Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

VU Magazine 1997 - pagina 264

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

VU Magazine 1997 - pagina 264

2 minuten leestijd

begin

Eric Le Gras

Een landbouwgebied laat zich niet onmiddellijk veranderen in een natuurgebied. Onderzoekers op de Veluwe speuren naar mogelijke belemmeringen. De natuur blijkt een duwtje in de rug nodig te hebben.

Niet ver van Arnhem ligt in de bossen van natuurgebied 'Planken Wambuis' een open vlakte. "Twee jaar geleden," vertelt onderzoeker Gerard Korthals van het Nederlands Instituut voor Oecologisch Onderzoek (NIOO), "was dit nog akkerland en groeide hier maïs. Kijk maar, de stoppels liggen er nog. Even verderop verbouwde de boer graan en bieten." Inmiddels heeft Natuurmonumenten de pachtrechten

40

wcs

JULI/AUGUSTUS

1997

overgenomen. Het Nederlandse areaal aan natuurgebieden is weer met vijfenvijftig hectaren verrijkt. Erg natuurlijk doet de omgeving nog niet aan: het land moet zich kennelijk instellen op de nieuwe situatie. Korthals en zijn collega-onderzoeker Wim van der Putten proberen daar een handje bij te helpen. Een deel van De Mossel, zoals het nieuw verworven stukje natuur heet, hebben ze met hekken afgezet en ver-

volgens verdeeld in vakken die ze op verschillende manieren beheren. Ze willen uitzoeken wat de beste uitgangspositie is om voormalig boerenland zo snel mogelijk weer in natuur te veranderen. Dat er behoefte is aan dergelijke kennis blijkt uit een stelling in het proefschrift van Korthals, die onlangs in Wageningen promoveerde; "Natuurontwikkeling op uit produktie genomen landbouwsystemen is wetenschappelijk gezien een braak liggend terrein." En dat is eigenlijk vreemd, want overal is die omzetting al op grote schaal gaande. In Nederland gaat het om tussen de 50.000 en 100.000 hectare, binnen de Europese Unie is het oppervlak veel groter. Hebben de natuurontwikkelaars dan werkelijk geen idee waar ze mee bezig zijn? Korthals: "Veel grote projecten worden momenteel gestart op basis van trial and error." En Van der Putten, wat voorzichtiger: "Er is al veel bekend over begrazing, bijvoorbeeld door grote grazers zoals runderen. Maar over de rol van de ondergrondse begrazing door dieren als insecten of bodem-aaltjes weten we veel minder." Tuinieren In hun door de EU gefinancierde onderzoek vragen Van der Putten, Korthals en hun collega Kees van Dijk zich af hoe je de natuurontwikkeling een goede start kunt geven. De zaak op z'n beloop laten en wachten tot de natuur het heft in eigen hand neemt, wat op den duur onvermijdelijk gebeurt, is niet mogelijk, want de mens wil snel resultaten zien. Omdat de onderzoekers van het NIOO denken dat de planten die op een stuk

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1997

VU-Magazine | 434 Pagina's

VU Magazine 1997 - pagina 264

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1997

VU-Magazine | 434 Pagina's