Geheugen van de VU cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van Geheugen van de VU te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van Geheugen van de VU.

Bekijk het origineel

VU Magazine 1997 - pagina 201

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

VU Magazine 1997 - pagina 201

3 minuten leestijd

TENTOOW^

Prehistorisch theeservies ledere tak van wetenschap leent zich in principe voor het vervalsen van de geschiedenis. Maar de archeologie maakte dat vroeger wel erg gemakkelijk. Vind iets uit het verleden dat je geschiedkundige theorie bevestigt, en het bewijs lijkt geleverd. Blijkt zo'n artefact onverhoopt niet te vinden, dan maak je het gewoon zelf, stopt het onder de grond om het vervolgens met een triomfantelijk 'zie je wel!' weer bloot te leggen. Neem nou de nazi's. Die waren niet vies van dit soort praktijken. Ze zetten ze zelfs op grote schaal in ter stimulering van de groot-germaanse gedachte. Om te bewijzen dat ze geen bezetters waren maar dezelfde germanen die hier al vele duizenden jaren huishielden, 'vonden' ze tijdens de oorlog in de IJsselbodem nabij Deventer een runderkaak met dezelfde runenachtige graveringen uit de bronstijd, die ook op rotswanden in Zweden waren aangetroffen. Nader onderzoek in '46 wees uit dat de kaak inderdaad oud was, wel zo'n 175 jaar, maar toch niet oud genoeg om de bronstijd bewust te hebben meegemaakt, terwijl de krassen erop zonder enige twijfel zelfs zeer recentelijk bleken aangebracht. In de archeologie kan men niet wantrouwend genoeg zijn, zo hebben beoefenaars van dit vakgebied door schade en schande moeten leren. En dat niet alleen van het bedrog van lieden die op hun ideologische gelijk uit waren, maar vooral

ook van bedriegers die klinkende munt voor ogen hadden. Dat leert ons de tentoonstelling over list en bedrog in de vaderlandse archeologie, die nog tot juli is te zien in het Goois Museum te Hilversum. Neem nu de twee heren die, leunend op hun schop, in 1899 vereeuwigd worden na hun, zo te zien succesvolle, gedane arbeid. De twee voormalige veenarbeiders, van wie de een (Aiends) met een blik van 'wie doet me wat?' in de camera kijkt en de andere (Egberts geheten) er nog niet helemaal gerust op is, kunnen tevreden zijn. Want die meneer rechts op de plaat is C. van Genderen Stort, bestuurslid van het Assense Provinciaal Museum, die alles wat Arends en Egberts de aarde ontfutselen van ze koopt. Zij hebben de bestuurder danig bij zijn pietje. Want de spullen die ze tijdens de ontginning van de Drentse hei opdelven, hebben ze zelf gemaakt en begraven. Maar de museumbestuurder is er blij mee. Het potje op de foto lijkt op de eerder door het tweetal opgegraven objecten, schrijft hij enthousiast, "en draagt dan ook dezelfde beschildering, t.w. figuurtjes, zelfs boompjes, er met de hand ingegrift."

Het lijkt warempel wel een prehistorisch theeservies: "Eenige laten zich gevoeglijk tot een volledig servies vereenigen, met trekpot, komfoor, suikerpot, twee kopjes en een kwispedoor." Geen idéé, die meneer Van Genderen Stort. Zelfs nog niet als een argwanende conservator van het Leidse Rijksmuseum van Oudheden zo'n theekopje in water laat oplossen om te bewijzen dat het boetseerwerk helemaal niet gebakken is. Want hij heeft er toch zeker met z'n eigen neus bovenop gestaan toen Arends en Egberts het spul aan het licht brachten! Het zal de museumdirecteur van tegenwoordig niet meer overkomen. Die houdt een paar moderne, in de Ci4-methode ingewijdde, archeologen achter de hand. Gênant is het wel. Maar, enfin, zand erover. Gert f. Peelen 'List en bedrog - vervalsingen in de Nederlandse archeologie' tot en met 29 juni in Goois Museum, Kerkbrink 6, Hilversum. Tel. (035) 629 2826. Geopend dinsdag tot en met zondag tussen 13.00 en 17.00 uur. De vervalsingsverhaien zijn ook terug te vinden in het boekje van Leo Verhart, dat dezelfde titel draagt als de expositie en is uitgegeven door de Stichting Matrijs te Utrecht.

wcs

MEI/JUNI

1997

49

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1997

VU-Magazine | 434 Pagina's

VU Magazine 1997 - pagina 201

Bekijk de hele uitgave van woensdag 1 januari 1997

VU-Magazine | 434 Pagina's