artistieke mogelijkheden die de mens in de kunst vanzelfsprekend acht.

zingen van het non-flguratieve lijken hun schilderingen een zodanige esthetische samenhang te vertonen dat men zou gaan denken dat de symbolische en expressieve functies van menselijke kunst slechts een tweede laag vormen, niet meer dan een bovenbouw die regelrecht is voortgekomen uit de gemeenschappelijke basis. Het verschil tussen schilderingen van apen en mensen zou er eerder een zijn van kwantiteit dan van kwaliteit, en de overstap van de een naar de ander niet meer dan een geleidelijke transformatie op basis van het door aap en mens gedeelde 'gevoel voor orde'.

ONVOLDOENDE

BASIS

Een plausibel lijkende redenering. Maar een niet onbelangrijk aspect is daarin echter over het hoofd gezien: de zelfstandige rol die het materiaal speelt bij schilderende apen. Hun produkten ontstaan immers uit een interactie tussen dierlijke intelligentie en een kunstmatige reeks hulpmiddelen die door mensen is aangereikt. De mogelijkheden van de aap zijn zozeer afhankelijk van die hulpmiddelen, dat onmogelijk nog kan worden gesproken van een volstrekt vrije en natuurlijke expressie. Men zou met recht zelfs kunnen volhouden dat schilderijen van apen niet veel meer dan in wezen passieve reacties zijn op dat aangereikte materiaal, en dus geen expressie van het artistieke inzicht van de aap. De consequentie van deze kanttekening kan geen andere zijn, dan dat het 'gevoel voor orde' geen juiste verklaring is voor het schildergedrag van apen, en dus automatisch ook onvoldoende basis vormt voor een antwoord op de vraag naar de oorsprong van de kunst. De kunsthistoricus Meyei Schapiio heeft ooit gesteld dat het opzetten van 'iconische velden' een van de meestfundamentele handelingen is in alle beeldende kunsten. Iconische velden (iconic fields) vormen de visuele plaats waar de inhoud van het beeld geplaatst wordt. In de loop van de kunstgeschiedenis hebben kunstenaars heel uiteenlopende soorten velden gebruikt: van de ruwe wanden van paleolithische grotten tot de rechthoekige, vrijstaande witte ondergrond die bij tekenaars en schilders sinds de vijftiende eeuw het meest gangbaar is (en die ook voor de WPTENSCHAP,

CULTUUR

Een schilderende chimpansee is zich dus slechts formeel, en niet creatief bewust van het iconische veld. Die passieve houding geldt uiteraard het schildermateriaal als geheel. Zelfs voor de meest getalenteerde chimpansee is het ronduit onmogelijk zelf hulpmiddelen en kleurstoffen uit te vinden of ze aan te passen aan zijn eigen esthetische behoefte. Het enige wat hij kan is zichzelf aanpassen snel en heel doelmatig, dat wel! - aan de middelen die hem door de mens worden aangereikt. Bij apen kan slechts eenrichtingsverkeer plaatsvinden tussen het materiaal en het schilderen. Bij menselijke schilderkunst is van tweerichtingsverkeer sprake: het hulpmiddel bepaalt weliswaar mede het produkt, maar wordt in de loop van het scheppingsproces daaraan ook aangepast. Dat soort aanpassingen is voor de schilderkunst van wezenlijk belang; de evolutie van materiaal en hulpmiddelen moet dan ook als een integraal onderdeel van de geschiedenis van de kunst worden beschouwd. De manieren waarop apen met het schildermateriaal aan de slag gaan, blijkt dus nauw samen te hangen met het feit dat ze het van buitenaf krijgen aangereikt. En het opmerkelijke is, dat dit nu juist het duidelijkst aan het licht treedt bij het analyseren van de produkten. Het bekijken van grote hoeveelheden schilderingen van verschillende apen in verschillende experimentele contexten, leidt tot de opvallende conclusie dat apen geen gebruik maken van bepaalde soorten spel met vormen die

O) SAMENLEVING

62

- JANUARI/PEBRUARI

199$

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1995

VU-Magazine | 588 Pagina's

VU Magazine 1995 - pagina 64

Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1995

VU-Magazine | 588 Pagina's