VU Magazine 1995 - pagina 208
POLITIEK Er is iets mis met het niveau van vakkennis van docenten geschiedenis, staatsinrichting en maatschappijleer. Die conclusie trekt J.C.P.M. Vis in zijn proefschrift 'Politieke kennis en politieke vorming' waarop hij aan de Rijksuniversiteit Groningen gepromoveerd is. Vis liet de docenten een aantal kennisvragen over politiek beantwoorden. Dat leverde een verre van indrukwekkend resultaat op. De docenten blijken wel goed thuis te zijn in politieke stromingen en in het Nederlandse politieke stelsel. Maar zodra het gaat over de internationale politiek, laten veel van hen het afweten. De ene docent is de andere niet. Geschiedenisdocenten weten gemiddeld meer dan maatschappijleerdocenten en oudere docenten weten weer meer dan jongere. Dat laatste komt volgens Vis omdat oudere docenten een grotere interesse hebben in politiek dan jongere. Ook de onderwijservaring is van belang. Docenten met veel onderwijservaring weten gemiddeld meer van politiek dan docenten met weinig onderwijservaring. Vis stelde ook vast dat mannelijke docenten gemiddeld meer politieke kennis bezitten dan vrouwelijke. Het probleem van de tekortschietende gekwalificeerdheid wordt volgens Vis grotendeels veroorzaakt door de vakstudie. De meeste leraren geschiedenis of maatschappijleer zijn door hun valestudie onvoldoende vertrouwd met de politicologische benadering van het vak maatschappijleer en staatsinrichting waarvoor de eindexamencommissie gekozen heeft. De wetgever heeft, concludeert Vis, hier nagelaten een goede regeling te treffen, (KN)
Minder telewerkers dan verwacht Nederland telt beduidend minder telewerkers dan het Platform Telewerken Nederland (PTN) wil doen geloven. Dat zegt onderzoeker H. Spittje van het Verkeerskundig Studiecentrum van de Rijksuniversiteit Groningen. Volgens PTN zijn er in Nederland zeventig- tot tachtigduizend mensen die als telewerker kunnen worden aangemerkt. In de ogen van VSC-onderzoeker H. Spittje zijn het er hooguit vijf- tot tienduizend. Hij verklaart het grote verschil tussen zijn schatting en de cijfers die PTN hanteert uit de uiteenlopende definities van telewerken die hij en PTN gebruiken. "Alles draait om de substitutie," zegt Spittje, "om mensen die de auto verwisselen voor een werkplek thuis. Je kunt een vertegenwoordiger die de hele dag langs de weg is en 's avonds zijn orders met
een fax of modem naar het moederbedrijf doorgeeft natuurlijk een telewerker noemen. Zo iemand onderhoudt tenslotte contact met het centrale kantoor via een telefoonlijn. Ik hanteer een strengere definitie, waarin de telewerker ook echt thuis zit en 'on line' met het traditionele kantoor is verbonden." Spittje spreekt dan ook liever van tele/thuiswerken. Directeur R. Lansman van het PTN zoekt het net als Spittje in een verschil in definities. Een ambulante beroep als verzekeringsagent rekent hij wel tot het telewerk. De agent kan bijvoor-
Biocentrale
gelijke centrale gevoed kunnen worden met speciaal gekweekt olifantsgras of snelgroeiend hout, terwijl ook kaphout en stro in aanmerking komen als energiebron. De Edon zou daarnaast bermgras en sloophout als voeding voor de centrale willen gebruiken. De bestaande regelgeving van de overheid maakt dit echter onmogelijk. De stoffen zijn aangemerkt als afval en daarvoor gelden andere normen dan voor gekweekte produkten als olifantsgras. Bermgras kan
vervolg van pagina 21 Het Groningse energiebedrijf Edon onderzoekt de haalbaarheid van een kleine elektriciteitscentrale die energie opwekt door planten en hout te verbranden. Dergelijke centrales zijn al in gebruik in Denemarken, waar boeren op min of meer reguliere basis stro leveren aan elektriciteitsbedrijven. In Nederland zou een derWETENSCHAP,
CULTUUR
&> SAMENLEVING
- MEI 7995
beeld bij de klant thuis via de draagbare computer en de telefoon rechtstreeks offertes aanvragen bij het hoofdkantoor. Dat de verzekeringsagent daardoor niet minder in zijn auto zal stappen, maakt hem weinig uit en dus komen zijn schattingen veel hoger uit. In april 1993 verklaarde Lansman in een nieuwsbrief van zijn organisatie dat er in 1996 tweehonderdduizend telewerkers zouden moeten zijn in Nederland. Inmiddels stelt hij zich wat bescheidener op als hem wordt gevraagd naar de doelstelling van zijn organisatie. "We willen vooral de bekendheid met telewerken vergroten en voorlichting geven," zegt hij nu. Binnenkort zullen Spittje en PTN om de tafel gaan zitten om een einde te maken aan hun controverse, (ELG) B R A M DE H O L L A N D E R
schadelijke stoffen uit autobrandstoffen bevatten en sloophout kan zijn verontreinigd met verfresten. Desondanks denkt de Edon bermgras en sloophout nodig te hebben om de biocentrale te laten functioneren. Het bedrijf is in gesprek met de overheid om de regelgeving aan te passen. Zo lang de huidige regels gelden, verwacht de Edon de plannen voor de biocentrale niet te kunnen realiseren, (ELG)
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van zondag 1 januari 1995
VU-Magazine | 588 Pagina's